De Franchisewet: doorwerking in niet-franchise overeenkomsten

De Franchisewet: doorwerking in niet-franchise overeenkomsten

Per 1 januari 2021 is de Franchisewet in werking getreden. Recent zijn de eerste uitspraken verschenen waarin de rechter de Franchisewet toepast of meeneemt in het oordeel. Opvallend is dat uit deze rechtspraak volgt dat de Franchisewet niet alleen van toepassing is op franchiseovereenkomsten, maar ook op andere  overeenkomsten. Zo heeft de rechtbank Noord-Holland op 11 februari 2021 bij de beoordeling van een concurrentiebeding in een ‘agentenovereenkomst’, aansluiting gezocht bij de Franchisewet. Dit leidde ertoe dat de duur van het concurrentiebeding van 24 maanden, werd ingekort naar 12 maanden.

De zaak

Partijen bij de ‘agentenovereenkomst’  waren een  makelaarskantoor en een zelfstandig werkende makelaar. Het makelaarskantoor sloot een overeenkomst met de makelaar ter verrichting van makelaarswerkzaamheden. In de overeenkomst was een concurrentiebeding opgenomen, waarbij de makelaar zich tegenover het makelaarskantoor verbond om gedurende twee jaar na afloop van de overeenkomst geen makelaarswerkzaamheden te verrichten in de regio’s waar het makelaarskantoor werkzaam was. Indien de makelaar in strijd met het concurrentiebeding toch makelaarswerkzaamheden zou uitvoeren in het werkgebied van het kantoor, zou de makelaar een boete moeten betalen. De makelaar heeft op een gegeven moment aan het kantoor aangegeven de overeenkomst te willen beëindigen en heeft het kantoor gevraagd het concurrentiebeding op te heffen. Zij wilde namelijk zelfstandig haar makelaarswerkzaamheden voortzetten in haar huidige werkgebied. Het makelaarskantoor heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven. De makelaar mocht de overeenkomst beëindigen, maar was gewoon gehouden aan het concurrentiebeding. Ondanks het voorgaande heeft de makelaar de overeenkomst met de keten beëindigd. Bij de rechter heeft zij vervolgens gevraagd het concurrentiebeding in duur en reikwijdte te beperken, zodat zij alsnog binnen haar huidige werkgebied haar makelaarswerkzaamheden zou kunnen blijven uitvoeren.

Het oordeel

De rechter heeft in deze procedure beoordeeld of het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om als makelaarskantoor het concurrentiebeding ten aanzien van de makelaar te handhaven. In de overeenkomst was afgesproken dat het concurrentiebeding van kracht zou zijn gedurende 24 maanden na het einde van de overeenkomst. De rechter overweegt, na gesteld te hebben dat op 1 januari 2021 de Franchisewet van kracht is geworden:

´Weliswaar hebben partijen geen franchiseovereenkomst gesloten en geldt overgangsrecht van twee jaar, maar voor de invulling van de te toetsen maatstaf kan wel worden aangesloten bij de wetgeving op dat punt’.

In de Franchisewet is bepaald dat een concurrentiebeding een maximale duur mag hebben van één jaar na het einde van de overeenkomst. Rekening houdend met verschillende feiten en omstandigheden zoals de leeftijd van de makelaar, het feit dat de makelaarswerkzaamheden haar enigste inkomstenbron waren en zij een groot belang had om in haar eigen regio werkzaam te zijn, heeft de rechter, in aansluiting op de Franchisewet, besloten de werking van het concurrentiebeding te verkorten tot één jaar na het einde van de overeenkomst.

Tot slot

Het voorgaande brengt mee dat de Franchisewet niet slechts relevant is voor franchiseovereenkomsten. Bij het formuleren van een concurrentiebeding in overeenkomsten is het voor de partij die profijt zou hebben bij de in het concurrentiebeding opgelegde beperking (zoals het makelaarskantoor in de hierboven behandelde zaak) raadzaam om de Franchisewet in het achterhoofd te houden. De Franchisewet bevat naast de beperking in duur van het concurrentiebeding nog meer regels en vereisten ten aanzien van concurrentiebedingen. Zo mag het concurrentiebeding alleen zien op de goederen en diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft en moet de concurrentiebeperking noodzakelijk zijn om de door de franchisegever aan de franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen.