Vitesse moet huur betalen

stadion

Vitesse moet ondanks corona de huur van het stadion volledig betalen

In een kort geding uitspraak van de rechtbank Arnhem van 29 mei 2020 werden de vorderingen van Vitesse tot (gedeeltelijke) terugbetaling van de over april en mei 2020 betaalde huur afgewezen. Ook moet Vitesse de huur blijven betalen. Dit, terwijl Vitesse het stadion tot 1 september 2020 door een noodmaatregel niet kan gebruiken.

De Feiten

Vitesse huurt haar voetbalstadion in Arnhem van Exploitatiemaatschappij Gelredome, die het station op haar beurt huurt van Stadion Arnhem. Frappant is dat in het verleden de nodige rechtszaken hebben plaatsvonden nadat de gemeente het stadion verkocht aan de later failliet gegane vastgoedbelegger Eurocommerce. De huidige eigenaar heeft het stadion, na het faillissement van Eurocommerce, op een veiling gekocht.

Onder druk van een faillissementsaanvraag betaalt Vitesse uiteindelijk de hele huur over april en mei 2020. In kort geding vordert Vitesse de door haar over april en mei betaalde huur terug, althans de helft daarvan. Ook vordert Vitesse dat de rechtbank het de verhuurder verbiedt om tot 1 september 2020 aanspraak te maken op de huur, althans hooguit aanspraak kan maken op de helft van de huur. Vitesse geeft hierbij aan de noodverordening het laten plaatsvinden van betaald voetbal in het stadion tot 1 september 2020 onmogelijk maakt.

Het vonnis

De kort geding rechter overweegt allereerst dat de overheidsbeperkingen een onvoorziene omstandigheid opleveren. Het is nog niet eerder voorgekomen dat overheidsmaatregelen het gebruik van bedrijfsruimte voor een langere periode juridisch of feitelijk onmogelijk maken. Daardoor, zo overweegt de kort geding rechter, verschilt de coronacrisis van de economische crisis uit 2008. De kort geding rechter overweegt verder dat het als gevolg van de Coronacrisis niet kunnen gebruiken van het stadion voor betaald voetbal een huurrechtelijk gebrek oplevert. De toepasselijke ROZ algemene huurvoorwaarden sluiten een beroep op huurprijsvermindering uit. Maar, zo overweegt de rechter, deze bepaling kan op grond van de redelijkheid en billijkheid dan wel de onvoorziene omstandigheden onder omstandigheden opzij worden gezet.

De vraag die in dit kort geding moet worden beantwoord is of voldoende komt vast te staan of het beroep van Vitesse op onvoorziene omstandigheden in een gewone procedure ertoe leidt dat de huur over april tot en met augustus niet hoeft te worden betaald, of hooguit voor de helft. De kort geding rechter oordeelt in het nadeel van Vitesse. Vitesse heeft haar financiële positie volgens de kort geding rechter onvoldoende onderbouwd en heeft geen aandacht geschonken aan de besparingen. Vitesse heeft herhaaldelijk geen antwoord gegeven op aan haar gestelde vragen. Daarnaast ziet de huur toe op vier maanden waarin Vitesse het stadion onder normale omstandigheden ook maar beperkt zou gebruiken. Het gevorderde wordt vervolgens afgewezen ‘bij gebreke van een voldoende inhoudelijke onderbouwing’.

Commentaar

Dit is de tweede gerechtelijke uitspraak over de invloed van de Corona maatregelen op de huur van bedrijfsruimte. De eerste, ook een kort geding uitspraak, in de zaak ‘Inbev / Sigismund’, vindt u hier: https://www.holla.nl/nieuwsbericht/eerste-uitspraak-huur-en-corona/

Deze ‘Vitesse’ uitspraak laat in de eerste plaats zien dat de omstandigheden van het geval van doorslaggevend belang zijn. In de tweede plaats blijkt uit deze uitspraak weer eens van de beperkingen van een kort geding procedure. Een kort geding rechter moet kunnen beschikken over feiten die klip en klaar liggen. Dat was hier niet het geval, vond de kort geding rechter.

Hoewel een uitdrukkelijke overweging ontbreekt is de kort geding rechter zo te zien van oordeel dat de vermindering van het huurgenot niet aan Vitesse toerekenbaar is (lees: niet voor risico van Vitesse komt). Ook onvoorziene omstandigheden komen niet voor risico van Vitesse. Dat lijkt mij juist. Aan de vraag waar dit dan toe moet leiden komt de kort geding rechter niet toe. Het lijkt logisch dat Vitesse op zijn minst genomen een deel van het nadeel moet dragen nu de Corona maatregelen ook niet voor risico van de verhuurder komen.

Wat leert deze uitspraak? Het door een noodverordening niet kunnen gebruiken van het gehuurde kan ertoe leiden dat gedurende die periode minder, of wellicht geen, huur verschuldigd is. Een huurder dient alleen wel goed te kunnen aangeven wat zijn nadeel is geweest en wat de omstandigheden waren. Hoeveel loopt de huurder aan inkomsten mis? In hoeverre zijn de kosten van de huurder ook gedaald? Kon de huurder het gehuurde gedurende deze periode helemaal niet gebruiken en hoe had de huurder zonder noodmaatregel het gehuurde gebruikt?

U kunt de uitspraak hier vinden: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2020:2768

Onze vragen en antwoorden over de invloed van de Corona maatregelen vindt u hier: https://www.holla.nl/coronavirus/

Tot slot

Heeft u hier een vraag over? Neem dan contact op met ondergetekende of met één van de andere huurrecht advocaten van Holla advocaten.

Egbert Schelhaas