Publicaties
Rb. Gelderland: Geen omgevingsvergunning meer nodig voor doden of vangen van wolven
Gepubliceerd op 21 apr 2026
Onze mensen
Op 12 februari 2026 oordeelde de rechtbank Gelderland dat voor het doden en vangen van wolven geen vergunningplicht meer geldt.1 De wolf is juridisch van status veranderd op Europees niveau en dat heeft ook gevolgen in het nationale recht. De eigenaar en beheerder (de Stichting) van het Nationale Park De Hoge Veluwe (het Park) heeft een ontheffing aangevraagd voor het doden van meerdere wolven in het Park. Omdat geen vergunningplicht meer geldt, overweegt de rechtbank dat de Stichting geen procesbelang meer heeft bij de ontheffing. Dit blog gaat in op de uitspraak van de rechtbank.
Stichting vraagt ontheffing (omgevingsvergunning) aan
De Stichting vroeg op 20 juli 2022 bij de provincie Gelderland een ontheffing aan voor het verstoren, vangen en doden van wolven in het Park. Volgens de Stichting veroorzaken de wolven meerdere problemen. Ten eerste doden zij de moeflons (schapen), die nodig zijn voor de begrazing; zonder begrazing kunnen beschermde habitattypen niet in stand worden gehouden. Ten tweede zou de aanwezigheid van wolven de veiligheid van bezoekers in gevaar brengen. Tot slot krijgt het Park alleen inkomsten door bezoekers en de inkomsten zullen hoger zijn als er in het Park moeflons te zien blijven.
De aanvraag heeft betrekking op alle in het Park aanwezige wolven. Op het moment van de aanvraag waren dat er twee, maar in de tussentijd zijn dat er meer geworden (onduidelijk hoeveel dit er zijn). Het gaat de Stichting alleen nog maar om het doden van de wolven, omdat uit camerabeelden blijkt dat wolven eenvoudig over de omheining van het Park klimmen. Verstoren of vangen is geen oplossing meer. Op 8 april 2025 weigerde Gedeputeerde Staten (GS) de gevraagde ontheffing. Op de aanvraag heeft de provincie de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard. Op 8 april 2025 heeft de provincie de ontheffing, na een zienswijze op het ontwerpbesluit, definitief geweigerd. De Stichting gaat in beroep tegen de definitieve weigering. De uitspraak maakt niet duidelijk waarom de ontheffing is geweigerd.
Omgang met wolf: niet langer vergunningplichtig – wel beschermd?
Hoewel op deze zaak het oude recht (Wet natuurbescherming, Wnb) van toepassing is, aangezien de aanvraag vóór 1 januari 2024 is ingediend, gaat de uitspraak in op de regels die onder de Omgevingswet gelden voor de bescherming en het beheer van de wolf.
Sinds 24 juli 2025 is de beschermingsstatus van de wolf op Europees niveau gewijzigd. De wolf is verplaatst van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. Daarmee is de wolf geen bijlage IV‑soort meer, maar een bijlage V‑soort onder de Habitatrichtlijn. Dat heeft gevolgen voor het nationale recht. Volgens de rechtbank geldt het verbod van artikel 3.5 Wnb niet langer voor het doden en vangen van de wolf. De Nederlandse regelgeving is hier nog niet op aangepast, maar er ligt wel een Ontwerpbesluit (Ontwerpbesluit) om deze Europese wijziging te implementeren. 2
Volgens de rechtbank geldt door de statuswijziging ook onder de Omgevingswet geen vergunningplicht meer voor het doden of vangen van de wolf. Na inwerkingtreding van het Ontwerpbesluit geldt voor de wolf, als niet‑strikt beschermde soort, het beschermingsregime neergelegd in artikel 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).3 Dat artikel maakt alleen het opzettelijk doden of vangen en het beschadigen of vernielen van vaste voortplantings‑ of verblijfplaatsen van de wolf vergunningplichtig (flora- en fauna-activiteit). Zolang de wolf nog niet is opgenomen in bijlage IX bij het Bal, gelden er andere regels.4
Specifieke zorgplicht artikel 11.27 Bal geldt voor alle handelingen wolf
Tot de inwerkingtreding van het Ontwerpbesluit geldt voor alle handelingen met betrekking tot de wolf de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 Bal. Handelingen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wolf of zijn directe leefomgeving moeten in beginsel achterwege blijven. Is een handeling toch noodzakelijk, dan moeten alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen worden getroffen om schade te voorkomen of – als dat niet lukt – zoveel mogelijk te beperken of te herstellen. Daarbij is deskundigheid vereist; ontbreekt die, dan moet een deskundige worden ingeschakeld.
Provincies kunnen deze open norm nader invullen via maatwerkregels of maatwerkvoorschriften (artikelen 11.29 en 11.31 Bal).5
Na inwerkingtreding van het ontwerpbesluit geldt voor het verstoren van de wolf geen vergunningplicht, omdat ‘verstoren’ niet als handeling wordt genoemd in artikel 11.54 Bal. Verstoring valt onder de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 Bal.6
Het ontwerpbesluit is nog niet in werking getreden. Er zijn op 14 maart 2026 nog een aantal moties ingediend tegen het Ontwerpbesluit.7 De Afdeling Advisering van de Raad van State (Afdeling Advisering) heeft een kritisch advies afgegeven over het Ontwerpbesluit.8 Volgens de Afdeling Advisering ontbreekt een onderzoeksrapport over de staat van instandhouding van de wolf. Daarom moet voorlopig worden uitgegaan van een ongunstige staat van instandhouding. Bij een ongunstige staat van instandhouding biedt de Habitatrichtlijn alleen ruimte om wolven te vangen of te doden in uitzonderlijke en zeer ernstige situaties. Pas wanneer een gunstige staat van instandhouding is bereikt, ontstaat meer ruimte voor ingrijpen, aldus de Afdeling Advisering.
Stichting heeft geen procesbelang meer
Terug naar de uitspraak. Zelfs als de rechtbank de weigering van de ontheffing voor het doden van de wolven zou vernietigen, kan geen nieuwe ontheffing meer worden verleend. Voor het doden van wolven geldt immers geen vergunningplicht meer. Volgens GS ontbreekt daarom procesbelang.
De Stichting betoogt dat zij wél procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter, omdat dit relevant is voor toekomstige besluiten. Zij wijst daarbij op haar voornemen maatwerkvoorschriften aan te vragen en, na aanpassing van de Nederlandse regelgeving, een omgevingsvergunning voor vergelijkbare activiteiten aan te vragen.
Voor een antwoord op de vraag of de Stichting procesbelang heeft verwijst de rechtbank naar een aantal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.9 Procesbelang vereist een reëel en actueel belang bij de uitkomst van een procedure. Volgens de rechtbank ontbreekt dat hier. Omdat vaststaat dat met deze procedure geen ontheffing meer kan worden verkregen, is het procesbelang van de Stichting in beginsel vervallen.
Procesbelang voor toekomstige besluiten?
Als de weigering van de ontheffing gaat over terugkerende of toekomstige gelijksoortige activiteiten, waarbij het oordeel van de rechtbank relevant kan zijn voor toekomstige besluitvorming, dan kan er toch procesbelang zijn voor de Stichting.10 Er waren tijdens de zitting geen nieuwe aanvragen ingediend door De Stichting. De rechtbank oordeelt dat het enkele voornemen maatwerkvoorschriften of omgevingsvergunningen aan te vragen onvoldoende is, zodat geen zicht bestaat op toekomstige besluitvorming. Daarbij helpt het aangekondigde verzoek om maatwerkvoorschriften de Stichting niet. Dat betreft een andere procedure ter invulling van de specifieke zorgplicht van artikel 11.27 Bal. De rechtbank vindt dat zij niet geroepen is vooruit te lopen op rechtsvragen in een mogelijk toekomstig geschil.11
Daarnaast is het onzeker of en wanneer de vergunningplicht weer in werking treedt. Verder staat niet vast of het Ontwerpbesluit nog wijzigt. Het beroep van de Stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Heeft u vragen over het natuurbeschermingsrecht, neem dan contact op met Luuk Schuttert en Ko Hamelink.
1. Rb. Gelderland 12 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1016.
2. Kamerstukken II 2024/25, 33 118, nr. 295.
3. Kamerstukken II 2024/25, 33 118, nr. 305, p. 10.
4. Kamerstukken II 2025/26, 33 118, nr. 305, p. 12.
5. Kamerstukken II 2025/26, 33 118, nr. 305, p. 13.
6. Kamerstukken II 2025/26, 33 118, nr. 305, p. 10.
7 Handelingen II 2025/26, 33 118, nr. 37, item 9.
8. Kamerstukken II 2025/26, 33 118, nr. 303, p. 2.
9. ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:186, nr. 2.1; ABRvS 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3857, nr. 6.1; ABRvS 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4812, nr. 6.1.
10. ABRvS 15 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2068, nr. 5.
11. De rechtbank verwijst naar ABRvS 20 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8834, nr. 2.1.6.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Gerelateerde publicaties
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.