Nieuws

Voorkom discussies bij een Woo-verzoek: bepaal de juiste weigeringsgrond

Gepubliceerd op 26 jun 2026

Voorkom discussies bij een Woo verzoek bepaal de juiste weigeringsgrond

De uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant [1] ziet op de gedeeltelijke afwijzing van een informatieverzoek op basis van de Wet open overheid (de ‘Woo’). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het ‘college’) weigerde mailwisselingen en gespreksverslagen met klokkenluiders openbaar te maken, waarbij het zich beroept op artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo (de ‘e-grond’). De rechtbank gaat mee in het oordeel van het college. In deze blog gaan wij dieper in op de uitspraak, waarbij wij signaleren dat een andere weigeringsgrond ten grondslag had kunnen en misschien wel had moeten worden gelegd. 

Achtergrond van de uitspraak

In het verleden heeft de gemeente Breda aangifte gedaan tegen eisers vanwege subsidiefraude. Eisers werden hier echter van vrijgesproken, stelden de gemeente daarna aansprakelijk voor een onrechtmatige daad en dienden ten slotte een Woo-verzoek in. Het college heeft een aantal documenten wel, en een aantal documenten, waaronder gespreksverslagen, niet openbaar gemaakt. 

Weigering gespreksverslag

Bij de weigering heeft het college zich beroepen op de e-grond. De e-grond bepaalt dat het belang van openbaarmaking afgewogen moet worden met het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, dat de identiteit van klokkenluiders onder deze bescherming valt [2]. Vervolgens overweegt de rechtbank dat het college de belangen dat burgers in vrijheid en vertrouwelijkheid met de overheid moeten kunnen communiceren en signalen uit de samenleving de overheid bereiken, zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van openbaarmaking. Naar onze mening kan zowel het eerste belang, dat burgers in vrijheid en vertrouwelijkheid moeten kunnen communiceren, als het tweede belang, dat signalen uit de samenleving de overheid kunnen bereiken, ook onder de i-grond vallen.

De i-grond

De i-grond is een nieuwe uitzonderingsgrond onder de Woo en bepaalt dat het belang van openbaarmaking afgewogen moet worden met het belang van het goed functioneren van de Staat. In de uitspraak van 25 september 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ‘Afdeling’), waar de rechtbank ook naar verwijst, maakt de Afdeling dezelfde overweging [3]. De Afdeling geeft echter niet aan op welke specifieke grond deze wordt gemaakt. Hierbij wordt slechts verwezen naar de voorgaande uitspraak van de Rechtbank Rotterdam [4].

In deze uitspraak wordt duidelijk dat het college de i-grond expliciet gebruikt om openbaarmaking te weigeren voor het belang dat burgers in volledige vrijheid en vertrouwelijkheid moeten kunnen communiceren met de overheid. Volgens het college kan openbaarmaking voor burgers een drempel opwerpen om in de toekomst een melding te maken bij de overheid. Omdat signalen uit de samenleving haar dan niet meer kunnen bereiken, wordt de gemeente hiermee in haar functioneren geschaad. De e-grond is door het college slechts benoemd omdat openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van de privacy van de melder. 

De Rechtbank Rotterdam stelt vervolgens dat het college openbaarmaking heeft mogen weigeren. Voor zover het informatie betrof over persoonsgegevens van de melder heeft het college deze kunnen weigeren op basis van de e-grond. De belangenafweging die de Rechtbank Rotterdam hierbij hanteert is echter de afweging die het college bij de i-grond hanteerde. In de daaropvolgende rechtsoverweging concludeert de Rechtbank Rotterdam dat het college op grond van de e- en de i-grond openbaarmaking heeft mogen weigeren. 

E- en i-grond in de praktijk

De e- en de i-grond zijn twee zelfstandige weigeringsgronden, maar blijken, zoals de in deze blog behandelde uitspraken laten zien, wel grote raakvlakken te hebben. Het college van Breda had openbaarmaking slechts geweigerd op grond van de e-grond. De i-grond was in het weigeringsbesluit niet benoemd. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant lijkt de e-grond zo uit te leggen dat aspecten van de i-grond daar ook onder kunnen vallen. Het was dus voldoende voor het college van Breda alleen de e-grond ten grondslag te leggen. 

Omdat de e- en i-grond strikt genomen twee verschillende belangen beschermen, is het de vraag of alleen de e-grond ten grondslag leggen altijd voldoende zal zijn. Daarom raden wij aan, in het geval een dergelijk feitencomplex speelt, zowel de e-grond als de i-grond te gebruiken als onderbouwing voor een weigering. Een mogelijke discussie over de reikwijdte van de e-grond, die in deze blog gesignaleerd is, wordt daarmee voorkomen. 

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over de verschillende weigeringsgronden van de Woo? Neem dan contact op met onze Woo-experts.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief