Nieuws

Kamerbief over bestrijding zorgfraude

Gepubliceerd op 5 jul 2026

Kamerbief over bestrijding zorgfraude

De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport heeft de Tweede Kamer in een Kamerbrief van 8 juni jl. geïnformeerd over de versterkte aanpak van zorgfraude. Volgens de minister heeft zorgfraude niet alleen financiële implicaties, maar raakt het direct aan de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de zorg voor kwetsbaren. De brief gaat in op de voortgang van de voorgenomen maatregelen tegen zorgfraude, gerelateerde hervormingen binnen het zorgstelsel die bijdragen aan een integere, houdbare en toekomstbestendige zorg. Wij lichten de kamerbrief kort toe.

Aanpak van fraude kan alleen samen

Het kabinet wil met de middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) met alle betrokken partners de aanpak van zorgfraude versterken. De praktijk heeft laten zien dat malafide aanbieders bewust gebruikmaken van versnippering tussen domeinen, organisaties en diens bevoegdheden. Daarom staat een integrale aanpak en multidisciplinaire samenwerking voorop. De aanpak bestaat uit:

  • Strengere toetsing aan de poort voor nieuwe aanbieders, maar ook aanbieders die zich opnieuw willen vestigen na eerdere overtredingen
    • Een belangrijk nieuw onderdeel ziet op het versterken van de toetredingseisen; een wetsvoorstel hiertoe wordt naar verwachting in 2028 aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierbij is het uitgangspunt dat er een eenduidige norm en toets komt voor alle nieuwe en herstartende aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorg gefinancierd vanuit persoonsgebonden budgetten. Integriteit van de aanbieder krijgt daarin een prominentere plaats en er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de voorwaarden van de Wtza-vergunning. 
    • Strengere integriteitseisen voor eigenaren, toezichthouders en bestuurders die verantwoordelijk zijn voor de besteding van publiek zorggeld in de vorm van een verplichtstelling van een VOG.
    • Een fysieke gesprek voorafgaand aan vergunningverlening. 
       
  • Verbeterde gegevensuitwisseling 
    • De Verzamelwet gegevensverwerking IV waardoor de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (‘Wbsrz’) - die op 1 januari 2025 inwerking is getreden veel hardnekkige knelpunten in gegevensuitwisseling heeft opgelost - ook gaat gelden voor de forensische zorg. Daarnaast bevat de wet een wijziging van de Wtza op grond waarvan de gegevensdeling tussen het CIBG, de IGJ, de NZa, zorgverzekeraars en zorgkantoren wordt verbeterd. Zo kunnen de IGJ en de NZA het volledige toelatingsvergunningaanvraagformulier ontvangen en wordt het voor partijen inzichtelijk wanneer een toelatingsvergunning wordt ingetrokken of geweigerd. 
    • Regelgeving die het mogelijk maakt dat de betrokken actoren gegevens met elkaar kunnen uitwisselen tijdens lopende fraudeonderzoeken.
       
  • Meer transparantie over de declaratie
    • In het AZWA is afgesproken om te verkennen of en hoe de declaratievoorschriften kunnen worden aangepast. Daarbij wordt gedacht aan een verplichting om op declaraties de AGB-code en de naam van de onderaannemer te vermelden. Als voor zorgverzekeraars duidelijker wordt wie de zorg daadwerkelijk levert, krijgen zowel inkopende partijen als toezichthouders beter zicht op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geleverde zorg. Zorgverzekeraars Nederland onderzoekt momenteel of dit juridisch haalbaar is en wat de gevolgen zijn voor de regeldruk.
       
  • Stoppen en bestraffen van zorgfraude door inzet AZWA-middelen
    • Intensivering van de bestuursrechtelijke aanpak door de toezichtcapaciteit uit te breiden. Zo kan er vaker en gerichter gebruik worden gemaakt van het handhavingsinstrumentarium.
    • Intensivering van de strafrechtelijke aanpak door de opsporingscapaciteiten van de recherche uit te breiden. Ook wordt ingezet op een nauwere ketensamenwerking door onder andere de recherche zorgfraude en de politie. Hierdoor wordt expertise beter benut.
       
  • Monitoring kleine zorgaanbieders
    • In de fraudetoets signaleert de NZa dat het risico op fraude bij micro zorgaanbieders mogelijk hoger is. Dit terwijl de openbare jaarverantwoording voor microzorgaanbieders in omvang is beperkt en slechts gedeeltelijk openbaar gemaakt, om de administratieve lasten te beperken. Het kabinet blijft een goede balans tussen regeldruk en een goede informatiepositie monitoren. 
       
  • Het vergroten van bewustwording en alertheid, want vertrouwen is een belangrijk fundament van het zorgstelsel, door het instellen van kennissessies en bewustwording campagnes

Hervormingen in het zorgstelsel en zorgfraude en afspraken uit het coalitieakkoord

Naast specifieke maatregelen om zorgfraude te voorkomen, op te sporen en aan te pakken, wordt ook ingezet op bredere hervormingen binnen het zorgstelsel. Deze moeten de weerbaarheid tegen fraude en oneigenlijk gebruik van zorggeld versterken. Het kabinet blijft in dat verband inzetten op het terugdringen van niet-passende en niet-effectieve zorg. Zo ontstaat er meer inzicht in afwijkende zorgverlening en declaratiepatronen. 

Ook duidelijke en aangescherpte normen voor verantwoord ondernemerschap in de zorg moeten bijdragen aan het tegengaan van aanbieders met verkeerde intenties. Denk aan eisen rond integere bedrijfsvoering, financiële transparantie, winstuitkering en vergunningverlening en -intrekking. Deze randvoorwaarden zijn opgenomen in het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (‘Wibz’). De Tweede Kamer wordt op zijn vroegst in week 29 (deze week) geïnformeerd over mogelijke aanscherpingen van dit voorstel. Het initiële plan was om voor de zomer meer informatie voorhanden te hebben. 

Het beëindigen van de vergoedingsverplichting van niet-gecontracteerde zorg heeft ook een zorgfraude element. Waarbij niet gezegd is dat hier een directe relatie tussen bestaat. Wel blijkt uit de uitvoeringspraktijk dat er bij niet-gecontracteerde zorg grotere risico’s op onrechtmatigheden zijn. Er ontbreken immers afspraken tussen partijen over kwaliteit, doelmatigheid, informatie-uitwisseling en controle. In deze lijn gaat het kabinet ook verkennen of zorg in natura de voorliggende leveringsvorm kan worden in plaats van persoonsgebonden budget. 

Tot slot

In de Kamerbrief wordt ook nog gesproken over de aanstaande wetsevaluatieverplichting van de Wtza. Gezien de Wtza één jaar na inwerkingtreding is getoetst door middel van de invoeringstoets en daaropvolgend aanpassingen zijn doorgevoerd ook nog in 2025 is het niet opportuun de wet nu te evalueren. Naar verwachting zal er in 2029 een externe evaluatie worden uitgevoerd. 

Wij houden verdere ontwikkelingen in de gaten. 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief