Vrije advocaatkeuze: het vervolg

rechter

Eerder schreef ik al een artikel over de vrije advocaatkeuze en wat dit precies inhoudt. Hierop bestaan nieuwe ontwikkelingen, wat reden geeft voor een nieuw artikel met een update.

In mijn eerdere artikel gaf ik al aan dat het Europese Hof van Justitie zich heeft beziggehouden met de vraag over hoe ver de vrije advocaatkeuze bij verzekeraars strekt en zij heeft in 2020 geoordeeld dat het begrip ‘gerechtelijke procedure’ even ruim moet worden uitgelegd als het begrip ‘administratieve procedure’.

In Nederland is, na de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, eerst een geschil met dit onderwerp voorgelegd aan het Kifid (een geschillencommissie dat op verzoek van partijen bindende uitspraken kan doen). Het Kifid heeft in maart 2021 geoordeeld dat het begrip ‘gerechtelijke procedure’ niet kan worden beperkt door een onderscheid te maken tussen een voorbereidende fase en de besluitfase. Elke fase die kán leiden tot een procedure bij de rechter, dus ook een buitengerechtelijke zoals bemiddeling of mediation, valt onder het begrip ‘gerechtelijke procedure’.[2]

Dit heeft als gevolg dat ook zonder een procedure, een verzekerde een vrije advocaatkeuze heeft.

Zoals in mijn vorige artikel aangegeven, heeft de verzekeraar in kwestie beroep ingesteld. Inmiddels is dit beroep behandeld door de beroepscommissie van het Kifid en is er op 29 oktober 2021 uitspraak gedaan.[3] De beroepscommissie komt tot een andere conclusie dan de geschillencommissie in eerste aanleg.

Volgens de beroepscommissie moet de uitspraak van het Europese Hof van Justitie niet zo worden uitgelegd dat er altijd een recht op vrije advocaatkeuze is, maar moet steeds aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval worden bezien of sprake is van een procedure of een fase in een procedure, die in het licht van de context en de strekking van de Europese wetgeving (richtlijn) kan worden aangemerkt als een gerechtelijke of administratieve procedure

Gevolg is dus dat de kosten voor een externe advocaat enkel hoeven te worden vergoed door een verzekeraar, wanneer er sprake is van een procedure. Vooralsnog verwacht ik dat verzekeraars zich derhalve op dit advies van de beroepscommissie zullen beroepen en zullen zij naar verwachting enkel de kosten voor rechtsbijstand voldoen aan een externe advocaat indien er sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat het Kifid geen jurisprudentie betreft van een Nederlandse gerechtelijke instantie. Deze uitspraak is een bindend advies tussen partijen die het geschil hebben voorgelegd aan het Kifid, maar werkt niet zomaar door in het civiele recht. Wel kan een bindend advies, mits feitelijk onderbouwd en consistent, een goede indicatie zijn voor een gerechtelijke instantie om het advies te volgen.

Mogelijk dat dit vraagstuk dus nog een staartje krijgt bij een civielrechtelijke instantie. Wat mij betreft zou dit niet verkeerd zijn, omdat er dan echt duidelijkheid bestaat over hoe de uitspraak van het Europese Hof van Justitie moet worden uitgelegd.

[1] HvJ-EU, 14 mei 2020, ECLI:EU:C:2020:372

[2] Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2021-0300, 31 maart 2021

[3] Uitspraak Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening nr. 2021-0042

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?