De positie van de Belastingdienst in het WHOA-akkoord

Negen maanden na de inwerkingtreding van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (‘WHOA’) valt het aantal WHOA-trajecten en gehomologeerde WHOA-akkoorden enigszins tegen. Dat valt enerzijds te verklaren door de economische steunmaatregelen die het kabinet heeft aangeboden. Anderzijds valt dat te verklaren doordat er veel onduidelijkheden waren over de positie van de Belastingdienst in het WHOA-akkoord. Met een wijziging van de Leidraad Invordering 2008 (’Leidraad Invordering’) per 1 juli 2021 heeft de Belastingdienst deze onduidelijkheid weg proberen te nemen. In dit artikel zetten wij de belangrijkste wijzigingen op een rij en concluderen wij dat deze wijzigingen op bepaalde punten duidelijkheid verschaffen, maar ook vragen oproepen.

Voorwaarden voor instemmen WHOA-akkoord door de Belastingdienst

In de Leidraad Invordering is een aantal artikelen toegevoegd in het kader van de WHOA. Hieruit blijkt dat de Belastingdienst kan instemmen met een aan hem aangeboden akkoord als aan de volgende cumulatieve voorwaarden wordt voldaan:

  • Het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. Deze eisen zijn vastgelegd in de WHOA en zijn in het leven geroepen zodat schuldeisers voldoende worden geïnformeerd en zich een goed oordeel over het voorstel voor het WHOA-akkoord kunnen vormen;
  • De Belastingdienst is in een crediteurenklasse ingedeeld waarin zijn wettelijke preferentie voldoende tot uiting komt. In beginsel dient de Belastingdienst ten minste het dubbele percentage te worden aangeboden ten opzichte van het percentage dat aan concurrente schuldeisers wordt aangeboden; en
  • Het is aannemelijk dat het aangeboden akkoord, afgezien van de daarvoor nog te verrichten formaliteiten, door de rechtbank zou worden gehomologeerd.

Voorwaarden nader bezien

In de eerste plaats zal een WHOA-akkoord dus schriftelijk moeten worden aangeboden en voldoen aan de eisen die de wet daaraan stelt. Van belang is dat het akkoord in ieder geval voldoet aan een aantal formele eisen, dat het akkoord in lijn is met het doel en strekking van de WHOA en er zich geen van de in de WHOA genoemde afwijsgronden voordoet. Of een aangeboden akkoord naar verwachting door de rechter zou worden gehomologeerd, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

Daarnaast dient in het aangeboden WHOA-akkoord, bij de klassenindeling, rekening te worden gehouden met de preferente positie van de Belastingdienst. Daarvan is in beginsel sprake als de Belastingdienst het dubbele percentage krijgt aangeboden van wat aan concurrente schuldeisers wordt aangeboden. Op zichzelf is dit niets nieuws: in de Leidraad Invordering was al bepaald dat de Belastingdienst pas instemt met een crediteurenakkoord wanneer zij het dubbele percentage krijgt aangeboden van wat de concurrente crediteuren krijgen aangeboden. Wel nieuw ten aanzien van WHOA-akkoorden, is dat de Belastingdienst in deze eis van het dubbele percentage rekening houdt met de zogenoemde 20%-regeling. De 20%-regeling is in de WHOA geïntroduceerd om relatief kleine concurrente schuldeisers (micro- en kleinbedrijven) te ontzien. Deze regeling komt erop neer dat bepaalde concurrente schuldeisers (micro- en kleinbedrijven) minimaal 20% van hun vordering voldaan moeten krijgen, tenzij er zwaarwegende gronden bestaan om dit niet te doen. Door deze 20%-regeling kan de Belastingdienst onder omstandigheden medewerking verlenen aan een akkoord, ondanks dat hij niet het dubbele percentage ontvangt van hetgeen aan deze kleine schuldeisers wordt aangeboden. Dat de Belastingdienst inderdaad onder omstandigheden afwijkt van de eis van het dubbele percentage, blijkt uit het toegewezen homologatieverzoek van Jurlights B.V. In het WHOA-akkoord stemde de Belastingdienst in met de uitbetaling van 21% van de openstaande belastingvorderingen, terwijl de concurrente schuldeisers 16% uitbetaald kregen.

Overige instemmingsmogelijkheden

Indien aan de hiervoor genoemde voorwaarden voor instemmen is voldaan, kan de Belastingdienst ook instemmen indien:

  • Niet alle schuldeisers zijn betrokken in het akkoord;
  • Er nog een mogelijkheid bestaat om een derde aansprakelijk te stellen;
  • Eén of meer schuldeisers aandelen aangeboden krijgen voor het deel van het bedrag dat niet wordt voldaan, waarbij overigens geldt dat de Belastingdienst niet instemt met een akkoord waarin aan hem aandelen worden aangeboden (dat past namelijk niet in de rol van de Belastingdienst).

Gevolgen toetreden en homologeren WHOA-akkoord

Als de Belastingdienst toetreedt tot (lees: instemt met) een akkoord, verleent hij kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat onbetaald blijft. In het geval van belastingaanslagen waarvoor derden in redelijkheid aansprakelijk kunnen worden gesteld kan de Belastingdienst ervoor kiezen toe te zeggen dat daarvoor ten aanzien van de belastingschuldige geen verdere invorderingsmaatregelen worden genomen in plaats van kwijtschelding te verlenen. In de beschikking dat het recht wordt voorbehouden om derden aansprakelijk te stellen voor de betreffende belastingaanslagen.

Stemt de Belastingdienst daarentegen niet in, maar wordt het akkoord desondanks gehomologeerd, dan verleent hij geen kwijtschelding voor het deel van de belastingschuld dat na homologatie onbetaald is gebleven, maar neemt hij geen invorderingsmaatregelen. Op dit punt lijkt de Belastingdienst te miskennen dat hij niet zelf bepaalt of hij wel of niet kwijtschelding verleent voor het overige deel van de vordering: daarvoor is de inhoud van het akkoord bepalend. Indien uit de inhoud van het te homologeren akkoord blijkt dat aan de Belastingdienst een gedeelte van zijn vordering wordt voldaan tegen finale kwijting, dan is dát bepalend, niet de wens van de Belastingdienst om géén finale kwijting te verlenen.

Wat eveneens opmerkelijk is, is dat de Belastingdienst stelt dat zijn belastingvorderingen die resteren na homologatie van een akkoord, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen. Eventuele belastingteruggaven die zijn vastgesteld ná homologatie van het akkoord en betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak waarin het akkoord is gehomologeerd, zal de Belastingdienst verrekenen met deze vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. Deze verrekeningsmogelijkheid vanwege het transformeren van een belastingvordering in een natuurlijke verbintenis die voor verrekening in aanmerking komt, druist direct in tegen de achtergrond van de WHOA, namelijk sanering van de schulden. Het is dan ook nog maar de vraag of dit stand houdt bij de rechter.

Conclusie

Al met al geeft de wijzing van de Leidraad Invordering op bepaalde punten verduidelijking over de wijze waarop de Belastingdienst om zal gaan met WHOA-akkoorden. De wijziging roept echter ook vragen op. Om volledige duidelijkheid te krijgen, blijft het dan ook afwachten hoe de positie van de Belastingdienst vorm krijgt. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen in het kader van de WHOA.

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande vragen over de WHOA? Neem gerust contact op met onze specialisten.

 

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?