Aansprakelijkstelling en persoonlijk verwijt

Aansprakelijkstelling en persoonlijk verwijt

De bestuurder of aandeelhouder van een vennootschap kan aansprakelijk worden gehouden voor onbetaalde gebleven belastingen, maar ook voor eventueel op te leggen boetes en andere kosten zoals rente. In dat kader is vaak de vraag relevant of er sprake is van een persoonlijk verwijt van de betreffende bestuurder of aandeelhouder.

In een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland[1] gaat de rechtbank onder meer in op de aansprakelijkstelling van een ex-bestuurder voor boetes en kosten. In dat geval geldt er voor de Belastingdienst een zwaardere bewijslast. De Belastingdienst moet aannemelijk maken dat voor het krijgen van de verzuimboetes en de kosten de ex-bestuurder een persoonlijk verwijt valt te maken. In het onderhavige geval slechts gesteld door de Belastingdienst dat de ex-bestuurder de betalingsonmacht te laat heeft gemeld; dat toont echter nog geen persoonlijke verwijtbaarheid aan. De bewijslast strekt dus verder.

In het geval van onverschuldigd gebleven vennootschapsbelasting ligt de bewijslastverdeling anders zoals blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.[2] In die zaak werd de vraag gesteld of een voormalig indirect aandeelhouder aansprakelijk kon worden gesteld voor niet betaalde vennootschapsbelasting. Het antwoord daarop is ja indien en voorzover de voormalig indirect aandeelhouder een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Het verschil met de zaak voor rechtbank Noord-Holland – los van het verschil in belastingsoort – is dat er van de belastingplichtige een grotere bewijslast werd verlangd omdat de Belastingdienst redelijk omvangrijk uit de doeken heeft gedaan wat er met bepaalde gelden is gebeurd. De Belastingdienst heeft dus de persoonlijke verwijtbaarheid voor het niet kunnen betalen van de vennootschapsbelasting aannemelijk gemaakt. Het Hof komt tot de conclusie dat het onbetaalde blijven van de aanslagen vennootschapsbelasting mede te wijten is aan het gedrag van de indirect aandeelhouder.

Gesteld kan worden dat de Belastingdienst persoonlijke verwijtbaarheid niet zomaar kan stellen; er geldt een aanzienlijke bewijslast, waarbij de keuzevrijheid in bedrijfsvoering voor een bestuurder of bestuurder aandeelhouder vooropstaat.

 

[1] Rechtbank Noord-Holland 15 april 2021 (gepubliceerd 20 april 2021), ECLI:NL:RBNHO:2021:3062, HAA 18/2530

[2] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2021 (gepubliceerd 30 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:3823, 19/00481 en 19/00482