Nieuws
Wat blijft boven water? AI beelden en auteursrecht
Gepubliceerd op 4 mei 2026
Onze mensen
Na de recente uitspraak van het Amtsgericht München over AI‑gegenereerde logo’s waarover ik in mijn laatste blog heb geschreven, heeft nu ook het Oberlandesgericht Düsseldorf zich uitgesproken over de auteursrechtelijke implicaties van AI. In deze zaak stond niet prompting centraal, maar een andere fundamentele vraag: wanneer leidt het gebruik van een bestaand werk als input voor AI tot een auteursrechtinbreuk en wanneer blijft het bij een toelaatbare vrije bewerking?
Kern van de zaak:
De zaak ontstond nadat een fotograaf, die onder de naam S. Tierfotografie onderwaterfoto’s van honden exploiteert, ontdekte dat een voormalige samenwerkingspartner één van haar foto’s had geüpload in AI‑software. Met behulp van die software werd op basis van het oorspronkelijke beeld een nieuwe afbeelding gegenereerd, die vervolgens op de website van verweerder werd gepubliceerd. Verzoekster stelde dat dit gebruik zonder haar toestemming een auteursrechtinbreuk opleverde en vorderde in kort geding een verbod op openbaarmaking van de AI‑gegenereerde afbeelding. Het Oberlandesgericht Düsseldorf oordeelde in deze zaak in het kader van een spoedberoep tegen de afwijzing van een voorlopige voorziening, die was gevraagd om het gebruik van een door AI gegenereerde afbeelding te verbieden.
Vormt de AI-gegenereerde afbeelding een nieuw, oorspronkelijk werk?
Verweerder stelde zich op het standpunt dat de door AI gegenereerde afbeelding moest worden aangemerkt als een vrije bewerking in de zin van § 23 lid 1 zin 2 UrhG en dat daarom geen sprake kon zijn van een auteursrechtinbreuk. Het Oberlandesgericht Düsseldorf toetst dit beroep allereerst aan de wettelijke vereisten van deze bepaling die vergelijkbaar is met de laatste zinsnede van artikel 13 Auteurswet: een bewerking/nabootsing is verveelvoudiging voor zover deze “niet als een nieuw, oorspronkelijk werk moet worden aangemerkt”. § 23 lid 1 zin 2 UrhG veronderstelt dat het resultaat van de bewerking kan worden aangemerkt als een nieuw geschapen werk dat voldoende afstand houdt tot het oorspronkelijke werk. Dat betekent dat de nieuwe vormgeving zélf moet voldoen aan de eisen voor auteursrechtelijke bescherming.
In lijn met de benadering die we al zagen bij het Amtsgericht München, maakt het Oberlandesgericht Düsseldorf duidelijk dat AI‑output niet automatisch als “werk” kwalificeert: ook hier draait het om de vraag of de output een eigen intellectuele schepping is waarin vrije creatieve keuzes van een mens herkenbaar tot uitdrukking komen. Het Oberlandesgericht Düsseldorf concretiseert daarbij waar je in AI‑context aan moet denken: niet alleen (of niet per se) het aantal prompts, maar vooral de mate van inhoudelijke sturing. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit vooraf gemaakte, individuele keuzes in instellingen/parameters die het ontstaansproces van het concrete resultaat vormgeven, of uit gerichte, vormgevende instructies en gefaseerde bijsturing die de creatieve beslissingsruimte van het model daadwerkelijk beperken. In dezelfde lijn benadrukt het Oberlandesgericht Düsseldorf óók wat onvoldoende is: wie slechts één AI‑resultaat uit meerdere voorstellen kiest, of wie het model vooral met algemene, resultaat‑open aanwijzingen zijn gang laat gaan, laat de beslissende vormgeving in wezen bij de software en mist daarmee het persoonlijke stempel dat voor auteursrechtelijke bescherming nodig is. Ook hier komt duidelijk naar voren dat het gebruik van AI, wil het tot auteursrechtelijk beschermde output leiden, meer moet lijken op het hanteren van een instrument dat door de gebruiker wordt gestuurd, dan op het inschakelen van een autonoom systeem dat zelf de creatieve beslissingen neemt. Het Oberlandsgericht Düsseldorf concludeert dan ook dat verweerder niet heeft aangetoond dat de AI‑gegenereerde afbeelding het resultaat is van eigen creatieve keuzes en dat de afbeelding daarom niet kan worden aangemerkt als een vrije bewerking met een zelfstandig auteursrechtelijk karakter.
Maakt de AI-gegenereerde afbeelding inbreuk?
Vervolgens beoordeelt het Oberlandesgericht Düsseldorf of de AI‑afbeelding een inbreukmakende verveelvoudiging vormt. Het Oberlandesgericht Düsseldorf staat in dit verband kort stil bij het Mio en Konektra-arrest van het Hof van Justitie van. De kern van die rechtspraak is dat al sprake kan zijn van een auteursrechtinbreuk wanneer slechts een relatief klein deel van een beschermd werk wordt overgenomen, mits dat deel de eigen intellectuele schepping van de maker tot uitdrukking brengt. Over die uitspraak hebben wij eerder al uitgebreid geschreven.
Vervolgens zoomt het Oberlandesgericht Düsseldorf in op de vraag welke elementen van een fotografisch werk die persoonlijke creatieve stempel dragen. Bij fotografie gaat het daarbij doorgaans om keuzes zoals de kadrering, het perspectief, de belichting en de scherpte‑ of onscherptewerking, die voortvloeit uit de combinatie van diafragma en belichtingstechniek. Juist deze elementen kunnen maken dat een foto het resultaat is van vrije en creatieve keuzes van de maker. Daartegenover stelt het Oberlandesgericht Düsseldorf dat het thema en het motief als zodanig niet worden beschermd. Dat een hond onder water achter een (rode) bal aan zwemt of springt, betreft een idee of motief dat vrij beschikbaar is voor iedereen.
De door verzoekster ter zitting aangevoerde overeenkomsten zien echter uitsluitend op het motief: een hond die onder het wateroppervlak naar een rood speeltje hapt. Juist dat motief geniet geen auteursrechtelijke bescherming. Het fotografische werk van verzoekster onderscheidt zich daarentegen door specifieke persoonlijke creatieve keuzes. Zo zijn in de foto feitelijk alleen de hondenkop en het speeltje zichtbaar, terwijl het hondenlichaam door de gekozen kadrering, perspectief en onscherpte volledig naar de achtergrond verdwijnt. Dat resulteert in een realistische en dynamische weergave. Die elementen ontbreken in de AI‑gegenereerde afbeelding, die een meer stripachtig karakter heeft: de gehele hond is zichtbaar en lijkt het speeltje niet alleen met zijn bek, maar ook met zijn ver naar voren stekende voorpoten te willen grijpen. Ook ontbreekt de dynamische uitstraling die in het fotografische werk voortvloeit uit de gekozen belichting en diafragma‑instellingen. Daarmee zijn juist niet de elementen overgenomen die berusten op de persoonlijke creatieve beslissingen van de fotograaf; overgenomen zijn slechts vrij te gebruiken elementen, hetgeen auteursrechtelijk is toegestaan. Nu in de AI‑gegenereerde afbeelding geen auteursrechtelijk beschermde elementen van de foto van verzoekster herkenbaar zijn overgenomen, is geen sprake van een verveelvoudiging. Van een auteursrechtinbreuk door verweerder is dan ook geen sprake, zodat verzoekster het gebruik van de afbeelding niet kan verbieden.
Conclusie:
Met deze uitspraak bevestigt het Oberlandesgericht Düsseldorf de lijn die eerder door het Amtsgericht München is ingezet. AI‑output bevindt zich auteursrechtelijk in een spanningsveld, maar de klassieke uitgangspunten blijven leidend. Zonder aantoonbare menselijke creatieve keuzes geen zelfstandig werk, en zonder herkenbare overname van beschermde elementen geen auteursrechtinbreuk. Het enkele gebruik van een beschermd werk als input voor AI is daarvoor onvoldoende. De praktische les is duidelijk: wie auteursrechtelijke bescherming wil claimen op AI‑output, doet er goed aan het creatieve proces zorgvuldig te documenteren - met name de gebruikte prompts, instellingen, iteraties en andere menselijke keuzes die de vormgeving daadwerkelijk sturen. Mocht u werken met AI gegeneerde content of zelf content genereren en heeft u vragen, neem dan vooral contact met ons op.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.