Tekengeld door Belgische BVO uitgeleende voetballers in Nederland belast

Tekengeld door Belgische BVO uitgeleende voetballers in Nederland belast

Recent heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden arrest gewezen met betrekking tot de fiscale behandeling van tekengelden van drie uitgeleende voetballers. In deze procedure betrof het voetballers die door een Belgische betaaldvoetbalorganisatie (‘BVO’) aan een Nederlandse BVO werden uitgeleend. Gedurende de uitleenperiode bleven de voetballers in België wonen en ontvingen zij periodieke tekengelden naast hun reguliere salaris. Eén van de voetballers genoot bovendien loon in de vorm van een bedrag aan tekengeld ineens, kort vóór de uitleenperiode.

Buitenlandse activiteiten: welk land heeft het heffingsrecht?

Op het loon dat voetballers ontvangen voor activiteiten buiten hun woonland is het artiesten- en sportersartikel uit het Belastingverdrag Nederland-België van toepassing. Dit artikel ziet niet slechts op kortdurende evenementen, maar is ook van toepassing op vergoedingen voor langdurige werkzaamheden. In het kader van de werkzaamheden van de voetballers bepaalt dit artikel dat inkomsten moeten worden belast waar de persoonlijke activiteiten van de voetballer plaatsvinden.

Tekengelden een beloning voor werkzaamheden?

Op basis van de omstandigheden dient te worden beoordeeld op welke werkzaamheden de tekengelden betrekking hebben. In de procedure bij Hof Arnhem-Leeuwarden werden de periodieke tekengelden beoordeeld als beloning voor de werkzaamheden die de voetballer naar verwachting in de contractperiode zal verrichten. Het uitlenen van de betreffende voetballer aan een andere (buitenlandse) BVO en de daartoe aanvullende overeenkomsten maken dat niet anders. De overeengekomen werkzaamheden blijven namelijk dezelfde als tussen BVO-werkgever en voetballer-werknemer afgesproken, waarvoor onder meer het tekengeld overeengekomen is. De periodieke tekengelden waren daarom belast in het werkland (Nederland). Op basis van de omstandigheden oordeelde het hof tevens dat het door één van de voetballers ontvangen bedrag ineens ook betrekking had op de uitleenperiode en derhalve in het werkland (Nederland) belast is.

Genietingsmoment is het beoordelingsmoment

De fiscale behandeling van een loonbetaling moet worden beoordeeld op het tijdstip dat dit loon wordt genoten. De omstandigheden die op dat moment bekend zijn, spelen een rol in de fiscale behandeling. Dat op het moment van het sluiten van de arbeidsovereenkomst niet vaststond waar de werkzaamheden zouden worden verricht, is dan niet van belang. Op het moment dat de vergoeding wordt genoten dient aldus te worden beoordeeld op welke werkzaamheden de vergoeding betrekking heeft. Dit betekent tevens dat heffing over een reeds genoten en belaste tekenvergoeding die betrekking heeft op de gehele contractduur, niet opnieuw beoordeeld kan worden als de voetballer later – onvoorzien op het genietingsmoment – aan een buitenlandse club wordt uitgeleend.

Conclusie

Het land waar het loon van een voetballer is belast, wordt bepaald aan de hand van de werkzaamheden waar het loon op ziet en in welk(e) land(en) de voetballer in de periode werkte. Dit geldt voor zowel het reguliere salaris als tekengeld. Voor zover tekengeld betrekking heeft op een uitleenperiode in het buitenland zijn deze inkomsten in het werkland belast, ongeacht waar de voetballer in de periode woont.