Nieuws

Update rechtspraak Gezondheidsrecht april 2026

Gepubliceerd op 6 mei 2026

Update rechtspraak Gezondheidsrecht april 2026

Deze update omvat een selectie van uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht die in de maand april op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Elke uitspraak is voorzien van een inhoudsindicatie en een link naar de volledige uitspraak.

Rechtbank Amsterdam 13 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2913

Publicatiedatum: 3 april 2026

De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van een schadevergoeding af omdat geen sprake is van onrechtmatige daden. De zorgaanbieder mocht aan de bewoner een andere woning aanbieden en vervolgens is de bewoner zelf vertrokken. Verder heeft de zorgaanbieder de zorgovereenkomst rechtsgeldig opgezegd, omdat de bewoner geen medewerking meer verleende aan de zorg en de zorgaanbieder heeft voldaan aan de zorgvuldigheidvereisten. Ook mocht de zorgaanbieder overgaan tot het weggooien van de spullen van de bewoner, omdat deze een jaar in een opslag zijn bewaard, maar niet zijn opgehaald.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1943

Publicatiedatum: 8 april 2026

Aanbieders van hulpmiddelen voor verschillende luchtwegaandoeningen vinden contractuele tarieven van ONVZ niet reëel en kostendekkend en vragen aanpassing. De voorzieningenrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat in de markt waarin partijen opereren, sprake is van afhankelijkheid van de hulpmiddelenaanbieders ten opzichte van ONVZ. Ten aanzien van vier contracten heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de door ONVZ voor 2025 gehanteerde tarieven niet kostendekkend zijn. Voor die vier contracten moet ONVZ haar tariefverlaging voor 2025 ten opzichte van 2024 ongedaan maken en vervolgens met anders indexeren. Voor de overige contracten werden de vorderingen afgewezen. In hoger beroep oordeelt het Hof dat voorshands niet aannemelijk is geworden dat hulpmiddelenaanbieders afhankelijk zijn van ONVZ en contracteervrijheid voorop staat. Het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de belangenafweging leidt niet tot ingrijpen.

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

Publicatiedatum: 14 april 2026

De raadkamer van de rechtbank verklaart het klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen het vrijgeven van een bandopname van een meldkamergesprek gegrond. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maken dat het verschoningsrecht moet worden doorbroken. De inschatting van klager dat toestemming van het slachtoffer niet kan worden verondersteld acht de rechtbank niet kennelijk onredelijk.

Rechtbank Rotterdam 1 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3646

Publicatiedatum: 29 april 2026

Geschil tussen een kaakchirurg en een ziekenhuis wat betreft de opzegging samenwerkingsovereenkomst.  De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van de vorderingen die verband houden met de opzegging. Een arbitraal vonnis van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg, dat gezag van gewijsde heeft tussen de partijen in deze procedure, staat daaraan in de weg. De toegangsontzegging beoordeelt de rechtbank als onrechtmatig, hiervoor wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. Het ziekenhuis is niet onrechtvaardig verrijkt door de verkoop van de kaakchirurgiepraktijk zonder afdracht van een vergoeding voor goodwill aan (het oude samenwerkingsverband van) de kaakchirurg. Incidentele vordering op grond van artikel 843a (oud) Rv is niet toewijsbaar.

Rechtbank Den Haag 4 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5069

Publicatiedatum 24 april 2026

Een zorgaanbieder van wijkverpleging is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele en wettelijke verplichtingen door niet (voldoende) mee te werken aan materieel onderzoek. De (oud-)bestuurders en - commissarissen van de zorgaanbieder hebben hun taken ernstig verwaarloosd, met als gevolg dat de zorgaanbieder declaraties heeft ingediend, terwijl niet kan worden vastgesteld dat aanspraak bestond op vergoeding daarvan. Van deze gang van zaken kan hen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de onverschuldigd betaalde declaraties althans voor de vergoeding van de veroorzaakte schade. De rechtbank veroordeelt de oud)-bestuurders en – commissarissen tot betaling aan diverse zorgverzekeraars.

Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2416

Publicatiedatum: 29 april 2026

De raad van bestuur betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de beslissing om het lidmaatschap van haar cliëntenraad te beëindigen een besluit in de zin van de Awb is. Volgens de raad van bestuur is de beslissing geen publiekrechtelijke rechtshandeling. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de raad van bestuur de bevoegdheid tot het beëindigen van het lidmaatschap van leden van de cliëntenraad ontleent aan artikel 3 dan wel artikel 5 van de Wmcz. De rechtbank heeft, gelet op het voorgaande, ten onrechte miskend dat het bezwaar van partij terecht niet‑ontvankelijk is verklaard.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief