Tax Alert: Eerste Kamer stemt in met RVU-drempelvrijstelling

De Eerste Kamer heeft op 12 januari 2021 het wetsvoorstel “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen” aanvaard. Het wetsvoorstel zal met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 in werking treden. De RVU-heffing wordt hiermee tijdelijk versoepeld doordat een vrijstelling wordt geïntroduceerd.

Achtergrond

Wanneer een werknemer op leeftijd wordt ontslagen, bestaat de kans dat de Belastingdienst de vergoeding aanmerkt als Regeling voor Vervroegde Uittreding (hierna: “RVU”). Het gaat dan om een regeling waarbij een werknemer een uitkering krijgt om de periode tot zijn pensioen- of AOW-gerechtigde leeftijd te overbruggen (vroegste van die twee). Bij een RVU moet de werkgever een zogeheten pseudo-eindheffing (in de loonbelasting) van 52% over de vergoeding betalen. Dit is een strafmaatregel. Het kabinet wil daarmee stimuleren dat werknemers niet vervroegd stoppen met werken.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 22 juni 2018 een kader geschetst aan de hand waarvan de RVU-toets voor elk soort vertrekregeling kan worden uitgevoerd. Allereerst wordt getoetst aan de objectieve voorwaarden, namelijk of het ontslag al dan niet leeftijd gerelateerd is. Als voorbeelden voor niet leeftijd-gerelateerd ontslag noemt de Belastingdienst bijvoorbeeld disfunctioneren, onenigheid over het te voeren beleid of onverenigbaarheid van karakters. Als op basis van de objectieve voorwaarden sprake kan zijn van een RVU, dan vindt op individueel niveau nog een toets plaats op basis van de objectieve kenmerken van de regeling. Daarbij wordt beoordeeld of de ontslagvergoeding feitelijk in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd, dan wel eerdere pensioendatum, of gezien kan worden als een aanvulling op het pensioen. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van een (redelijk complexe) 70%-toets.

RVU-drempelvrijstelling

Door het aannemen van het wetsvoorstel “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen”  krijgen werkgevers in de jaren 2021 tot en met 2025 de mogelijkheid om aan oudere werknemers die, bijvoorbeeld vanwege de zwaarte van het werk, niet kunnen doorwerken een uitkering aan te bieden die is vrijgesteld van de RVU-heffing (de “RVU-drempelvrijstelling”) waarmee deze werknemers eerder kunnen uittreden. Het in de wet genoemde maximaal vrijgestelde maandbedrag is € 1.847 per maand (2021-cijfer) en de regeling mag door de werkgever maximaal drie jaar ofwel 36 maanden voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd aan de werknemer vergoed worden. Dit betekent dat een werkgever dus maximaal € 66.492 vrijgesteld mag uitkeren aan een werknemer die op het moment van de uitdiensttreding drie jaar later de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden voor de AOW-gerechtigde leeftijd in, dan geldt dit vrijgestelde bedrag van € 1.847 per maand alleen voor de nog resterende maanden.

Rekenvoorbeeld

Werknemer Diederik G. treedt op 1 februari 2021 uit dienst. Op dat moment is hij 64 jaar en 2 maanden oud. Zijn AOW-gerechtigde leeftijd is 66 jaar en 10 maanden. Dat betekent dat zijn werkgever op het moment van uitdiensttreding een ontslagvergoeding mag meegeven van 32 maanden * € 1.847 = € 59.104 zonder geconfronteerd te worden met een strafeindheffing van 52% over € 59.104. Dit is ook het geval als de ontslagvergoeding van Diederik in de voor de invoering van de RVU-vrijstelling wel door de Belastingdienst als RVU aangemerkt zou worden.

Wanneer de werkgever Diederik meer dan € 59.104 wil meegeven, moet deze toetsen of de ontslagvergoeding kwalificeert als RVU onder de objectieve en indien van toepassing de kwalitatieve toets. Indien dat niet het geval is, hoeft geen eindheffing te worden afgedragen, ongeacht de hoogte van de ontslagvergoeding. Wanneer de werkgever Diederik € 80.000 wil meegeven en wél concludeert dat sprake is van een RVU, dan wordt de eindheffing als volgt berekend: € 80.000 -/- € 59.104 = 20.896 * 0,52% = € 10.865.

De werkgever moet vanaf 2021 voor een RVU-uitkering een nieuwe code soort inkomenscode gebruiken in de aangifte loonheffingen: code 53 (‘Uitkering in het kader van vervroegde uittreding’). Deze code gebruikt de werkgever ongeacht of de drempelvrijstelling voor de pseudo-eindheffing van toepassing is.

Wilt u weten of u gebruik kunt maken van de RVU-drempelvrijstelling? Neem dan contact op met een van onze tax specialisten.