Het CAS oordeelt: tóch wel Europees voetbal voor Manchester City     

Vreemd genoeg was – na twee achtereenvolgende landskampioenschappen – de onttroning door Liverpool dit kalenderjaar niet de grootste sportieve zorg voor Manchester City. De ambitieuze club, sinds het seizoen 2011/12 steevast deelnemer aan de UEFA Champions League, werd op 14 februari jl. namelijk bestraft: naast een boete van 30 miljoen euro, werd de club voor twee seizoenen uitgesloten van deelname aan alle UEFA-(club)toernooien. Het Court of Arbitration for Sport (hierna: ‘CAS’) ging hier op 13 juli jl. niet in mee en reduceerde de sanctie. In dit artikel worden de redenen achter deze beslissing van het CAS beknopt samengevat.

Procedure tot nog toe  
Nadat – door Football Leaks gehackte – interne e-mails van Manchester City aan het licht waren gekomen met daarin potentieel bewijs van wanordelijkheden binnen de club, werd een onderzoek ingelast door de ‘Investigatory Chamber’ van de UEFA Club Financial Control Body (een orgaan dat toezicht houdt op correcte naleving van de UEFA Club Licensing and Financial Fair Play’-regelgeving, hierna: ‘CFCB’).[1] Ter informatie: voornoemde regelgeving (hierna: ‘FFP-regelgeving’) is er onder meer op gericht om financiële problemen bij clubs te voorkomen, meer discipline en rationaliteit inzake de financiën te introduceren en clubs te stimuleren op basis van hun eigen inkomsten te opereren.[2] Na het onderzoek werd de zaak voor de beoordelingsfase van de procedure doorverwezen naar de ‘Adjudicatory Chamber’ van de CFCB, welke oordeelde dat Manchester City op ernstige wijze inbreuk had gemaakt op de FFP-regelgeving.[3] Manchester City zou namelijk vermogensfinancieringen – van (een bedrijf van) de eigenaar Sheikh Mansour – als sponsorinkomsten hebben vermomd in bij de Football Association (hierna: ‘FA’) ingediende financiële overzichten en in de (voor deelneming aan de UEFA-clubtoernooien benodigde) ’break-even information’.[4] Het niet meewerken bij het onderzoek naar de vermeende inbreuken werd daarnaast eveneens als inbreuk op de FFP-regelgeving bestempeld. De eerder genoemde sanctie – en dan met name de uitsluiting van Europees voetbal – was een enorme aderlating voor de club en niet geheel onverwacht volgde een beroep bij het CAS.[5]

De procedure bij het CAS            
Aangezien de uitspraak te omvangrijk is om hier in detail te bespreken, focussen wij ons in dit artikel op drie hoofdpunten in deze zaak die grote invloed hebben op de sanctie van Manchester City: 1) de verjaring van een gedeelte van de vermeende inbreuken, 2) de bewijslast en het bewijs aangaande de vermeende inbreuken en 3) het niet willen meewerken aan het onderzoek door Manchester City. 
1) Vermeende inbreuken niet vervolgbaar          

Volgens art. 37 van de ‘Procedural rules governing the UEFA Club Financial Control Body’ (hierna: ‘procedurele regels’) mag een inbreuk op de FFP-regelgeving vijf jaar na dato niet langer worden vervolgd. Gerekend wordt vanaf de verwijzingsbeslissing van de Investigatory Chamber op 15 mei 2019, waardoor enkel de inbreuken gepleegd na 15 mei 2014 vervolgbaar zijn.[6] Het gevolg hiervan is dat een deel van de vermeende inbreuken – de vermogensfinanciering van Manchester City vermomd als sponsorverdiensten via een bedrijf genaamd ‘Etisalat’ –  is verjaard.[7]

2) Financiering eigen vermogen ‘vermomd’ als sponsorverdiensten
De sponsorverdiensten vanuit Etisalat waren niet de enige vermeende inbreuken: Manchester City zou via een andere sponsor (‘Etihad’) in de seizoenen 2012/13, 2013/14 en 2015/16 eveneens verkapte vermogensfinanciering(en) hebben ontvangen. Eventuele inbreuken in laatstgenoemde twee seizoenen zijn niet verjaard, waardoor Manchester City hiervoor – mits bewezen – wél vervolgd zou mogen worden. Vanwege de bijzonder ernst van de beschuldigingen in deze procedure moet het bewijsmateriaal dat geleverd wordt alleen wel “particularly cogent” zijn (vrij vertaald: ‘uitzonderlijk overtuigend’). Een terugkerend thema in de uitspraak van het CAS is dat er niet voldoende bewijs is ten aanzien van de beschuldigingen.

De gelekte e-mails zijn volgens het CAS op zichzelf niet voldoende om te kunnen oordelen dat Manchester City foutieve informatie aan de UEFA heeft verschaft. Bewezen dient te worden dat er regelingen zijn gesloten – althans dat er daadwerkelijk een link bestaat – tussen de eigenaar van Manchester City en/of het bedrijf van de eigenaar (Abu Dhabi Group for Development and Investment, hierna: ‘ADUG’) en Etihad. Aan de hand van de gelekte e-mails lukt dit niet: geen van deze e-mails is verzonden of ontvangen door een van deze externe partijen, terwijl medewerking van (bijvoorbeeld die) externe partijen nodig is voor de uitvoering van de vermeende afspraken. Het doorsluizen van financiering vanuit (niet-geïdentificeerde) derden via Etihad naar Manchester City is volgens het CAS theoretisch ook mogelijk, maar een theoretische mogelijkheid is niet voldoende om aan de toetsingsmaatstaf te voldoen en wordt daarom als niet bewezen geacht.

De UEFA onderbouwt haar beschuldigingen in de CAS-procedure (naast de gelekte e-mails) op grond van het gegeven dat twee afzonderlijke bedragen van 59.5 en 8 miljoen pond, die in een van de gelekte e-mails (nr. 6) werden besproken, daadwerkelijk door Etihad aan Manchester City zijn overgemaakt. Zo’n splitsing zou volgens de UEFA niet logisch zijn wanneer Etihad sponsorbetalingen vanuit eigen financiële middelen zou financieren. Daarnaast onderbouwt de UEFA haar beschuldigingen door te stellen dat de boekhouding van Manchester City laat zien dat een voorgestelde regeling uit een van de gelekte e-mails (nr. 2) is uitgevoerd. Ook dit acht het CAS onvoldoende bewezen.

Kortom: na een uitgebreide uiteenzetting wordt door het CAS-panel bepaald dat het niet voldoende bewezen is dat Manchester City daadwerkelijk verkapte vermogensfinancieringen – van hun eigenaar dan wel ADUG – via sponsorverdiensten (van Etihad) heeft ontvangen.

3) Niet meewerken aan het onderzoek
Door de CFCB aangevraagde bewijsstukken (zoals getuigenbewijs, kopieën van de gelekte e-mails en de identiteit van één van de personen uit de gelekte e-mails) zijn tijdens het eerdere onderzoek niet door de club overlegd en werden pas aangeboden in de CAS-procedure. Manchester City komt er dan ook niet geheel zonder kleerscheuren vanaf. De club heeft volgens het CAS niet op de juiste wijze meegewerkt, waarmee de club in strijd heeft gehandeld met art. 56 van de procedurele regels. Dit wordt Manchester City zwaar aangerekend, omdat het ‘Financial Fair Play’-systeem valt of staat met een complete en nauwkeurige door clubs overlegde verslaggeving van de inkomsten en uitgaven.

De sanctie       
Het CAS benoemt bij de behandeling van de sanctie nog expliciet dat de beschuldigingen van de UEFA absoluut niet te lichtvaardig waren. Toch worden de voornaamste beschuldigingen – het verschaffen van foutieve informatie aangaande de verkapte financieringen via Etisalat en Etihad – afgewezen, omdat er of te weinig bewijs is, of de feiten verjaard zijn.

Het CAS bepaalt vervolgens de hoogte van de sanctie en oordeelt dat de verkapte financieringen significantere inbreuken zijn dan het niet op de juiste wijze meewerken met het onderzoek, waardoor de sanctie uiteindelijk fors lager ligt dan dat deze oorspronkelijk was. De opgelegde boete wordt uiteindelijk met 2/3e verminderd en de Europese sanctie wordt ‘overruled’. Het gevolg is dat Manchester City ‘alleen nog’ een boete  krijgt opgelegd van 10 miljoen euro. De club zal volgend jaar dus ‘gewoon weer’ in de koker zitten voor de loting van de groepsfase van de Champions League: het balletje kan (dan weer) raar rollen…

 

[1] Zie ‘Manchester City referred to CFCB adjudicatory chamber’.

[2] Voor de overige doelstellingen, zie art. 2 van de FFP-regelgeving.

[3] Zie ‘Manchester City referred to CFCB adjudicatory chamber’ & ‘Club Financial Control Body Adjudicatory Chamber decision on Manchester City Football Club); Manchester City had in strijd gehandeld met art. 13, 43, 47, 51, 56, 58 en 62 van de FFP-regelgeving.

[4] ‘Break-even information’: op grond van art. 57 van de FFP-regelgeving moeten alle clubs die gekwalificeerd zijn voor UEFA-(club)toernooien voldoen aan bepaalde toezichtvereisten, zoals de break-even information; uitzondering op de regel zijn clubs die gekwalificeerd zijn voor de UEFA Women Champions League. Voor verdere uitleg over dit proces wordt verwezen naar CAS 2020/A/6785 Manchester City FC v. UEFA r.o. 116 – 121.

[5] CAS 2020/A/6785 Manchester City FC v. UEFA; De club ging in beroep op grond van art. 34 van de ‘Procedural rules governing the UEFA Club Financial Control Body’ &  art. 62 (1) van de UEFA Statutes jo. Art. R47 van de CAS code.

[6] Voor de verwijzingsbeslissing werd gekozen: ”Because it was the document that explicitly and formally served MCFC with the charges filed against it.”, zie: CAS 2020/A/6785 Manchester City FC v. UEFA, r.o. 171-174, 193-198.

[7] De originele datum van de indiening voor toezicht- en licentiedoeleinden geldt, derhalve maakt het geen verschil wanneer informatie een jaar na dato opnieuw in de verslaggeving wordt gebruikt.