Nieuws

Update rechtspraak Gezondheidsrecht maart 2025

Gepubliceerd op 3 apr 2025

Gezondheidsrecht

Deze update omvat een selectie van uitspraken op het gebied van het gezondheidsrecht die in de maand maart op www.rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. Elke uitspraak is voorzien van een inhoudsindicatie en een link naar de volledige uitspraak.

Rechtbank Rotterdam 21 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2589
Publicatiedatum: 4 maart 2025

Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Zorgaanbieder heeft geen/onvoldoende informatie gegeven over de tarieven van de behandeling. Gedaagde niet de mogelijkheid geboden om te sturen op de hoge kosten, nu het overgrote deel van de facturen is gestuurd aan het einde van de behandeling. Gedeeltelijke ontbinding, vordering tot betaling facturen afgewezen.

Raad van State 19 maart 2025 ECLI:NL:RVS:2025:1164
Publicatiedatum: 19 maart 2025

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van appellant om hem voor te dragen voor herstel van zijn registratie in het BIG-register, afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft appellant op 31 maart 2015 bij wijze van tuchtrechtelijke maatregel doorgehaald in het BIG-register van artsen vanwege onder meer seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na een eerdere procedure over een verzoek om herstel van zijn inschrijving heeft appellant op 25 maart 2021 opnieuw een verzoek gedaan, dat heeft geleid tot de hier bestreden besluitvorming. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft appellant verklaringen van een psychiater en een psycholoog overgelegd. In deze zaak is in geschil of voldoende is gebleken van een veranderd gedragspatroon van appellant. De minister heeft advies ingewonnen bij het CTG over het verzoek van appellant. Het CTG heeft geadviseerd om het verzoek van appellant toe te wijzen. Daarnaast heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ongevraagd advies uitgebracht op grond van artikel 36, tweede lid, van de Gezondheidswet.

Rechtbank Haarlem 28 februari 2025 ECLI:NL:RBNHO:2025:2172
Publicatiedatum: 7 maart 2025

Radiologie Velsen is aandeelhouder en medebestuurder van MKV Radiologie B.V., een onderneming die medisch radiologische diensten verricht in een kliniek die de stichting exploiteert. De stichting heeft de samenwerking met MKV Radiologie B.V. met ingang van 1 januari 2025 beëindigd. Radiologie Velsen eist dat de stichting wordt veroordeeld de samenwerking zoals die de afgelopen jaren heeft bestaan voort te zetten totdat de Ondernemingskamer in een aanhangig te maken enquêtezaak heeft beslist. De stichting wijst er op dat zij maanden heeft aangedrongen op schriftelijke vastlegging van de afspraken en dat betrokkene als bestuurder van Radiologie Velsen en uitvoerend medisch specialist voorbehouden heeft gemaakt en met juridische acties heeft gedreigd. Verder heeft de stichting aangevoerd dat zij verschillende klachten heeft ontvangen over het gedrag van betrokkene, welk gedrag leidt tot een onveilig gevoel bij collega’s op de werkvloer. De stichting stelt dat betrokkene in het verleden al een aantal keer is aangesproken op haar gedrag, maar dat dit heeft niet geleid tot een wezenlijke verandering. Eind december, toen betrokkene nog altijd niets had ondertekend, ontving de stichting een klacht over betrokkene van een verwijzer die aankondigde dat hij vanwege het gedrag van betrokkene geen patiënten meer naar de kliniek zou verwijzen. Overigens is Radiologie Velsen geen partij bij een overeenkomst met de stichting, zodat om die reden de vordering al moet worden afgewezen, aldus de stichting. De voorzieningenrechter stelt vast dat de stichting ook na 1 januari 2025 meerdere klachten heeft ontvangen over het gedrag van betrokkene, waarbij directe collega’s de samenwerking zelfs onherstelbaar noemen. Hieruit blijkt dat een terugkeer van betrokkene op de werkvloer zonder nadere afspraken op dit moment niet wenselijk is, nog afgezien van de juridische positie van de eisende partij in dit geschil. De vordering wordt daarom afgewezen.

Rechtbank Rotterdam 30 januari 2025 ECLI:NL:RBROT:2025:2967
Publicatiedatum: 6 maart 2025

De verdachte heeft feitelijk leiding gegeven aan het langdurig niet voeren van een juiste administratie zoals bedoeld in artikel 36 Wmg door zorgaanbieder. In de administratie van het bedrijf is niet op juiste wijze bijgehouden wanneer en/of welke prestaties zijn geleverd. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uren.

Rechtbank Rotterdam 28 februari 2025 ECLI:NL:RBROT:2025:2814
Publicatiedatum: 10 maart 2025

Verzoek om voorlopige voorziening tegen (publicatie van het) het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om aan verzoekster een aanwijzing te geven op grond van artikel 27 Wkkgz. Zorginstelling. Afwijzing verzoek.

College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 maart 2025 ECLI:NL:CBB:2025:153
Publicatiedatum: 11 maart 2025

Beroep van een aantal huisartsen tegen de afwijzing door de NZa van hun verzoek om een handhavingsmaatregel op te leggen aan een zorgverzekeraar. De NZa is na onderzoek tot de conclusie gekomen dat de zorgverzekeraar (alleen) artikel 5, derde lid, van de Regeling transparantie zorginkoopproces Zvw (Regeling) heeft overtreden. Daarin staat dat de zorgverzekeraar -in het kader van het zorginkoopproces- tijdig een duidelijke reactie geeft op vragen en opmerkingen van de andere partij (de huisartsen). In dit geval kregen de huisartsen pas op 6 januari 2022 een inhoudelijke reactie op hun brief van 15 november 2021. De NZa heeft daarvoor vervolgens een informele waarschuwing gegeven aan de zorgverzekeraar. In beroep voeren de huisartsen aan dat de zorgverzekeraar ook andere bepalingen van de Regeling heeft overtreden. Het College oordeelt dat de NZa terecht tot de conclusie is gekomen dat de zorgverzekeraar geen andere bepalingen dan alleen artikel 5, derde lid, van de Regeling heeft overtreden. Het College is ook van oordeel dat de NZa in het handelen van de zorgverzekeraar geen aanleiding hoefde te zien om een aanwijzing te geven of een boete op te leggen. Het beroep is ongegrond.


College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 maart 2025 ECLI:NL:CBB:2025:156
Publicatiedatum: 11 maart 2025

Beroep door een huisartsenmaatschap tegen de afwijzing door de NZa van haar verzoek om een handhavingsmaatregel op te leggen aan een zorgverzekeraar. De NZa is na onderzoek tot de conclusie gekomen dat de zorgverzekeraar de Regeling transparantie zorginkoopproces Zvw (Regeling) niet heeft overtreden. Het geschil spitst zich toe op de vraag of zorgverzekeraar Zilveren Kruis artikel 4, zesde lid, van de Regeling heeft overtreden doordat zij bij de publicatie van het zorginkoopbeleid de Friese huisartsen niet heeft geïnformeerd over enkele belangrijke wijzigingen in het zorginkoopbeleid. Volgens Zilveren Kruis hoefde dat niet omdat de inkoop tot en met 2020 werd uitgevoerd door zorgverzekeraar De Friesland. Vanaf 2021 heeft Zilveren Kruis de inkoop voor de jaren 2022-2023 uitgevoerd. Volgens de NZa geldt er op grond van de Regeling geen verplichting voor Zilveren kruis om eventuele verschillen in het zorginkoopbeleid van het lopende jaar en het daaraan voorafgaande zorginkoopbeleid van De Friesland inzichtelijk te maken. Het College is echter van oordeel dat uit artikel 4, zesde lid, van de Regeling volgt dat Zilveren Kruis in de publicatie van het zorginkoopbeleid voor de Friese huisartsen de wijzigingen had moeten opnemen ten opzichte van het eerder door De Friesland uitgevoerde zorginkoopbeleid. Omdat Zilveren Kruis voor 2022-2023 de inkoop heeft verzorgd voor De Friesland kan artikel 4, zesde lid, van de Regeling niet anders worden uitgelegd dan dat Zilveren Kruis in het door haar gepubliceerde inkoopbeleid de wijzigingen ten opzicht van het voorgaande zorginkoop van De Friesland had moeten opnemen. Het College komt tot het oordeel dat de beslissing op bezwaar moet worden vernietigd omdat de daarin gegeven motivering voor de afwijzing van het handhavingsverzoek niet houdbaar is. Het beroep is gegrond, de beslissing op bezwaar wordt vernietigd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2025 ECLI:NL:GHARL:2025:1076
Publicatiedatum: 4 maart 2025

Artikel 17 lid 1 aanhef en sub d AVG: Verzoek tot verwijdering (persoons)gegevens van zorgverleners uit het EVR. Gegevens werden door zorgverzekeraar in EVR opgenomen vanwege vermeende fraude. Verzoek toegewezen: Hoger beroep ingesteld door zorgverzekeraar dat verwijdering gegevens onterecht is toegewezen door de rechtbank. Hof oordeelt dat de EVR-registratie onrechtmatig was, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat de zorgverlener heeft gefraudeerd; Hof bekrachtigt beslissing rechtbank.

Rechtbank Breda 19 maart 2025 ECLI:NL:RBZWB:2025:1589
Publicatiedatum: 20 maart 2025

Geschil tussen de aanbieders van hulpmiddelen en een zorgverzekeraar over de tarieven.

Gerechtshof Den Haag 18 maart 2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:454
Publicatiedatum: 25 maart 2025

Vordering terugbetaling aan verzekeraar van boven het omzetplafond uitgekeerde declaraties zorgverlener.

Rechtbank Gelderland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1907
Publicatiedatum: 19 maart 2025

Eindvonnis na tussenvonnis ECLI:NL:RBGEL:2024:9714. Zorgverzekeringsrecht; hulpmiddelenzorg; gedeclareerd op AGB-code van ontbonden vennootschap; onvoldoende meegewerkt aan controle; terugbetalingsverplichting zorgovereenkomst; persoonlijk ernstig verwijt bestuurder en gevolmachtigde; geen tegenbewijs geleverd tegen rechterlijk vermoeden van declareren van niet verleende en/of niet verzekerde zorg.

Raad van State 12 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1030
Publicatiedatum: 12 maart 2025

Bij besluit van 6 oktober 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan [appellant sub 2] een boete van € 3.000,00 opgelegd. Appellant is arts en heeft in de periode van 26 november 2021 tot en met 8 december 2021 in totaal 27 keer de geneesmiddelen hydroxychloroquine en ivermectine off-label voorgeschreven voor de preventie of behandeling van patiënten met COVID-19. Het off-label voorschrijven van een geneesmiddel betekent dat dit geneesmiddel wordt gebruikt buiten de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geregistreerde indicaties. In artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet is vastgelegd wanneer geneesmiddelen off-label mogen worden voorgeschreven. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in het boeterapport van 30 juni 2022 vermeld dat appellant artikel 68, eerste lid, van de Gnw 27 keer heeft overtreden. De minister heeft aan appellant een boete opgelegd van € 3.000,00. De minister heeft zijn standpunt in bezwaar gehandhaafd.

Vier uitspraken van 12 maart 2025 in hoger beroep over off-label voorschrijven (alle zaken afwijkende voorschrijfperiodes):

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1030

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1028

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1032

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:1032 ook afwijkende boete van: € 6.375,00


Raad van State 25 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1246
Publicatiedatum: 26 maart 2025

Bij bericht van 3 oktober 2023 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen gereageerd op een verzoek van de Stichting om vier handelsvergunningen te schorsen. De Stichting heeft het College verzocht om op grond van artikel 51 van de Geneesmiddelenwet de handelsvergunningen voor de vaccins Conditional Marketing Authorisation Pfizer (Comirnaty) van 21 december 2020, Conditional Marketing Authorisation Moderna (Spikevax) van 6 januari 2021, de verlenging van Marketing Authorisation Pfizer (Comirnaty-tozinameran) van 31 augustus 2023 en de verlenging van Marketing Autorisation Moderna (Spikevax-elasomeran) van 15 september 2023 (hierna gezamenlijk: de coronavaccins), onmiddellijk te schorsen. Volgens de Stichting voldoen deze handelsvergunningen niet aan zes voorwaarden van artikel 51 van de Geneesmiddelenwet

Raad van State 12 maart 2025 ECLI:NL:RVS:2025:996
Publicatiedatum: 12-03-2025

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een verzoek van appellant op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen en medegedeeld dat het College ter beoordeling van geneesmiddelen het verzoek van appellant in behandeling heeft genomen. Appellant heeft de minister op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van: - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Pfizer-Biontech Tozinameran en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Moderna CX024414 en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Astrazeneca/Vaxzevria CHADOX1 en de daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt; - een afschrift van de vergunningsaanvraag voor Janssen AD26.COV2.S en daarbij horende afgegeven voorlopige vergunning toelating handelsmarkt. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij niet over documenten beschikt waarop het verzoek is gericht.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief