Subsidies en circulariteit: geen staatssteunmelding bij de Europese Commissie vereist?

Wanneer de overheid subsidie aan uw onderneming verleent is het van belang nauwgezet te analyseren of deze overheidssteun als ongeoorloofde staatssteun kwalificeert. Indien het gaat om ‘circulaire subsidies’ doet de overheid in veel gevallen een beroep op een vrijstelling uit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV).

AGVV

Indien een geslaagd beroep op de AGVV kan worden gedaan hoeft een te verlenen subsidie niet vooraf, ter goedkeuring, te worden aangemeld bij de Europese Commissie. Wanneer het gaat om circulaire subsidies kunnen diverse artikelen uit de AGVV van toepassing zijn. In het oog springende en met regelmaat toegepaste vrijstellingsbepalingen zijn opgenomen in deel 4 van de AGVV (steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie):[1]

  • steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (artikel 25). Als voorbeeld dient een subsidieverleningsbeschikking van 16 juli 2021 waarmee het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat subsidie verleent van maximaal € 1.071.250,- voor het project circulair textiel; [2]
  • investeringssteun voor onderzoeksinfrastructuur oftewel steun voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur (artikel 26);
  • steun voor innovatieclusters, dat wil zeggen groeperingen van onafhankelijke ondernemingen die in een bepaalde sector of regio actief zijn en als doel hebben innovatieve activiteiten te stimuleren door onder meer faciliteiten te delen en de uitwisseling van kennis en deskundigheid te bevorderen (artikel 27);
  • innovatiesteun voor kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (artikel 28);
  • steun voor proces- en organisatie-innovatie (artikel 29). Onder procesinnovatie verstaat de AGVV de toepassing van een nieuwe of sterk verbeterde productie- of leveringsmethode. Onder organisatie-innovatie wordt de toepassing van een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, de organisatie op de werkvloer of in de externe betrekkingen van een onderneming verstaan. De reikwijdte is zeker niet onbeperkt: zo kan artikel 29 ten aanzien van procesinnovatie bijvoorbeeld niet worden toegepast voor geringe veranderingen of verbeteringen, verhogingen van de productie- of dienstverleningscapaciteit door de toevoeging van productie- of logistieke systemen die sterk lijken op die welke reeds in gebruik zijn. Ook voor het verhandelen van nieuwe of sterk verbeterde producten is deze uitzondering niet te gebruiken.

In het kader van artikel 25 (steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten) moet allereerst worden vastgesteld of de gesubsidieerde activiteit valt binnen de categorieën fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie. Afhankelijk van de categorie is een specifieke steunintensiteit opgenomen. De AGVV bepaalt welke kosten voor steun in aanmerking komen. Denk hierbij aan personeelskosten, kosten van apparatuur en uitrusting en van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. De AGVV schrijft vervolgens ook voor tot welk percentage de kosten vergoed kunnen worden (bijvoorbeeld maximaal 50% van de in aanmerking komende kosten voor industrieel onderzoek).

Motivering toepasselijkheid vrijstellingsbepaling uit de AGVV

In de subsidieverleningsbeschikking zal de subsidieverstrekker motiveren waarom een vrijstellingsbepaling uit de AGVV van toepassing is. In de eerder aangehaalde subsidieverleningsbeschikking van het ministerie van I&W voor het project circulair textiel wordt het beroep op artikel 25 AGVV als volgt gemotiveerd:

“Binnen uw aanvraag is sprake van zowel industrieel onderzoek als experimentele ontwikkeling in de zin van artikel 25 van de AGVV. Op grond van artikel 25, lid 5, onder b) en c) mag met de steun op basis van de AGVV tot 50 respectievelijk 25 procent van de subsidiabele kosten worden vergoed. Bovendien mag de steun met 20 procent worden verhoogd gezien uw kmo-status onder de AGVV (artikel 25, lid 6(a) AGVV). Op basis van de gegevens in uw subsidieaanvraag, waaruit blijkt dat de door u gevraagde subsidie minder is dan 45 dan wel 70 procent van de in aanmerking komende kosten, conform artikel 25 van de AGVV, bedraagt de subsidie € 1.071.250,-waarvan € 1.047.725 voor industrieel onderzoek en € 23.525 voor experimenteel onderzoek.”

Risico van de steunontvanger

De subsidieverleningsbeschikking zal, indien een beroep wordt gedaan op de AGVV, in kennis worden gesteld van de Europese Commissie. Dit is iets anders dan een aanmelding voor goedkeuring. Gedurende 10 jaar kan de Europese Commissie de verleende subsidie controleren.

Zelfs als de overheid tot de conclusie komt dat de steun in kwestie staatssteun-proof is en dus niet hoeft te worden aangemeld bij de Europese Commissie, is het – zeker als het om een grote subsidie gaat – raadzaam dit ook zelf te toetsen. Het risico ligt namelijk primair bij de subsidie-ontvangende onderneming: blijkt de steun binnen 10 jaar (bijvoorbeeld door tussenkomst van de Europese Commissie) toch aanmeldingsplichtig te zijn, dan zal de subsidie (inclusief rente) moeten worden teruggevorderd. Daar zit u natuurlijk niet op te wachten.

 

[1] Zie ook deel 7 AGVV (steun voor milieubescherming). Ook in de daarin vermelde vrijstellingsbepalingen worden de categorieën, de voor vergoeding in aanmerking komende kosten en de intensiteit van de steun vermeld.

[2] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/staatssteun/documenten/besluiten/2021/07/16/subsidieverlening-voor-project-circulair-textiel

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?