Nieuws
Openbaarmaking toezichtsrapporten IGJ
Gepubliceerd op 27 feb 2026
Onze mensen
In samenwerking met
De IGJ maakt, onder meer, rapporten van haar toezichtsbezoeken actief openbaar. De IGJ doet dat op basis van de Gezondheidswet. De mogelijkheden om tegen die openbaarmaking op te komen zijn beperkt. De hoogste bestuursrechter heeft de toetsingsmogelijkheden recent echter enigszins genuanceerd.
Casus
In deze zaak ging het om een rapport dat de IGJ had opgesteld naar aanleiding van een toezichtsbezoek aan een zorgaanbieder. De zorgaanbieder was een zelfstandig dagbehandelcentrum voor, kort gezegd, poliklinische cardiologische zorg. De IGJ had het besluit genomen om het rapport actief openbaar zou maken (‘het openbaarmakingsbesluit’).
De zorgaanbieder maakte bezwaar tegen dat openbaarmakingsbesluit, maar de IGJ verklaarde het bezwaar ongegrond. De zorgaanbieder stelde daarop beroep in bij de rechtbank. De zorgaanbieder voerde aan dat er in het rapport ‘feitelijke onjuistheden’ stonden. De rechtbank gaf de zorgaanbieder op één van die feitelijke onjuistheden gelijk, namelijk op de onjuiste aanname dat de zorgaanbieder onvoldoende bereikbaar zou zijn. De zorgaanbieder stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘ABRvS’). In hoger beroep wees de zorgaanbieder (opnieuw) op de volgens haar feitelijke onjuistheden in het rapport.
Hoe zit het ook alweer?
Het uitgangspunt is dat de IGJ een toezichtsrapport actief openbaar maakt. Actief wil zeggen: zonder verzoek om openbaarmaking. Deze actieve openbaarmakingsregeling is gebaseerd op artikel 44 van de Gezondheidswet. De uitzonderingen op deze regel zijn beperkt.
Publicatie in strijd met het doel van de wet
Een eerste uitzondering geldt als de openbaarmaking van het rapport in strijd is of komt met het doel van de wet. Dat is bijvoorbeeld het geval als de openbaarmaking van het rapport niet bijdraagt aan 1) het bevorderen van de naleving van de wet, of 2) het informeren van het publiek over de wijze van toezicht van de IGJ. Dit speelde bijvoorbeeld in een zaak waarin er een wetenschappelijke discussie was over een bepaalde dosering van een medicijn, wil het kwalificeren als ‘geneesmiddel’ in de zin van de Geneesmiddelenwet (zie onze eerdere blog).
Discussie over vaststellingen van feitelijke aard
Een tweede uitzondering geldt als er discussie is over vaststellingen van feitelijke aard. Deze uitzondering volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling. De bestuursrechter kan een openbaarmakingsbesluit slechts toetsen op de vraag of er voor de vaststellingen van feitelijke aard in het rapport een voldoende feitelijke basis aanwezig is. De waardering van feiten en oordelen daarover kan de bestuursrechter niet toetsen. De conclusies die op die waarderingen en oordeel zijn gebaseerd ook niet. Een zorgaanbieder kon in feite niet opkomen tegen een oordeel van de IGJ, ook al was dat gebaseerd op de door de IGJ vastgestelde feiten.
Nuancering?
In de uitspraak van 24 december 2025 heeft de Afdeling deze strenge regel genuanceerd. De Afdeling overwoog dat de toetsing van een openbaarmakingsbesluit door de bestuursrechter zich óók kan uitstrekken tot conclusies en oordelen die evident niet volgen uit de feiten. Het kan daarbij gaan om conclusies en oordelen die niet op in het rapport benoemde feiten zijn gebaseerd of die gezien de feiten evident te verstrekkend zijn.
Met dit genuanceerde toetsingskader beoordeelde de Afdeling vervolgens de beroepsgronden van de zorgaanbieder in deze zaak. Die beroepsgronden wijst de Afdeling echter af. Daarmee blijft de uitspraak van de rechtbank in stand, en daarmee ook (grotendeels) het openbaarmakingsbesluit. De nuancering hielp deze zorgaanbieder dus niet.
Belangrijk voor zorgaanbieders
Voor zorgaanbieders zijn de mogelijkheden om op te komen tegen een openbaarmakingsbesluit van de IGJ beperkt. Met deze uitspraak in de hand kunnen zorgaanbieders (toch) de bestuursrechter vragen om te beoordelen of, kort samengevat:
- er voor de vaststelling van feiten in het rapport voldoende feitelijke basis aanwezig is, en
- of de conclusies en oordelen zijn gebaseerd op de in het rapport benoemde feiten en of die daarmee redelijkerwijs in verhouding staan.
Hieraan vooraf gaat natuurlijk wel altijd dat de zorgaanbieder concreet, volledig en gemotiveerd reageert op het conceptrapport van de IGJ, zodat de IGJ eventuele onjuistheden kan herstellen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met één van onze specialisten.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.