Tax Alert | Tweede Kamer handhaaft opstaptarief van 15%

Na alle hectiek in de media en politiek over mogelijk misbruik van het lage vennootschapsbelasting (“Vpb”) opstaptarief van 15%, was een amendement voorgesteld om dit tegen te gaan. Uiteindelijk heeft de Tweede Kamer op 11 november 2021 dit amendement verworpen. Hieronder volgt een beschouwing op het geheel.

Achtergrond en context

Sinds jaar en dag worden in de Vpb  twee tarieven gehanteerd. Het lage opstaptarief is bedoeld om het mkb te ondersteunen. Tot en met 2018 was het opstaptarief 20% voor de eerste EUR 200.000 aan winst en gold een tarief van 25% voor het meerdere. Het Kabinet Rutte-III heeft in 2017/2018 besloten dat het Nederlandse Vpb-tarief meer in lijn moest worden gebracht met die van de andere EU-lidstaten. Het EU-gemiddelde was namelijk 21,5%. De tariefsverlaging zou Nederland een meer competitievere rol als vestigingsland voor (internationale) bedrijven opleveren. Stapsgewijs zouden de tarieven verlaagd worden naar 16% en 21%.[1] Ter illustratie, Ierland hanteert 12,5% voor het geheel.

Op Prinsjesdag 2018 werd bekendgemaakt dat het Box 2-tarief stapsgewijs van 25% naar 26,9% verhoogd zou worden om de geplande verlaging van het Vpb-tarief te dekken. Op Prinsjesdag 2020 werd bekendgemaakt dat vanwege de coronacrisis in 2021 het toptarief op 25% zou blijven staan. Het opstaptarief zou wel verder verlaagd worden naar 15% én de drempel zou van EUR 200.000 naar EUR 245.000 verhoogd worden. Per 2022 zou de drempel naar EUR 395.000 verhoogd worden, zodat bedrijven voor een groter deel van de winst van het opstaptarief kunnen profiteren.

Media en politiek

Nu de verhoging van de drempel naar EUR 395.000 aanstaande is, melden de media dat de hele advieswereld klaar staat om in te spelen op het verschil in opstap- en toptarief (15% – 25%). Opties zouden zijn om fiscale eenheden ‘op te breken’ en door BV’s (en daarmee winst) te splitsen. Immers het opstaptarief geldt per BV[2] en niet per concern. Het voorgestelde amendement hield in dat het opstaptarief voortaan slechts eenmaal per concern toegepast zou kunnen worden.[3] Uiteindelijk is het amendement verworpen en gaat Staatssecretaris Vijlbrief onderzoek doen naar het kunstmatig opknippen/splitsen van ondernemingsactiviteiten.

Fiscale duiding

Fiscale eenheden ‘opbreken’ klinkt al suggestief. Het betreft echter niet meer of minder dan BV’s ontvoegen uit een fiscale eenheid. Het aangaan van een fiscale eenheid is juist afwijkend van de norm. Immers, door het vrijwillig aangaan van een fiscale eenheid in de Vpb, worden alle gevoegde BV’s samen als één geconsolideerde belastingplichtige aangemerkt. Daarmee kan de fiscale eenheid als geheel slechts eenmaal het opstaptarief gebruiken. Het beëindigen van een fiscale eenheid is dus ook niets meer dan het terugkeren naar de normale situatie, waarin elke BV zijn eigen fiscale positie heeft. Daar hoort een eigen belastinggrondslag en (opstap)tarief bij. Kortom, business as usual.

Het zomaar kunstmatig ‘opknippen’ van BV’s en bedrijfsactiviteiten, leidt in de regel tot een fiscale ‘overdracht’. Een overdracht is een vervreemding en daarover wordt fiscaal afgerekend tegen 15% à 25%. Dit is alleen anders als een fiscale reorganisatievrijstelling gebruikt kan worden. En wat is het bijzondere aan deze vrijstellingen? Dat ze niet van toepassing zijn als de reorganisatie hoofdzakelijk bedoeld is om belasting te ontwijken of uit te stellen. Kunstmatige constructies lopen al snel tegen deze antimisbruikbepaling aan, waardoor de faciliteit niet van toepassing zal zijn. Maar als de reorganisatie niet kunstmatig is, maar zakelijke redenen heeft, dan kan er belastingvrij worden gereorganiseerd/gesplitst. Dus ook hier geldt dat er niets aan de hand is. De bestaande faciliteiten gaan zelf al fiscaal gemotiveerde reorganisaties tegen.

En what else? Ja, er is een verschil van 10% tussen het opstap- en toptarief, maar dit komt juist omdat het toptarief niet verder verlaagd is, terwijl dit beloofd en in eerdere belastingplannen opgenomen was. Was er rumoer geweest als het toptarief wel naar 21% was teruggebracht, en daarmee het verschil tussen opstap- en toptarief slechts 6% was? Ondernemingen hebben minimaal voordeel van het huidige tariefverschil van 10%. Er is eerder sprake van een ontstaan nadeel, omdat het gros van de winst nog steeds tegen 25% belast wordt.[4] Tegelijkertijd is er geen sprake van communicerende vaten, doordat het Box 2-tarief niet teruggedraaid wordt van 26,9% naar 25%. Met andere woorden ondernemers hebben wel de Box 2-lasten geïncasseerd, maar de beloofde Vpb-lusten komen niet. Sterker nog, vanaf 2022 wordt het Vpb-toptarief 25,8%. Ondanks dat de eerste EUR 395.000 tegen 15% belast wordt, leidt dit bij een gelijkblijvende winst van bijvoorbeeld EUR 10.000.000 er nog steeds toe dat een ondernemer volgend jaar méér Vpb betaalt dan in 2021.

Tot slot

De media en politiek vervallen steeds vaker in fiscaal-reactief handelen en het is zelden een goede zaak. Het groter geheel wordt verrassend vaak uit het oog verloren en de ondernemers zijn steeds de dupe. We hebben het gezien bij de beoogde afschaffing van de dividendbelasting, het vertrek van Unilever en nu recentelijk Shell. De beeldvorming overheerst in plaats van gedegen samenhangend beleid. Gelukkig is het huidige amendement niet aangenomen en gaat Staatssecretaris Vijlbrief hier eerst onderzoek naar doen. Wij hopen dat het grotere plaatje en eerdere beloftes daarin worden meegenomen. De tijd zal het leren.

Bent u benieuwd wat dit allemaal voor uw onderneming betekent? Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten of fiscalisten. We staan u graag te woord.

 

[1] Sinds het regeerakkoord in 2017 zijn jaarlijks wijzigingen gekomen op de beoogde tussenstapjes en eindtarieven. Voor het toptarief was nadien op Prinsjesdag 2018 (Belastingplan 2019) beoogd om dit in 2020 te verlagen naar 22,5% en in 2021 naar 20,5%. Op Prinsjesdag 2019 (Belastingplan 2020) werd echter voorgesteld om het toptarief in 2020 op 25% te laten en in 2021 naar 21,7% te verlagen. De verhoging van het Box 2 tarief naar 26,9% bleef staan. Nadien zijn nog andere wijzigingen gekomen.

[2] Het geldt per belastingplichtige, maar elke BV is één belastingplichtige, tenzij de BV’s opgenomen worden in een fiscale eenheid. Dan is de gezamenlijke fiscale eenheid één belastingplichtige.

[3] Dit zou ook moeten gelden voor de EUR 1.000.000-drempel in de generieke renteaftrek beperking (earningsstrippingmaatregel). Deze EUR 1.000.000 is een netto rentelast (dus na vermindering van de inkomende rente)

[4] Ter illustratie, bij een winst van EUR 10.000.000:

  • 2021: (15% x 245.000) + (25% x 9.755.000) = EUR 2.475.500 Vpb-heffing
  • 2022: (15% x 395.000) + (25,8% x 9.605.000) = EUR 2.537.340 Vpb-heffing
  • Beloofd was: (15% x 200.000) + (21% x 9.800.000) = EUR 2.088.000 Vpb-heffing