Vernieuwde KNMG-meldcode ‘Kindermishandeling en huiselijk geweld’

KNMG-meldcode

In november 2023 heeft artsenorganisatie KNMG een vernieuwde versie van de meldcode ‘Kindermishandeling en huiselijk geweld’ gepubliceerd.

Hoe zit het ook alweer?

Verschillende organisaties in verschillende sectoren zijn verplicht om een meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (‘meldcode’) te hebben. Naast bijvoorbeeld onderwijsinstellingen zijn, waar het gaat om de zorgsector, zorgaanbieders (in de zin van de Wkkgz), jeugdhulpaanbieders (in de zin van de Jeugdwet) en aanbieders van maatschappelijke ondersteuning (in de zin van de Wmo 2015) verplicht om een meldcode vast te stellen.

De meldcode moet voldoen aan een aantal vereisten, die zijn vastgelegd in het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarin staat bijvoorbeeld dat de meldcode een stappenplan moet bevatten. Professionals moeten dat stappenplan volgen bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aanbieders kunnen hun eigen meldcode verder vormgeven, afgestemd op de eigen organisatie, doelgroep en ervaringen.

Vernieuwde KNMG-meldcode

Om de zorgpraktijk te helpen heeft de KNMG in het verleden al een meldcode opgesteld, die nu is geactualiseerd.

In de vernieuwde meldcode zijn duidelijke stappenplan opgenomen, die professionals moeten volgen bij:

  1. (vermoedens van) Kindermishandeling en huiselijk geweld;
  2. Informatieverstrekking op verzoek van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming of Gecertificeerde instelling, of
  3. Informatieverstrekking op verzoek van politie/justitie.

Met de vernieuwde stappenplannen is voor artsen duidelijker welke stappen zij moeten zetten en welke afwegingen in welk geval moeten worden gemaakt. Een belangrijke wijziging is verwerkt in stap 2 van het stappenplan bij (signalen van) kindermishandeling en huiselijk geweld. Voorheen was in stap 2 al verplicht dat de arts anoniem advies vraagt bij Veilig Thuis over de signalen en het doen van een melding. Bij deze stap was aanbevolen om de casus óók anoniem aan een collega voor te leggen. Onder de nieuwe meldcode is het wél verplicht om naast of voorafgaand aan het consulteren van Veilig Thuis de casus anoniem voor te leggen aan een of meer ter zake deskundige collega’s. Denk hier aan een regionaal forensisch arts, een kinderarts of het Centrum Seksueel Geweld.

Daarnaast geeft de meldcode in de bijlagen meer (achtergrond)informatie over het beroepsgeheim, het melden bij en consulteren van Veilig Thuis, voorbeelden en tips voor gesprekken.

Taak voor aanbieders van zorg, jeugdhulp of ondersteuning

Hoewel de KNMG-meldcode zich richt op artsen, wordt deze meldcode veel breder in de zorg gehanteerd. Aanbieders van zorg, jeugdhulp of ondersteuning zijn immers verplicht een meldcode te hebben en de KNMG-meldcode wordt gezien als belangrijke professionele norm. Dat is bijvoorbeeld te zien in de tuchtrechtspraak. Als een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar wordt verweten dat hij onterecht of onzorgvuldig een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis, toetst het tuchtcollege nauwkeurig of de beroepsbeoefenaar het stappenplan van de meldcode goed heeft doorlopen. Zie voor een recent voorbeeld de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 29 januari 2024, waarin een verpleegkundig specialist een melding bij Veilig Thuis had gedaan.

De vernieuwde meldcode is voor zorgaanbieders, jeugdhulpaanbieder en aanbieders van maatschappelijke ondersteuning goede aanleiding om de eigen meldcode weer eens tegen het licht te houden en te bezien of een en ander nog voldoende aandacht krijgt in de organisatie. Aanbieders zijn immers verplicht om de kennis en het gebruik van de meldcode te bevorderen (art. 8 Wkkgz, art. 4.1.7 Jeugdwet en art. 3.3 Wmo 2015).