NZa legt zorgbestuurder persoonlijke boete op

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in augustus een zorgbestuurder een boete van 24.300 euro opgelegd, naast een boete van 81.000 euro voor de zorginstelling zelf.

De zorgorganisatie in kwestie, een besloten vennootschap, betreft een instelling voor wijkverpleging die volgens de NZa haar administratie niet op orde heeft, waardoor niet is te achterhalen welke zorg daadwerkelijk aan cliënten is geleverd. De NZa vindt dat de instelling niet aan haar administratieverplichtingen heeft voldaan, zoals die volgen uit artikelen 35 en 36 van de Wet marktordening gezondheidzorg (Wmg) en de hierop gebaseerde artikelen 4.1 en 4.2 van de Regeling verpleging en verzorging.

Naast een boete voor de instelling is ook aan de bestuurder een boete opgelegd. Reden hiervoor is dat de NZa de instelling al eerder een aanwijzing had opgelegd vanwege een ondeugdelijke administratie. Sindsdien had de bestuurder te weinig gedaan om de administratie te verbeteren.

Dit is de tweede keer dat de NZa een bestuurder een aparte boete oplegt. De eerste keer -ook een instelling voor wijkverpleging- waren onrechtmatige declaraties en het voeren van een onvolledige, onjuiste en niet actuele administratie de aanleiding. De bestuurder in kwestie kreeg een boete van 66.000 euro opgelegd.

De NZa hanteert het beleid dat bestuurders, feitelijk leidinggevenden en andere natuurlijke personen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld die ingevolge artikel 5.1, derde lid, van de Awb (mede) verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor een overtreding ingevolge de Wmg. Dit uitgangspunt is vastgelegd in artikel 4.4 van de Beleidsregel bestuurlijke boete Wmg 2018. Dat het bestuur toe moet zien op een goede administratieve organisatie en interne controle, met als doel een juiste registratie en declaratie van de geleverde zorg, is ook onderdeel van het Kader Goed Bestuur van de IGJ en de NZa. In dit Kader is uiteengezet wat van bestuurders en interne toezichthouders wordt verwacht.

Tegen een opgelegde boete kan binnen zes weken na bekendmaking bezwaar worden gemaakt. Bezwaren kunnen worden gericht tegen de (vermeende) gronden voor het opleggen van de boete maar ook tegen de hoogte van de boete. Zo kan een overtreding te zwaar zijn gewaardeerd. Ook kunnen boeteverhogende of -verlagende omstandigheden ten onrechte (niet) zijn meegenomen. Of het maken van bezwaar kans van slagen heeft, zal per geval moeten worden beoordeeld.

 

 

 

 

 

 

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?