Publicaties
Eerste bekrachtigingsuitspraak rechtbank Overijssel
Gepubliceerd op 20 apr 2026
Onze mensen
Op 20 januari 2026 deed de rechtbank Overijssel haar eerste bekrachtigingsuitspraak onder de Omgevingswet (Ow). De teller kwam daarmee op drie te staan (1). Voor het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR 2026/48) schreven Ties Pranger en Heleen IJland een annotatie bij deze uitspraak. De volledige annotatie lees je hier.
In dit blog vatten wij de belangrijkste punten uit de uitspraak kort samen.
Waar gaat het over?
In deze uitspraak bekrachtigt de rechtbank Overijssel de onteigeningsbeschikking van de raad van de gemeente Rijssen-Holten. Voor de realisatie van een woonwijk is onteigening van zes onroerende zaken noodzakelijk. Vooral de uitleg van ‘noodzaak’ is hier interessant.
Noodzaak
In lijn met de wet, overweegt de rechtbank dat de vereiste noodzaak tot onteigening in ieder geval ontbreekt als de onteigenaar (de raad) geen redelijke poging heeft gedaan tot minnelijke verwerving van de onroerende zaak. De rechtbank concludeert dat diverse pogingen tot minnelijke verwerving zijn gedaan. De rechtbank overweegt daartoe dat tijdens de zitting is toegelicht dat (a) de aanbieding is gebaseerd op een taxatie, (b) de gemeente meer heeft geboden dan de marktwaarde en (c) de gemeente niet bereid is meer te bieden. De rechtbank concludeert dat gelet op deze toelichting aannemelijk is dat een redelijke poging tot minnelijke verwerving heeft plaatsgevonden.
Ook ontbreekt de noodzaak tot onteigening als ‘aannemelijk’ is dat op ‘afzienbare termijn’ alsnog overeenstemming kan worden bereikt (over de minnelijke verwerving van de onroerende zaak). Anders dan de rechtbank Zeeland-West-Brabant, gaat de rechtbank Overijssel (voor het eerst!) in op de vraag wanneer hiervan sprake is. De rechtbank Overijssel licht uit welke bedragen enerzijds zijn geboden en anderzijds worden gevraagd. Gelet op het grote verschil tussen wat de gemeente heeft geboden en wat de grondeigenaar vraagt, verwacht de rechtbank niet dat op afzienbare termijn alsnog overeenstemming kan worden bereikt over de minnelijke verwerving van de percelen. De rechtbank acht de onteigening noodzakelijk.
Tot slot
Hoewel de uitspraak op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, roept deze toch belangrijke vragen op. Zo gaan wij in onze annotatie in op de vragen: hoe worden de begrippen ‘aannemelijkheid’ en ‘afzienbare termijn’ precies ingevuld? Komt er een standaardoverweging met betrekking tot de noodzaak tot onteigening? In hoeverre mag de bestuursrechter oordelen over het aanbod? Toekomstige rechtspraak zal dit verder moeten uitwijzen.
Meer weten over onteigening? Neem dan contact op met onze specialisten Ties Pranger, Heleen IJland en Harald Wiersema.
1. Inmiddels (op 16 april 2026) staat de teller op 5: Rb. Zeeland-West-Brabant 27 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1216 (Vlissingen) en Rb. Limburg 24 maart 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2754 (Maastricht - Palace).
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.