Nieuws

Diensten verpleegkundigen en laboranten worden met terugwerkende kracht aangemerkt en beloond als bereikbaarheidsdienst

Gepubliceerd op 9 sep 2026

Diensten verpleegkundigen en laboranten worden met terugwerkende kracht aangemerkt en beloond als bereikbaarheidsdienst

Op 7 juli jl. deed de Rechtbank Overijssel uitspraak over de uitleg van de cao Ziekenhuizen. De rechtbank oordeelde naar aanleiding van een verschil van mening tussen verpleegkundigen, laboranten en het ziekenhuis dat de uitleg die het ziekenhuis gaf niet in lijn was met de cao. De oproepdiensten zijn aan te merken als bereikbaarheidsdienst en het ziekenhuis moet de diensten (met terugwerkende kracht) als zodanig belonen.

Wat was de achtergrond?

Vier verpleegkundigen en zes laboranten (hierna: de verpleegkundigen) verschillen met het ziekenhuis waarin zij werken van mening over of de door hen gewerkte oproepdiensten zijn aan te merken als bereikbaarheidsdienst of als consignatiedienst. Dat verschil is relevant omdat een bereikbaarheidsdienst beter wordt beloond dan een consignatiedienst. Beide type diensten staan gedefinieerd in de cao Ziekenhuizen en in de toelichting op de cao wordt het verschil tussen de beide diensten vrij uitgebreid besproken. Het ziekenhuis merkt de door de verpleegkundigen gewerkte oproepdiensten aan als consignatiedienst. Volgens het ziekenhuis is een oproepdienst een consignatiedienst als de medewerker in minder dan 30% van de gevallen wordt opgeroepen tijdens de dienst. Volgens de verpleegkundigen is een oproepdienst alleen een consignatiedienst als de oproep onvoorzienbaar is. De door hen gewerkte oproepdiensten waren voorzienbaar en een normaal onderdeel van hun werkzaamheden en daarom geen consignatiedienst, aldus de verpleegkundigen.

In deze procedure vorderen de verpleegkundigen een verklaring voor recht dat het ziekenhuis de cao onjuist interpreteert, dat de door hen gewerkte oproepdiensten alsnog worden gekwalificeerd als bereikbaarheidsdienst, en nabetaling van het te weinig betaalde salaris. 

Overwegingen kantonrechter

De kantonrechter schetst eerst het juridisch kader. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet een cao worden uitgelegd aan de hand van de zogeheten cao-norm. Deze norm houdt in dat een bepaling in een cao naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn. Daarmee komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze niet uit de daarin opgenomen bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van de cao. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. Ook de bewoordingen van de eventueel bij de cao behorende schriftelijke toelichting moeten bij de uitleg van de cao worden betrokken. Indien de bedoeling van de partijen bij de cao naar objectieve maatstaven volgt uit de cao-bepalingen en de eventueel daarbij behorende schriftelijke toelichting, en dus voor de individuele werknemers en werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest, kenbaar is, kan ook daaraan bij de uitleg betekenis worden toegekend [1].

De kantonrechter pakt de teksten van de cao en de toelichting op de cao erbij en concludeert als volgt. Aan de hand van het begrip ‘onvoorziene omstandigheden’ moet worden vastgesteld of sprake is van een consignatiedienst. Dat is kenmerkend voor de consignatiedienst. Bij een bereikbaarheidsdienst is op voorhand duidelijk (vrijwel zeker) dat een of meer oproepen zullen plaatsvinden. En daarnaast is het van belang of het opgeroepen worden een normaal onderdeel van de functie van de verpleegkundigen is.

Vervolgens beoordeelt de kantonrechter de werkzaamheden die de verpleegkundigen tijdens de door hen gewerkte oproepdiensten hebben verricht. Zowel het ziekenhuis als de verpleegkundigen lichten die werkzaamheden ter zitting toe. In de gevallen die de verpleegkundigen beschrijven zijn naar het oordeel van de kantonrechter een oproep en de te verrichten werkzaamheden niet onvoorzien. Ook de werkzaamheden die het ziekenhuis beschrijft kunnen niet als (het gevolg van) onvoorziene omstandigheden worden aangemerkt. Het zijn werkzaamheden die voortvloeien uit de aard van het werk in de zorg. Die aard brengt mee dat op elk moment een extra verpleegkundige op de afdeling nodig kan zijn. Van werkelijk onvoorziene omstandigheden is dan geen sprake. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de oproepen dan ook een normaal onderdeel van de functie van de verpleegkundigen. Aan de hand van de toelichting op de cao leidt dat tot de conclusie dat sprake is van een bereikbaarheidsdienst.

Die uitleg sluit naar het oordeel van de kantonrechter aan bij het feit dat bereikbaarheidsdiensten in § 5.19 van het Arbeidstijdenbesluit specifiek voor onder andere de beroepsgroep ‘verpleging en verzorging’ mogelijk zijn gemaakt; deze diensten zijn dan ook geschikt en gebruikelijk voor personeel in de zorg.

De uitleg en toepassing die het ziekenhuis hanteert, volgen naar het oordeel van de kantonrechter niet uit de cao en de toelichting daarop. Het is niet in lijn met de cao om op basis van een oproeppercentage te bepalen of sprake is van een consignatiedienst. Dat op voorhand niet per dienst te zeggen is met welk percentage van zekerheid de oproepbare medewerker zal worden opgeroepen, is dan ook niet voldoende om te oordelen dat de werkzaamheden het gevolg zijn van onvoorziene omstandigheden. 

Conclusie

De diensten van de verpleegkundigen kunnen niet worden aangemerkt als consignatiedienst in de zin van de cao en moeten worden aangemerkt als bereikbaarheidsdienst. Het ziekenhuis dient de door de verpleegkundigen gewerkte oproepdiensten met terugwerkende kracht te kwalificeren en te belonen als bereikbaarheidsdiensten. De daarop gerichte verklaringen voor recht zal de kantonrechter in het eindvonnis toewijzen. Nu eerst krijgen de verpleegkundigen, gelet op het verweer van het ziekenhuis daarover, de gelegenheid hun loonvorderingen nader toe te lichten.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief