Nieuws

Auteursrecht op productvormgeving: Hof verduidelijkt speelveld Mio en Konektra-arrest

Gepubliceerd op 22 jan 2026

Auteursrecht productvormgeving

Productvormgeving bevindt zich vaak in een spanningsveld tussen esthetiek en functionaliteit. Die combinatie maakt de auteursrechtelijke beoordeling van toegepaste kunst al jaren complex. Wanneer is een tafel, lamp of meubel meer dan een gebruiksvoorwerp en wanneer kwalificeert zij tevens als een auteursrechtelijk beschermd werk?

Met het arrest in de gevoegde zaken Mio en Konektra van 4 december 2025 (ECLI:EU:C:2025:941) heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie niet zozeer gebroken met eerdere rechtspraak, maar wel meer duidelijkheid gecreëerd. Het Hof bevestigt het geharmoniseerde werkbegrip en geeft richting aan zowel de oorspronkelijkheidstoets als de beoordeling van auteursrechtelijke inbreuk bij zogenaamde werken van toepaste kunst. Dat biedt meer houvast voor ontwerpers en hun adviseurs.

De achtergrond van het Mio en Konektra-arrest

De Zweedse zaak Mio draaide om de vraag of de “Palais Royal”-tafel van Asplund voldoende oorspronkelijk was om auteursrechtelijke bescherming te genieten en of de door Mio verkochte “Cord”-tafel daarop inbreuk maakte.

Palais Royal tafel

In de Duitse zaak Konektra ging het om het bekende modulaire USM Haller-meubelsysteem. Konektra bracht compatibele onderdelen en later complete systemen op de markt, wat de vraag opriep in hoeverre het auteursrecht bescherming kan bieden tegen dergelijke “look-alike” producten.

USM Haller

Beide zaken confronteerden de nationale rechter met dezelfde kernvraag: hoe pas je het auteursrecht toe op vormgeving waarin ook technische en functionele keuzes een grote rol spelen?

Eén geharmoniseerd werkbegrip, ook voor gebruiksvoorwerpen, modelrechtelijke bescherming staat er los van

Het Hof bevestigt nogmaals dat het werkbegrip autonoom en volledig geharmoniseerd is binnen de Europese Unie. Voor werken van toegepaste kunst geldt geen verhoogde originaliteitseis. Een voorwerp is auteursrechtelijk beschermd wanneer het voldoet aan twee vereisten. Ten eerste moet het voorwerp oorspronkelijk zijn, waarvan sprake is als het voorwerp de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzes van de maker. Ten tweede kunnen alleen de bestanddelen die de uitdrukking van een dergelijke intellectuele schepping zijn, als auteursrechtelijk beschermd werk kwalificeren.

Beslissend is of de vormgeving niet uitsluitend is bepaald door technische overwegingen, functionele vereisten of andere objectieve beperkingen. Waar de ontwerper keuzeruimte had en deze ruimte creatief heeft ingevuld, kan sprake zijn van een auteursrechtelijk beschermd werk, ongeacht de gebruiksfunctie van het object.

Daarmee verwerpt het Hof impliciet nationale benaderingen waarin voor werken van toegepaste kunst een strengere drempel werd aangelegd.

Verder verduidelijkt het Hof de verhouding tussen het auteursrecht en het modelrecht door te benadrukken dat beide beschermingsregimes verschillende doelstellingen en beoordelingscriteria kennen.

Objectieve beoordeling bij modelrechtelijke bescherming

Voor modelrechtelijke bescherming geldt een objectieve toets, gebaseerd op nieuwheid en eigen karakter. Een model komt voor bescherming in aanmerking wanneer het, in vergelijking met oudere modellen, een andere algemene visuele indruk wekt. Die beoordeling staat los van creatieve keuzes of persoonlijke expressie van de ontwerper.

Subjectieve creativiteit als kern van het auteursrecht

Het auteursrecht hanteert daarentegen een fundamenteel ander criterium. Bescherming is uitsluitend weggelegd voor voortbrengselen die kunnen worden aangemerkt als een werk, dat wil zeggen een object dat het resultaat is van vrije en creatieve keuzes en waarin de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking komt.

Het Hof benadrukt verder dat er geen automatisme bestaat tussen beide beschermingsvormen. Het feit dat een object als model wordt beschermd, betekent niet automatisch dat ook auteursrechtelijke bescherming bestaat, en vice versa. Ook is er geen sprake van een regel-uitzondering-relatie en is cumulatie van bescherming mogelijk, maar wel voorbehouden tot gevallen waarin het betrokken voortbrengsel daadwerkelijk voldoet aan de vereisten van beide regimes.

Wat de rechter wel en niet mag meewegen bij de beoordeling van oorspronkelijkheid

Het Hof is expliciet over factoren die niet doorslaggevend zijn bij de beoordeling van oorspronkelijkheid. De intentie van de maker, esthetische waardeoordelen, professionele erkenning of de vraag of vergelijkbare ontwerpen ook denkbaar waren, kunnen de analyse ondersteunen maar mogen niet de kern van de toets vormen.

De beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van het concrete voortbrengsel. Centraal staat of in het object zelf creatieve keuzes zichtbaar zijn die de persoonlijkheid van de maker ervan weerspiegelen.

Inbreuktoets: geen totaalindruk maar herkenbare creatieve elementen

Een belangrijk praktisch onderdeel van het arrest betreft de inbreuktoets. Het Hof maakt duidelijk dat de auteursrechtelijke vergelijking wezenlijk verschilt van die in het modellenrecht. Niet de algemene visuele indruk die wordt gewekt staat centraal, zoals geldt voor de beoordeling van modelinbreuk, maar de vraag of beschermde creatieve elementen van het oorspronkelijke werk herkenbaar zijn overgenomen.

Dit betekent dat overeenstemming in functionele of technisch bepaalde onderdelen niet relevant is voor de inbreukvraag. Alleen waar creatieve keuzes worden gereproduceerd, kan sprake zijn van auteursrechtelijke inbreuk, zelfs als maar een relatief klein deel van het werk wordt gereproduceerd. Zodra aan het vereiste van oorspronkelijkheid is voldaan, geniet het werk volledige auteursrechtelijke bescherming, ongeacht de mate van creatieve vrijheid waarover de maker beschikte of het niveau van originaliteit dat is bereikt.

Het enkele feit dat een later voortbrengsel aansluit bij dezelfde ontwerpstijl, designtrend of artistieke stroming vormt op zichzelf geen auteursrechtelijke inbreuk, tenzij daarbij concreet identificeerbare creatieve elementen van het eerdere werk zijn overgenomen.

Hoewel een zelfstandige, parallelle totstandkoming van een werk in beginsel kan uitsluiten dat sprake is van inbreuk, kan de louter theoretische mogelijkheid van een dergelijke onafhankelijke creatie niet rechtvaardigen dat auteursrechtelijke bescherming wordt geweigerd. De rechter dient, aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval, te beoordelen of daadwerkelijk sprake is geweest van een autonome schepping.

Afrondend: wat betekent dit voor de markt?

Het arrest schept duidelijkheid en vermindert rechtsonzekerheid bij de auteursrechtelijke beoordeling van productvormgeving binnen de Europese Unie. Het maakt het speelveld overzichtelijker door te bevestigen dat:

  • auteursrecht en modellenrecht elk hun eigen toetsingskader hebben en onafhankelijk van elkaar gelden,
  • werken van toegepaste kunst dezelfde beoordelingscriteria voor oorspronkelijkheid hebben als andere werken,
  • inbreukbeoordeling zich richt op herkenbare creatieve keuzes, niet op een algemene totaalindruk.

Heeft u vragen over de auteursrechtelijke of modelrechtelijke bescherming van uw producten of die van uw concurrent, dan denken wij daar graag over mee.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief