WAM-verzekering

Verkeersrisico of werkmaterieelrisico?

Een ongeval met een vorkheftruck was aanleiding voor de Hoge Raad om uitspraak te doen over de reikwijdte van de WAM-dekking. Vallen ongevallen met werktuigen nu altijd onder het verkeersrisico (WAM) of blijft ook het werkmaterieelrisico bestaan?

De feiten

Een bedrijf uit Nederland heeft werkzaamheden verricht in Frankrijk voor een opdrachtgever. Tot de werkzaamheden behoort het verplaatsen van betonnen elementen met een vorkheftruck in een loods.  Voor de vorkheftruck was een verzekering voor het Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM)-risico afgesloten. Onder de dekking van deze polis viel de aansprakelijkheid op grond van de WAM in de EU en een werkmaterieeldekking voor andere landen dan Frankrijk.

Bij een manoeuvre van de vorkheftruck voor het verplaatsen van de betonnen elementen is een betonnen element geraakt, dat is omgevallen en terechtgekomen op de benen van een slachtoffer.  Het slachtoffer wil zijn schade vergoed hebben van het Nederlandse bedrijf dat de heftruck (met chauffeur) had verhuurd. Het aangesproken bedrijf roept de verzekeraar in vrijwaring op.  Het wil dat de verzekeraar de schade van het slachtoffer vergoedt op grond van de afgesloten WAM-verzekering.

De verzekeringspraktijk

Verzekeraars plegen onder de AVB-dekking een uitsluiting voor motorrijtuigen op te nemen en bieden voor die risico’s een WAM-dekking en/of een werkmaterieeldekking aan. De daaraan ten grondslag liggende gedachte is dat de risico’s van motorrijtuigen zodanig zijn dat deze niet onder een algemene aansprakelijkheidsverzekering worden geschaard. Voor verkeersrisico’s waartoe motorrijtuigen aanleiding kunnen geven, geldt daarom een specifieke WAM-dekking. Wordt het motorrijtuig ingezet als werkmaterieel en levert het dan geen verkeersrisico op, dan geldt de werkmaterieeldekking.

Het juridisch kader

WAM-richtlijn

De WAM-verzekering dekt op grond van art. 3 lid 1 WAM dekking de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe ‘een motorrijtuig in het verkeer aanleiding kan geven’. Aangezien dit artikel voortkomt uit een Europese richtlijn, de zogenaamde WAM-richtlijn, dient art. 3 lid 1 WAM in overeenstemming met die richtlijn te worden uitgelegd. Iedere lidstaat dient de nodige maatregelen te treffen opdat de wettelijke aansprakelijkheid met betrekking tot de deelneming aan het verkeer van voertuigen die gewoonlijk op zijn grondgebied zijn gestald, door een verzekering is gedekt. Om een onderscheid te maken tussen WAM-risico’s en werkmaterieelrisico’s wordt aangesloten bij de tot dusverre bestaande en in Nederland gevolgde rechtspraak van het Benelux Gerechtshof d.d. 23 oktober 1984, VR 1985, 1 (Visser/Centraal Beheer), bepalende dat het zogenoemde WAM-risico zich alleen maar voordoet wanneer de schade wordt veroorzaakt op een wijze die karakteristiek is voor deelname aan het verkeer.

Wat vond de rechtbank?

Het ‘aantikken’ door een heftruck van een betonnen element, waarbij met de lepel van de heftruck tegen dat element wordt gestoten als gevolg waarvan het omvalt, werd door de rechtbank in deze zaak niet gezien als een handelwijze die karakteristiek is voor deelname aan het verkeer.

Europese rechtspraak

Het Europese Hof van Justitie heeft in 2015 benadrukt dat het begrip ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’ in de gehele Europese Unie uniform te worden uitgelegd. Het Europese Hof van Justitie heeft dat begrip in twee uitspraken verduidelijkt.

In het Vnuk-arrest uit 2015 heeft dit hof bepaald dat een tractor met aanhangwagen aan de definitie van voertuig in de zin van art. 1, punt 1, van de richtlijn beantwoordt. Aanleiding tot deze uitspraak vormde het gegeven dat sommige lidstaten hun nationale wetgeving zodanig hebben ingericht, dat de verzekeringsplicht op grond van de WAM-Richtlijn, alleen geldt voor gebruik van een motorrijtuig op de openbare weg. Het hof heeft met zijn uitleg bepaald dat een WAM-verzekeringsplicht niet beperkt is tot de openbare weg. Dat een tractor ook kan worden gebruikt als landbouwwerktuig is niet van invloed op de vaststelling dat een tractor onder het begrip voertuig valt. Het hof is van mening dat er sprake is van ‘deelname aan het verkeer van een voertuig’ als een tractor met een aanhangwagen een manoeuvre uitvoert op een binnenplaats van een boerderij om een schuur binnen te rijden. Het gebruik van het voertuig moet daarbij overeenstemmen met de gebruikelijke functie van dat voertuig. Het hof lijkt daarbij met name het oog te hebben op het vervoeren. Het begrip ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’ is dus niet beperkt tot situaties in het wegverkeer, maar daaronder valt elk gebruik in overeenstemming met de gebruikelijke functie van dit voertuig.

Het Rodrigues de Andrade-arrest uit 2017 bracht verdere verduidelijking. Het ging om een ongeval op een landbouwbedrijf. Een landbouwtractor stond stil, terwijl de motor draaide ter aandrijving van een pomp voor het sproeien van een bestrijdingsmiddel. Ieder gebruik van een voertuig als vervoermiddel valt onder ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’. Vervolgens moet worden bekeken of een voertuig dat bestemd is om niet alleen gewoonlijk als vervoermiddel te worden gebruikt, maar in bepaalde omstandigheden ook als werktuig, op het moment van het ongeval voornamelijk als vervoermiddel werd gebruikt, of als werktuig, in welk geval het betreffende gebruik niet valt onder ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’. In een concreet geval moet dus beoordeeld worden of het gebruik tijdens een ongeval voornamelijk verband houdt met de functie als werktuig of als vervoermiddel. Gaat het niet om de functie vervoermiddel, maar om die van werktuig, dan valt deze niet onder de WAM-dekking.

De Hoge Raad

De Hoge Raad moest oordelen over de beslissing van het hof met betrekking tot de heftruck die tijdens een manoeuvre om een betonnen plaat te verplaatsen, die plaat aantikte waardoor deze omviel. Het hof is van oordeel dat uit de toedracht met de vorkheftruck volgt dat sprake is van schade die ‘in het verkeer’ is ontstaan door een daarvoor verzekerd voertuig. Het begrip ‘deelneming aan het verkeer van voertuigen’ omvat immers mede ‘elk gebruik van een voertuig dat overeenstemt met de gebruikelijke functie ervan’. Voldoende was dus dat de heftruck werd gebruikt in overeenstemming met de gebruikelijke functie ervan.

De Hoge Raad is bijzonder kort. In één rechtsoverweging doet de Hoge Raad de zaak af.

Het hof heeft in de zin van de WAM-richtlijn geoordeeld dat een vorkheftruck bestemd is om gewoonlijk als vervoermiddel te worden gebruikt, aldus de Hoge Raad. Op grond van de omstandigheden heeft het hof vervolgens geoordeeld dat de vorkheftruck tijdens het uitvoeren van de manoeuvre als vervoermiddel diende. Het gaat om de omstandigheden (i) dat de manoeuvre werd uitgevoerd bij het voorgenomen vervoeren van een betonnen element waarmee elders in de loods een wand werd opgebouwd en (ii) dat het ongeluk is ontstaan doordat de chauffeur bij het naar voren rijden van de vorkheftruck met de lepels daarmee in aanraking is gekomen. Volgens de Hoge Raad ligt in het oordeel van het hof besloten dat het gebruik dat van de vorkheftruck werd gemaakt ten tijde van het ongeval niet de werktuigfunctie betrof. Daarmee valt het ongeval met de vorkheftruck onder de reikwijdte van de WAM.

Commentaar

De beslissing van het hof dateert van 6 december 2016, dus van vóór de verduidelijking van het Rodrigues de Andrade-arrest uit 2017. Het is daarom opmerkelijk dat de Hoge Raad in de rechtsoverwegingen van het bestreden arrest van het hof leest dat deze heeft geoordeeld conform het Rodrigues de Andrade-arrest of het gebruik van de vorkheftruck voornamelijk verband houdt met de functie als werktuig of als vervoermiddel.

Door niet van het hof te vragen deze afweging alsnog te maken, kunnen vraagtekens gezet worden bij het arrest van de Hoge Raad. Vindt de Hoge Raad dat de afweging in het concrete geval snel gemaakt kan worden en dat het oordeel eenvoudigweg moet luiden dat er sprake is van de functie als vervoermiddel? Is dit de lijn die de Hoge Raad wil uitzetten? Daarmee zou namelijk de in Nederland bestaande verzekeringspraktijk waarin het WAM-risico en het werkmaterieelrisico apart verzekerd zijn niet meer dezelfde betekenis hebben als tot nu toe het geval was. Die is immers nog gebaseerd op de beoordeling of er sprake is geweest van een risico dat het gevolg is van een typische verkeersgedraging, een criterium dat ook het Europese hof in 2017 heeft bevestigd.

Of, en dat is een andere mogelijkheid, de Hoge Raad vindt dat in de feiten zo overduidelijk besloten ligt dat er sprake is van de functie vervoermiddel en niet van de functie werktuig, dat hij de zaak zonder enige twijfel kan afdoen. Maar ook volgens de benadeelde zelf was het ongeluk ontstaan omdat de heftruck een betonnen element aantikte. Er bleek dus niet (zondermeer) van vervoer of van een typisch aan het verkeer verbonden gedraging. Bovendien had het hof geoordeeld dat het niet uitmaakte of de heftruck aan het rijden was of niet. Dus ook als de heftruck geen typische verkeersgedraging uitvoerde, heeft de WAM te gelden – omdat de heftruck werd gebruikt in overeenstemming met de gebruikelijke functie ervan.

In tegenspraak hiermee lijken de feiten en de beoordeling daarvan in een eerdere uitspraak betreffende een vorkheftruck van de Hoge Raad: HR 7 februari 1986, NJ 1986, 459 (Visser/Centraal Beheer):

“De enkele omstandigheid dat tijdens de schadeveroorzaking het motorrijtuig zich bij het verrichten van de desbetreffende werkzaamheden met behulp van zijn wielen verplaatste ten einde de juiste positie in te nemen, brengt nog niet mee dat de schadeveroorzaking in het verkeer plaatsvond; zulks zal met name niet het geval zijn, als het zich verplaatsen van het motorrijtuig redelijkerwijs slechts gezien kan worden als een onderdeel van de manoeuvre waarbij het motorrijtuig als ‘werktuig’ wordt gebezigd en als de schade niet is veroorzaakt op een wijze die overigens karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer.

Vaststaat dat het hier gaat om een vorkheftruck, zijnde een motorrijtuig dat niet alleen is ingericht voor verplaatsen van goederen over wegen of terreinen, maar ook om te dienen als werktuig voor andere verrichtingen dan zodanig vervoer. Uit het antwoord van het Benelux-Gerechtshof op de tweede door de HR gestelde vraag vloeit voort dat wanneer een zodanig motorrijtuig bij het zich verplaatsen schade veroorzaakt, deze schadeveroorzaking slechts kan gelden als in het verkeer veroorzaakt in de zin van de art. 2 lid 1 en 3 lid 1 WAM, indien deze schade is veroorzaakt op een wijze die karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer. Aan dit vereiste is volgens dit antwoord niet reeds voldaan, indien het motorrijtuig zich tijdens de schadeveroorzaking met zijn wielen verplaatst, met name niet als dit zich verplaatsen redelijkerwijs slechts kan worden gezien als een onderdeel van de manoeuvre waarbij het motorrijtuig als werktuig wordt gebezigd.

De door het hof vastgestelde feiten laten geen andere conclusie toe dan dat in het onderhavige geval aan voormelde vereiste niet is voldaan. ‘s Hofs vaststellingen komen immers hierop neer dat de vorkheftruck ter plaatse waar en op het moment waarop het ongeval geschiedde, in het bedrijf van Koen Visser Produkten BV aanwezig was als werktuig, bezig met hef- en stapelwerkzaamheden; dat de vorkheftruck zich toen wel met zijn wielen verplaatste, doch slechts ten einde een juiste positie in te nemen, opdat de omhoog geheven pallet met balen rijst op een andere pallet (derde laag) kon worden geplaatst; en dat toen de balen rijst die op de omhoog geheven pallet of op de reeds geplaatste pallet van de derde laag stonden, zijn gaan schuiven, waardoor een aantal balen door een scheidingswand naar beneden zijn gevallen en Henneke Visser die daar werkzaamheden aan de lopende band verrichtte, hebben gewond.”

Een tractor met aanhanger is een verzekeringsplichtig motorrijtuig als deze een manoeuvre uitvoert, zo maakte het Europese Hof van Justitie in de Vnuk-zaak uit. De betreffende tractor reed achteruit een stal in. Dat lijkt karakteristiek voor deelname aan het verkeer. Geldt dat nu dus ook al voor een vorkheftruck die enkel de lading op wil pakken en daarbij de lading aantikt waardoor schade ontstaat? De Hoge Raad schept hiermee geen duidelijkheid.

Heeft u vragen over de gevolgen van deze uitspraak voor de reikwijdte van de WAM-dekking en het werkmaterieelrisico? Neem dan contact op met één van onze gespecialiseerde aansprakelijkheid, verzekering & vervoeradvocaten: Martine Bouman of Barend Stroetinga

Dit artikel is geschreven door Janet van de Bunt, medewerker van het Wetenschappelijk Bureau van Holla advocaten.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar