Gerechtshof Amsterdam 28 januari 2025 ECLI:NL:GHAMS:2025:180
Publicatiedatum: 24 juni 2026
Dit geschil draait om de vergoeding voor kosten van voetzorg, in het bijzonder van steunzolen in het kader van een aanvullende verzekering. De zorgverzekeraar heeft de vrijheid om de vergoeding te beperken tot de kosten voor steunzolen die worden afgeleverd door podotherapeuten en orthopedische schoenmakerijen of werkplaatsen. Er is daarom geen sprake van onrechtmatig handelen jegens andere zorgaanbieders en er is geen overeenkomst met deze zorgaanbieders die tot vergoeding verplicht.
College van Beroep voor het bedrijfsleven 16 juni 2026 ECLI:NL:CBB:2026:258
Publicatiedatum: 16 juni 2026
Herziene tariefbeschikkingen voor de geestelijke gezondheidszorg en de forensische zorg over 2022, 2023 en 2024. En aantal zorgaanbieders komen op tegen een passage over de rechtsgevolgen van deze tariefbeschikkingen. In de passage staat dat die tariefbeschikking geen rechtsgevolgen heeft voor declaraties die voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking reeds zijn betaald en/of op overeenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze tariefbeschikking tussen ziektekostenverzekeraars en zorgaanbieders die geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg leveren. Volgens de zorgaanbieders staat deze passage in de weg aan het verkrijgen van (na)betalingen volgens nieuwe tarieven en had de NZa deze niet mogen opnemen in de tariefbeschikkingen. Het College is van oordeel dat de passage een aan de tariefbeschikkingen verbonden voorschrift of beperking is, in de zin van artikel 50 van de Wmg. Daarom zijn zij van oordeel dat deze beperking onrechtmatig is en schrapt deze uit de tariefbeschikkingen.
Rechtbank Gelderland 23 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5079
Publicatiedatum: 30 juni 2026
In dit kort geding vordert een zelfstandig behandelcentrum een contracteerverplichting van een zorgverzekeraar. Het ZBC heeft in de jaren 2023, 2024 en 2025 tevergeefs pogingen gedaan om zorgovereenkomsten te sluiten met de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar heeft de aanvragen steeds afgewezen op grond van haar inkoopbeleid en omdat zij stelt voldoende zorg te hebben ingekocht bij andere zorgaanbieders. Het inkoopbeleid in kwestie houdt in dat de zorgverzekeraar in geval van invasieve ingrepen onder algehele anesthesie alleen met een ZBC contracteert als deze ingrepen uitsluitend plaatsvinden bij patiënten met een ASA 1 of 2 classificatie. Indien dergelijke ingrepen (ook) plaatsvinden bij ASA 3 patiënten wordt slechts gecontracteerd met zorgaanbieders in een ziekenhuissetting met een intensive care op locatie. Het ZBC opereert op hun eigen locatie ASA 3 patiënten en voldoet aldus niet aan de inkoopvoorwaarden. Bij het inkopen van zorg geldt het uitgangspunt van contractsvrijheid. Zorgverzekeraars en zorgaanbieders zijn niet verplicht om met elkaar een zorgovereenkomst te sluiten. Zorgverzekeraars hebben dus te maken met zorgaanbieders die wel en die geen zorgovereenkomst met hen hebben gesloten. Zorgverzekeraars bepalen in hun polisvoorwaarden welke vergoeding hun verzekerden ontvangen voor zorg door niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Deze vergoeding mag niet zo laag zijn dat dit feitelijk een hinderpaal voor de verzekerden oplevert om zorg van niet-gecontracteerde zorgaanbieders af te nemen (artikel 13 lid 1 Zvw). Het stelsel van de wet brengt dus mee dat VGZ als zorgverzekeraar mag bepalen onder welke voorwaarden zij zorgovereenkomsten met zorgaanbieders wil sluiten. Ook is er geen sprake van een ‘hinderpaal’: de zorgverzekeraar vergoed 60-80% van het gemiddeld gecontracteerde tarief; het ZBC vergoed zelf het restant als coulanceregeling. De vorderingen worden afgewezen.
Gerechtshof Den Haag 22 april 2025 ECLI:NL:GHDHA:2025:2170
Publicatiedatum: 22 juni 2026
Een zorgverlener heeft geen zelfstandig verhaalsrecht terzake van kosten verleende (en niet verzekerde) palliatieve zorg aan een verzekerde. Het hof oordeelde dat geen sprake van was van ongerechtvaardigde verrijking of onverschuldigde betaling op basis waarvan tot vergoeding zou moeten worden overgegaan.
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2170