Ken uw zorgwetten 9!

De Wet foetaal weefsel gaat mogelijk wijzigen

De Wet foetaal weefsel regelt de terbeschikkingstelling van foetaal weefsel. Voor bepaalde doeleinden en mits er toestemming is, is dat toegestaan. Met een wetswijziging wordt beoogd tot een verruiming van de mogelijkheid tot het bewaren en gebruiken van dit weefsel. Hoe het precies zit, leest u hieronder.

De Wet foetaal weefsel (Wftw) is in werking getreden op 1 september 2002.  De wet ziet op de terbeschikkingstelling en het gebruik van foetaal weefsel. Onder foetaal weefsel wordt verstaan bestanddelen die deel uitmaken van een na een zwangerschapsduur van minder dan vierentwintig weken levenloos ter wereld gekomen dan wel binnen vierentwintig uur na de geboorte overleden menselijke vrucht of van delen daarvan. Het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel is slechts toegestaan ten behoeve van geneeskundige doeleinden, medisch- en biologisch-wetenschappelijk onderzoek en medisch- en biologisch-wetenschappelijk onderwijs, en toestemming van de vrouw waaruit het weefsel voortkomt is vereist.

In februari 2018 is een wetsvoorstel (34.893) ingediend, dat ziet op het mogelijk maken van bewaren en gebruiken van foetaal weefsel ten behoeve van opsporing en vervolging van ernstige zedenmisdrijven. In dat verband is voorgesteld om aan artikel 2, eerste lid, Wftw een b-categorie toe te voegen die als volgt luidt:

Het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel is slechts toegestaan ten behoeve van:

  1. (…)
  2. de opsporing en vervolging van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 242, 243, 244, 245, 246, 247, 248, 248a, 248b of 249, van het Wetboek van Strafrecht, dat vermoedelijk heeft geleid tot de zwangerschap waarvan het foetaal weefsel afkomstig is.

Voorts is voorgesteld om een nieuw artikel 7a Wftw op te nemen waarin is geregeld dat indien een minderjarige vrouw slachtoffer is van misdrijf als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, Wftw, zonder haar toestemming en dat van de gezaghebbers foetaal weefsel mag worden gebruikt en bewaard.

Doel is de mogelijkheid tot het opsporen en vervolgen van de verdachte die het misdrijf heeft gepleegd te vergroten. Indien het slachtoffer zwanger is geraakt als gevolg van een zedenmisdrijf en de zwangerschap vervolgens wordt afgebroken, kan het ter beschikking gekomen foetaal weefsel daartoe immers behulpzaam zijn.

Opvallend is uiteraard het verlaten van het toestemmingsvereiste bij minderjarigen jonger dan zestien jaar. De reden is gelegen in het feit dat het toestemmingsvereiste de opsporing van zedenmisdrijven als verkrachting kan belemmeren, bijvoorbeeld wanneer de jonge vrouw zich in een afhankelijkheidssituatie als gevolg van psychische druk of dreiging van geweld niet vrij voelt om haar toestemming te geven of wanneer zij reeds overleden is. Tegen die achtergrond is er in het wetsvoorstel voor gekozen om de regel dat toestemming moet worden verleend voor het bewaren en gebruiken van het foetaal weefsel, niet te laten gelden in het geval waarin de vrouw jonger dan zestien jaar, wilsonbekwaam of overleden is. Dat betekent dat alleen in de gevallen waarin de vrouw zestien jaar of ouder, wilsbekwaam en nog leeft, de arts alleen met haar toestemming kan besluiten het foetaal weefsel dat van haar afkomstig is, te bewaren en laten gebruiken voor strafvorderlijke doeleinden.

Met het hanteren van een leeftijdsgrens van zestien jaar wordt aangesloten bij de huidige leeftijdsgrens die in de Wfw geldt voor het zelfstandig geven van toestemming voor het bewaren en gebruiken van foetaal weefsel. Hiermee wordt ook aangesloten bij andere toestemmingsregimes in de zorgwetgeving.

Het wetsvoorstel komt volgens de Minister van VWS, De Jonge, niet in gedrang met de geldende grondrechten. Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is neergelegd in artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Deze artikelen laten op dit grondrecht beperkingen toe, mits die bij of krachtens de wet zijn voorzien. Het wetsvoorstel voldoet volgens de Minister van VWS eveneens aan de algemene verordening gegevensbescherming, in het bijzonder aan artikel 9, tweede lid, onderdeel g, dat de gegevensverwerking toestaat indien de verwerking noodzakelijk is om redenen van een zwaarwegend algemeen belang, waarbij de evenredigheid met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd, de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd en passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene.

Het voorstel is behandeling bij de Tweede Kamer.

Dit artikel is geschreven door Rolinka Wijne, Medewerker Wetenschappelijk Bureau

Lees ook eerdere artikelen uit dit feuilleton:

Ken uw zorgwetten 8

Ken uw zorgwetten 7

Ken uw zorgwetten 6

Ken uw zorgwetten 5
Ken uw zorgwetten 4
Ken uw zorgwetten 3
Ken uw zorgwetten 2
Ken uw zorgwetten 1

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar