De leraar in opleiding: stage- of arbeidsovereenkomst?

In het tijdperk van een groot lerarentekort is het onderwijs blij met elke arbeidskracht. Een leraar in opleiding wordt dan ook vaak met open armen ontvangen. Er is echter een verschil tussen de leraar in opleiding met een (leer)arbeidsovereenkomst en de leraar in opleiding met een stageovereenkomst. Of moet deze stageovereenkomst juridisch wellicht toch worden gezien als arbeidsovereenkomst?

Deze vraag komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het was namelijk aan de rechtbank Midden-Nederland om hierop antwoord te geven. Een medewerker van een middelbare school stelde zich immers op het standpunt dat haar stageperiode als leraar in opleiding (‘LIO’) als dienstverband moest worden aangemerkt.

Achtergrond

De LIO zit in het laatste jaar van de lerarenopleiding en mag onderwijsgevende werkzaamheden vervullen in het PO, VO en MBO. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een LIO-stage en een LIO-dienstverband. In geval van een stage mag de LIO niet zelfstandig lesgeven. In geval van een LIO-dienstverband is de LIO een werknemer van de onderwijsinstelling en heeft hij of zij een ontheffing van de lesbevoegdheid, zodat de LIO wel les mag geven zonder de begeleiding van een docent.

De werknemer in kwestie had in het schooljaar 2021/2022 een LIO-stage gelopen bij een middelbare school. Daarna heeft zij het diploma geschiedenisdocent tweede graad behaald en is zij bij dezelfde middelbare school in dienst getreden met een projectaanstelling voor één jaar. Wanneer haar arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd ontstaat discussie over de hoogte van de transitievergoeding. De werknemer stelt zich op het standpunt dat de LIO-stageperiode als arbeidsovereenkomst geldt. Zodoende zou niet alleen de transitievergoeding hoger uitvallen, maar zou ze ook nog aanspraak maken op loon over de stageperiode.

Oordeel kantonrechter

De arbeidsovereenkomst ex artikel 7:610 BW kent een viertal elementen: ‘arbeid’, ‘loon’, ‘in dienst’ en ‘gedurende zekere tijd’. Daarbij is geen enkel element op zichzelf beslissend, maar gaat het om álle feiten en omstandigheden in onderling verband. Dit wordt ook wel de holistische weging genoemd.

De kantonrechter stelde vast dat niet ter discussie staat dat er een gezagsverhouding aanwezig was tussen de LIO en de onderwijsinstelling en dat zij toen gedurende zekere tijd werkzaamheden heeft verricht. Aan de elementen ‘in dienst’ en ‘gedurende zekere tijd’ was dan ook voldaan. Aan het element ‘loon’ was niet voldaan, nu in de tussen partijen gesloten stageovereenkomst expliciet was opgenomen dat de LIO-werkzaamheden onbetaald worden verricht.

De crux zat echter in het element ‘arbeid’. De werknemer meende dat zij in haar tijd als LIO ‘arbeid’ heeft verricht, omdat zij zelfstandig voor de klas heeft. Toch vond de kantonrechter dat niet voldoende om vast te stellen dat sprake is geweest van ‘arbeid’. In het kader van de opleiding moest de werknemer als LIO ervaring opdoen door zelfstandig voor de klas te staan. Nu de LIO-periode geldt als laatste stageperiode vóór het verkrijgen van het diploma – en dus de lesbevoegdheid –, ligt het voor de hand dat juist dan de situatie waarin de LIO-stagiair volledige lesverantwoordelijkheid heeft zo dicht mogelijk wordt benaderd.

Overigens was de kantonrechter er ook feitelijk niet van overtuigd dat de werknemer als LIO-stagiair volledig zelfstandig les had gegeven. De school had immers diverse medewerkers en een instituutsopleider aangewezen om haar te begeleiden, ook buiten de lessen was er gelegenheid om begeleiding te zoeken en meerdere lessen van de LIO-stagiair waren door medewerkers van de school bezocht en geëvalueerd. Dit maakte volgens de kantonrechter dat niet kon worden geoordeeld dat de werknemer haar LIO-werkzaamheden geheel zelfstandig had verricht.

Conclusie

De kantonrechter kwam in deze zaak aldus tot de conclusie dat de LIO-stage niet als arbeidsovereenkomst moest worden aangemerkt. Toch blijft het als onderwijsinstelling oppassen geblazen. Wanneer u als onderwijsinstelling LIO-stagiaires heeft rondlopen, zorg ervoor dat er duidelijke stageafspraken worden gemaakt en sprake is van voldoende begeleiding.

Uiteraard beoordelen we graag uw stageovereenkomst om te bezien of deze voldoende juridische waarborgen biedt tegen mogelijke claims.

Heeft u vragen over dit onderwerp of over andere arbeidsrechtelijke zaken binnen het onderwijs? Neemt u dan contact op met de collega’s van team Onderwijs, Fons Smid of Joost Schunselaar.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?