Btw op diensten van intermediairs voor sporters en sportclubs

De transferperiode is in de meeste voetbalcompetities inmiddels ten einde. Tijd voor intermediairs om de administratie op orde te brengen en facturen te versturen. Moet nu een factuur met btw worden uitgereikt of niet?

Btw op diensten van intermediairs voor sporters en sportclubs

Wordt een voetballer naar Nederland of binnen Nederland getransfereerd of staat de intermediair de voetballer bij in de onderhandeling voor een nieuwe arbeidsovereenkomst bij een Nederlandse club, dan is Nederlandse btw van toepassing. De intermediair moet deze btw in rekening brengen bij de afnemer en in de btw-aangifte verwerken.

In het kader van diensten van de intermediair die betrekking hebben op arbeidsbemiddeling en onderhandeling met buitenlandse clubs, is vaak niet duidelijk of door de intermediair (Nederlandse) btw in rekening moet worden gebracht. Recent oordeelde de Hoge Raad over de vraag of bemiddelingsdiensten in het kader van de totstandkoming van arbeidsovereenkomsten tussen sporters en buitenlandse sportclubs in Nederland met btw zijn belast. Het ging om bemiddelingsdiensten van een Nederlands sportmanagement bedrijf tussen Nederlandse sporters en buitenlandse sportclubs.

Plaats van dienst

In de btw bepaalt ‘de plaats van dienst’ of en, zo ja, waar btw verschuldigd is; in Nederland of ergens anders. Ligt de plaats van dienst in Nederland, dan dient in Nederland btw te worden afgedragen. De plaats van dienst wordt bepaald aan de hand van de voorschriften van de Wet op de omzetbelasting 1968 (‘Wet OB’).

Inmiddels is de wet aangepast ten opzichte van de situatie waarover de Hoge Raad oordeelde. Op basis van de hoofdregel is de plaats van dienst daar waar de afnemer is gevestigd als de afnemer een (btw-)ondernemer is en is de plaats van dienst daar waar de dienstverrichter is gevestigd als de afnemer niet een ondernemer is.

Afnemer van de diensten

Over de vraag wie de afnemer is van de bemiddelingsdiensten – de sporter of de club – heeft de Hoge Raad geen duidelijkheid gegeven. Ook zijn hiervoor geen uitgangspunten gegeven. Is de club de afnemer van de diensten van de intermediair, dan geldt als plaats van dienst de plaats waar de club is gevestigd. Er is evenwel veel voor te zeggen dat een intermediair of zaakwaarnemer van een sporter die diensten verricht – bijvoorbeeld in het kader van de arbeidsbemiddeling van de sporter – daarmee de belangen van de sporter behartigt.

Arbeidsbemiddelingsdiensten en andere diensten

Bovendien is van belang welke soort dienst wordt verricht. Zo geldt voor (arbeids)bemiddelingsdiensten verricht voor niet-ondernemers een specifieke regel. Verricht de intermediair andere diensten voor de sporter, dan geldt de hoofdregel.

Voor arbeidsbemiddelingsdiensten die de intermediair verricht ter behartiging van de belangen van de sporter, geldt de regeling voor tussenpersonen. In dat geval is de plaats van dienst waar de onderliggende handeling wordt verricht.

Waar de onderliggende handeling wordt verricht, wordt vervolgens naar btw-maatstaven aan de hand van de bepalingen van de wet bepaald. In het geval van arbeidsbemiddelingsdiensten is de onderliggende handeling niet het ondertekenen van het arbeidscontract, maar de werkzaamheden die de werknemer op basis van de arbeidsovereenkomst uitoefent. Als onderliggende handelingen gelden in het geval van sporters de diensten die de sporters verrichten voor de sportclubs. Op basis hiervan geldt de plaats waar de club is gevestigd als de plaats van de onderliggende handeling.

Anders ligt in de situatie dat een intermediair of zaakwaarnemer andersoortige diensten dan bemiddelingsdiensten verricht voor de sporter. In dat geval geldt de hoofregel en is de plaats van dienst daar waar de intermediair of zaakwaarnemer is gevestigd. In het geval van een Nederlandse intermediair dient dan in Nederland btw te worden afgedragen.

Conclusie

In het algemeen kan er op twee belangrijke punten onduidelijkheid bestaan in het kader van btw-gevolgen van betalingen aan intermediairs en zaakwaarnemers in de internationale sportwereld. Ten eerste is de aard van de diensten die de intermediair verricht van belang; gaat het om arbeidsbemiddelingsdiensten of andersoortige diensten? Ten tweede is van belang wie de afnemer is van de diensten; is de sporter of de sportclub afnemer? Deze elementen zijn van belang voor het bepalen van de plaats van dienst op basis van de Wet OB. Hiermee zijn deze elementen bepalend voor de vraag of in Nederland btw moet worden afgedragen.

Hieronder is schematisch weergegeven of btw in Nederland is verschuldigd, uitgaande van een Nederlandse intermediair, een Nederlandse sporter en een buitenlandse sportclub.