Herinvesteringsreserve; een goed voornemen

Het vormen van een herinvesteringsreserve en het afboeken van een herinvesteringsreserve in de vennootschapsbelasting is geen sinecure. Dit blijkt eens te meer uit recent gewezen jurisprudentie.

De herinvesteringsreserve is een fiscale reserve die kan worden gevormd door boekwinst bij de verkoop van bedrijfsmiddelen op de balans op te nemen als een reserve. Dit heeft tot gevolg dat er geen directe heffing in de vennootschapsbelasting plaatsvindt over de boekwinst. Met name in het kader van vastgoed wordt nogal eens de vraag gesteld wanneer nu een reserve kan worden gevormd en wanneer deze al dan niet terecht kan worden aangewend bij de aankoop van een volgend vastgoed object.

Om een herinvesteringsreserve te kunnen vormen moet er een voornemen bestaan tot herinvestering en in het kader van vastgoed dient de herinvestering te zien op een bedrijfsmiddel met economisch dezelfde functie. Op het moment dat er geen voornemen meer bestaat tot herinvestering of indien er drie jaren zijn verstreken (uitzonderingen daargelaten) na het jaar waarin de reserve is gevormd en er wordt niet geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel met dezelfde economische functie, valt de reserve vrij. In dat geval dient vennootschapsbelasting te worden betaald over het vrijgevallen bedrag.

In een uitspraak van 12 januari jl. komt het Hof Arnhem/Leeuwarden tot de conclusie dat het herinvesteringsvoornemen was komen te vervallen. In een brief die was opgesteld door een directeur grootaandeelhouder van belanghebbende werd de wens geuit om al het onroerend goed van de balans te halen en te houden; een herinvesteringsvoornemen kan dan moeilijk nog aanwezig worden geacht.

In een andere uitspraak van het Hof Arnhem/Leeuwarden van 12 januari jl., komt het hof tot de conclusie dat het (onafgebroken) herinvesteringsvoornemen wel aannemelijk is gemaakt middels een daartoe genomen directiebesluit. Dat de uiteindelijke herinvestering is gefinancierd met vreemd vermogen doet daar overigens niets aan af.

Uit beide uitspraken blijkt dat het voornemen tot herinvestering bij het bestuur van de betreffende vennootschap dient te liggen. Op basis van de uitspraak van Rechtbank Den Haag van 26 november jl. blijkt dat dit voornemen wel dient te zien op bedrijfsmiddelen. Als de intentie is om aan te kopen vastgoed slechts te houden ter verkoop dan is er in sommige gevallen sprake van voorraad en niet van een bedrijfsmiddel. In dat geval kan de gevormde herinvesteringsreserve niet worden aangewend.

Bij de vorming van een herinvesteringsreserve komt het met name aan op het juist documenteren van het voornemen tot herinvestering. Dit kan de vrijval van een herinvestering voorkomen. Bent u voornemens om vastgoed te verkopen? Neem eens contact op met een van onze specialisten.