Update rechtspraak gezondheidsrecht januari 2024

update rechtspraak gezondheidsrecht februari

Deze update omvat een selectie van uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht die in de maand januari op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Elke uitspraak is voorzien van een inhoudsindicatie en een link naar de volledige uitspraak.

Behandelingsovereenkomst

Rechtbank Midden-Nederland 4 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:71

Vervangende toestemming medische behandeling in het kader van de ondertoezichtstelling. Kinderrechter oordeelt dat audiologisch onderzoek en speltherapie in dit geval vallen onder een medische behandeling en dat deze medische behandelingen noodzakelijk zijn om het ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige af te wenden.

Rechtbank Den Haag 28 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18938

Kliniek moet ingevroren embryo’s afgeven aan vrouw, ondanks dat haar overleden echtgenoot daarmee niet uitdrukkelijk heeft ingestemd. Kliniek heeft man en vrouw niet geïnformeerd over de situatie als één van hen voortijdig zou overlijden. Ook zijn zij op het verkeerde been gezet door de overeenkomst die de kliniek gebruikt. Bijzondere omstandigheden van het geval.

Wet marktordening gezondheidszorg

College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:41

Beroep van de ziekenhuizen die samen een Onderwijs- en Opleidingsregio (OOR) vormen tegen een door de minister van VWS voor het jaar 2023 vastgesteld verdeelplan. Met dat verdeelplan heeft de minister het maximale aantal opleidingsplaatsen voor medisch specialisten over de zeven OOR’s binnen Nederland verdeeld. Het College oordeelt dat de minister niet bevoegd is om dat verdeelplan vast te stellen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven 23 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:26

Voor het jaar 2022 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de prestatiebeschrijvingsbeschikking voor de farmaceutische zorg vastgesteld. Ten opzichte van voorgaande prestatiebeschrijvingsbeschikkingen is een zevende facultatieve prestatie (Fp7) toegevoegd aan de lijst met al bestaande facultatieve prestaties. De Fp7 ziet op de begeleiding en het verbeteren van UR-geneesmiddelengebruik in samenwerking met de huisarts, met als doel het optimaliseren van het totale medicatiegebruik van de patiënt. Het geschil gaat over deze Fp7. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) kan zich niet vinden in de toevoeging van de Fp7 aan de prestatiebeschrijvingsbeschikking.

Wet op bijzondere medische verrichtingen

Rechtbank Midden-Nederland 11 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:51

Wet op bijzondere medische verrichtingen, concentratie van interventies bij kinderen met een aangeboren hartafwijking en hoogcomplexe operaties bij volwassenen met een aangeboren hartafwijking in de universitaire medische centra van Rotterdam en Groningen. Beoordeling van de aan de interventiecentra gerichte besluiten en het daaraan ten grondslag gelegde Planningsbesluit.

Wet langdurige zorg

Rechtbank Gelderland 13 december 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6751

Afwijzing zorgovereenkomst (zorgverlener verleent geen kwalitatief verantwoorde en doelmatige Wlz-zorg). Het zorgkantoor was bevoegd de zorgovereenkomst af te wijzen. Artikel 5.16 tweede en vierde lid van de Rlz en systematiek van de Wlz. Belangenafweging onvoldoende zorgvuldig. Gegrond, nieuw besluit op bezwaar.

Rechtbank Den Haag 26 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:867

Kort geding. Inkoopprocedure Wlz-zorg. Twee zorgkantoren hebben naar aanleidingen van twee vonnissen van de voorzieningenrechter van 31 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:20567 en ECLI:NL:RBDHA:2023:16336) hun beleid ten aanzien van het systeem van het historisch laag tarief gewijzigd. Twee zorgaanbieders, die ieder met een van de zorgkantoren een contract willen sluiten en van hen een historisch laag tarief aangeboden hebben gekregen, zijn van mening dat met de wijzigingen de onrechtmatigheid van het beleid nog niet is weggenomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat een van de twee eiseressen, die vorderingen heeft ingesteld tegen Menzis, haar recht heeft verwerkt om bezwaar te maken tegen het gewijzigde beleid. De vorderingen van de andere eiseres, gericht tegen VGZ, zijn niet voor toewijzing vatbaar.

Materiële controle

Rechtbank Den Haag 3 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:703

Kort geding. Een volledige terugvordering (c.q., verrekening, c.q. opschorting van de betaling) van de door eiseres ingediende zorgdeclaraties, voordat de omvang van de vordering van gedaagde in een bodemprocedure is vastgesteld, is te ver strekkend en in de gegeven omstandigheden niet gerechtvaardigd. Er is een reële kans dat de argumenten van eiseres in een bodemprocedure (grotendeels) zullen slagen. Daarbij wordt meegewogen dat gedaagde kennelijk niet alle relevante informatie uit de cliëntenrapportages en dagrapportages van eiseres bij de materiële controle heeft betrokken of kunnen betrekken en dat de door gedaagde genomen maatregelen impact hebben op de bedrijfsvoering van eiseres.

Aansprakelijkheid

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 januari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:67

Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Het plaatsen van implantaten in het gebit. Gedaagde doet een beroep op wanprestatie maar verbindt hier verder geen rechtsgevolgen aan. Gedaagde moet dan ook zijn betalingsverplichtingen nakomen aangezien hij niet heeft betwist dat eiser de behandeling heeft uitgevoerd.

Rechtbank Limburg 12 oktober 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:6064

In deze zaak gaat het om de vraag of verweerster, die huisarts is, ten opzichte van verzoekster aansprakelijk is vanwege tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelovereenkomst (6:74 BW jo. 7:453 BW). Daarbij gaat het in deze zaak om de vraag of verweerster verzoekster met spoed had moeten doorverwijzen naar een specialist voor onderzoek naar mogelijke longembolieën. Verweerster heeft dat niet gedaan terwijl verzoekster wel longembolieën bleek te hebben. De kantonrechter verklaart voor recht dat verweerster aansprakelijk is voor de gevolgen van het niet doorverwijzen.

Rechtbank Amsterdam 24 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8252

Een patiënt is ontevreden over de behandeling die zijn tandarts heeft uitgevoerd en vordert de behandelkosten terug. Het is niet duidelijk of de tandarts zijn zorgplicht heeft geschonden. Hoe dan ook zijn de behandelkosten geen schade als gevolg van die gestelde zorgplichtschending. De vordering lijkt meer op een ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding, maar dat heeft de patiënt expliciet niet gevorderd. Ook het smartengeld en de buitengerechtelijke kosten worden afgewezen omdat de patiënt daarover al een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten met de verzekeraar van de tandarts.

Rechtbank Den Haag 18 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13983

Partijen zijn gebonden aan de inhoud van rapport van de door de rechtbank benoemde deskundige. Bezwaren tegen rapportage zijn niet voldoende steekhoudend. Ziekenhuis is aansprakelijk voor de gevolgen van delay.

Rechtbank Noord-Holland 5 juli 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6383

‘Kraken’ van de nek door manueel therapeut. Tractie manipulatie was niet geïndiceerd volgens de geldende professionele standaard. De manueel therapeut is aansprakelijk voor de schade als gevolg van de behandeling. Verwijzing naar de schadestaat.

Geneesmiddelenwet

Parket bij de Hoge Raad 22 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1212

Apotheekbereiding; voorwaarden vrijstelling fabrikantenvergunning en handelsvergunning; kwantitatief criterium; richtlijnconforme uitleg (art. 3 lid 2 en art. 40 lid 2 Richtlijn 2001/83/EG).