Precontractuele fraude komt de “behulpzame” oom duur te staan

Precontractuele fraude

Hulp van een oom aan zijn neef bij precontractuele fraude is een kostbare zaak voor de oom. In deze Kifid-uitspraak oordeelt het Kifid dat een oom de uitkeringen die verzekeraar Nationale Nederlanden (hierna: “de verzekeraar”) heeft gedaan aan derden in verband met meerdere aanrijdingen op basis van de door hem afgesloten autoverzekering dient te vergoeden aan de verzekeraar. Ook moet hij de door de verzekeraar gemaakte onderzoekskosten vergoeden.

Casus

Een consument sluit in mei 2020 een autoverzekering bij (een voormalig label van) de verzekeraar. Bij het aanvragen van de verzekering heeft de consument een aantal vragen moeten beantwoorden (slotvragen). Met het beantwoorden van deze slotvragen heeft de consument onder andere verklaard dat de consument beschikt over een geldig Nederlands rijbewijs, hij regelmatig bestuurder is van de auto, de auto op zijn naam of op naam van zijn partner staat geregistreerd en in de laatste 5 jaar aan hem de rijbevoegdheid niet is ontzegd.

Nog voor het einde van de maand hebben meerdere aanrijdingen plaatsgevonden met de auto, waar bij één van de aanrijdingen een fietser om het leven komt. Een neef van de consument bleek tijdens alle aanrijdingen de bestuurder van de auto te zijn geweest.

Uit onderzoek van de verzekeraar blijkt vervolgens dat de neef de eigenaar van de auto was, de premie betaalde van de verzekering, altijd in de auto reed, niet beschikte over een geldig rijbewijs en dat hij de slotvragen van de verzekeraar heeft beantwoord.

Kern van het geschil

De verzekeraar bericht de consument na het onderzoek dat de consument bij de aanvraag van de verzekering opzettelijk niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht. De consument heeft meegewerkt aan het verkrijgen van een autoverzekering ten behoeve van zijn neef die zelf geen verzekering kon afsluiten bij een verzekeraar (de neef beschikte namelijk niet over een geldig Nederlands rijbewijs). Indien namelijk de vragen naar waarheid waren beantwoord, dan had de verzekeraar geen verzekering gesloten met de consument. Er is dus volgens de verzekeraar sprake van (precontractuele) fraude. Na de constatering van de fraude neemt de verzekeraar een aantal maatregelen waaronder het registreren van de consument in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister voor de duur van vijf jaar en vordert de verzekeraar een bedrag van ongeveer € 25.000,- van de consument wegens reeds aan derden gedane uitkeringen en onderzoekskosten. De bedragen kunnen nog oplopen.

De consument vordert verwijdering van de registraties en kwijtschelding van de vordering tot vergoeding van de gevorderde kosten en schade door de verzekeraar.

Beoordeling van het Geschil

Het Kifid leidt uit een aantal gegevens af dat de consument de neef willens en wetens aan een autoverzekering heeft geholpen. De neef heeft de auto betaald, het kenteken stond op zijn naam, hij had de auto in het bezit, betaalde de verzekeringspremies en hij bestuurde de auto ten tijde van de aanrijdingen. Ook is er tegenstrijdig verklaard door de consument en de neef waarom de slotvragen zijn beantwoord door de neef en niet door de consument. Nu de consument geen aannemelijke verklaring heeft kunnen geven voor de constructie om een verzekering op zijn naam aan te vragen voor een auto die van zijn neef is, is er sprake van verzekeringsfraude.

Verweren van de consument konden hem niet baten. Het Kifid oordeelde dat indien een verzekerde niet zelf, maar door een ander de slotvragen van de verzekeraar laat invullen, onjuiste antwoorden voor rekening en risico van de consument komen. Dit geldt ook indien de consument door taalproblemen de vragen niet heeft begrepen.

Van belang bij de beoordeling was dat de consument wist dat het kenteken van de auto op naam van zijn neef stond, maar toch de vraag hierover onjuist heeft beantwoord. Het wordt de consument niet verweten dat hij niet wist dat het rijbewijs van zijn neef was ingevorderd.

De slotsom van de beoordeling is dat de verzekeraar de registraties mag handhaven en de verzekeraar verhaal kan halen voor de door de neef veroorzaakte schade – door de verzekeraar uitgekeerd aan derden – en de kosten van de verzekeraar. Het helpen van zijn neef aan een verzekering komt de oom dus duur te staan.

Het advies van het Kifid is niet bindend. Het ligt echter niet voor de hand dat de consument meer kans van slagen heeft bij het voorleggen van de zaak bij de rechter. In deze vergelijkbare zaak waarbij er sprake was van precontractuele fraude heeft de verzekeringsnemer ook geen succes gehad.

Neem voor meer informatie over dit of andere verzekerings- en aansprakelijkheidsrechtelijke onderwerpen contact op met Jade Joosten of Martine Bouman.

Interessante artikelen voor u

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?