Nieuws
Bestuurders én toezichthouders zorgaanbieder hoofdelijk aansprakelijk
Gepubliceerd op 29 mei 2026
Onze mensen
Een interessante uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2026:5069): op 4 maart 2026 (publicatiedatum: 24 april 2026) heeft de Rechtbank Den Haag de bestuurders en commissarissen (ofwel de interne toezichthouders, in de zin van de Wet toetreding zorgaanbieders) van een zorgaanbieder wijkverpleging persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gehouden en op grond hiervan veroordeeld tot terugbetaling van circa EUR 3 miljoen aan gedeclareerde zorggelden, althans voor vergoeding van de veroorzaakte schade.
Volgens de rechtbank hebben de (oud)bestuurders en -commissarissen hun taken ernstig verwaarloosd, met als gevolg dat de zorgaanbieder declaraties heeft ingediend, terwijl niet kan worden vastgesteld dat aanspraak bestond op vergoeding daarvan. Van deze gang van zaken kan elk van de (twee) bestuurders en (twee) commissarissen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt.
Opmerkelijk is dat de rechtbank uitgaat van een hoge(re) mate van professionaliteit van bestuurders, onder meer omdat de zorg uit publieke middelen wordt gefinancierd. Die hogere norm heeft de rechtbank Den Haag al wel in een eerdere uitspraak aan zorgbestuurders toegedicht (zie slotbeschouwing).
In deze bijdrage worden de kernoverwegingen van de rechtbank uiteengezet, gevolgd door een korte slotbeschouwing.
Achtergrond
Zorgverzekeraars Zilveren Kruis, FBTO, Achmea en Interpolis hadden de betreffende zorgaanbieder wijkverpleging met een betaalovereenkomst geselecteerd voor een materiële controle. De declaraties van deze zorgaanbieder vielen op: uit een risicoanalyse bleek dat ten opzichte van het landelijke gemiddelde 3,4 zoveel én dubbele prestaties werden gedeclareerd.
De zorgaanbieder heeft niet (voldoende) meegewerkt aan de materiële controle. De zorgaanbieder heeft onder meer geen inzicht gegeven in de achtergrond van de ingediende declaraties. Ook staat niet vast dat de zorgaanbieder haar 63 (!) onderaannemers voor informatie heeft benaderd. Hierdoor hebben de zorgverzekeraars niet kunnen vaststellen of de gedeclareerde zorg feitelijk en terecht is geleverd.
Tekortkoming zorgaanbieder en onverschuldigde betaling
Vanwege het niet (voldoende) meewerken aan de materiële controle is de zorgaanbieder tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofd van de betaalovereenkomst, waartoe zij bovendien verplicht was op grond van de Zorgverzekeringswet en Regeling Zorgverzekering. Daarom moet het volgens de rechtbank ervoor worden gehouden dat de aanspraak op de door de verzekeraars aan haar betaalde zorgdeclaraties in ieder geval voor een deel niet bestond en dat de verzekeraars gedeeltelijk zonder rechtsgrond aan de zorgaanbieder hebben betaald. Uit de betaalovereenkomst volgt immers uitdrukkelijk dat alleen declaraties kunnen worden ingediend voor zorg die voor vergoeding in aanmerking komt. De zorgaanbieder heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat het enkele feit dat zorg is gedeclareerd in strijd met de betaalovereenkomst in beginsel voldoende is om de (betaling van) de betreffende declaraties terug te vorderen op basis van onverschuldigde betaling. Dit betekent dat de verzekeraars zich uit hoofde van onverschuldigde betaling kunnen verhalen op de zorgaanbieder, aldus de rechtbank.
Het blijft echter niet bij een veroordeling van de zorgaanbieder alleen. Van de gang van zaken kan volgens de rechtbank de bestuurders en commissarissen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Hierbij wijst de rechtbank eerst op de hoge mate van professionaliteit van zorgbestuurders.
Hoge mate van professionaliteit bestuurders
De rechtbank expliciteert dat van een bestuurder van een professionele zorgaanbieder zoals in deze zaak mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de verplichtingen die rusten op een toegelaten zorginstelling en van de voorwaarden waaronder de zorg kan worden gedeclareerd. Ook mag van een bestuurder van een zorgaanbieder worden verwacht dat hij zodanig zicht heeft op de bedrijfsvoering, de administratie en de declaraties, dat hierover deugdelijk verantwoording kan worden afgelegd als daarom wordt verzocht. Dit geldt bovenal nu de zorg wordt gefinancierd uit publieke middelen. Dit brengt mee dat een hoge mate van professionaliteit van bestuurders mag worden verwacht, zodat de zorg volgens de wettelijke en contractuele regels wordt uitgevoerd en de beperkte financiën doelmatig worden besteed.
Bestuurders persoonlijk aansprakelijk
Voor persoonlijke aansprakelijkheid van een individuele bestuurder van (in dit geval) een besloten vennootschap moet de betreffende bestuurder een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt, als de zorgaanbieder in strijd handelt met wettelijke en/of contractuele verplichtingen en daardoor schade ontstaat. Volgens de rechtbank wordt deze hoge drempel hier gehaald: de bestuurders hebben zonder controle zorgkosten voor (63) onderaannemers gedeclareerd en niet (voldoende) meegewerkt aan de materiële controle.
Ook toezichthouders aansprakelijk
Ook interne toezichthouders (zoals commissarissen) moet persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. De norm wordt voor hen wel anders ingevuld. Zij besturen immers niet, maar houden toezicht en staan het bestuur met raad en daad terzijde. Deze (nog hogere) drempel wordt volgens de rechtbank hier eveneens gehaald. De commissarissen in kwestie hebben een passieve houding gehad en hadden adequater moeten reageren toen duidelijk werd dat de materiële controle zou volgen, zeker bij zo’n hoog bedrag. Zij hebben niet van zich laten horen, zelfs niet toen zij persoonlijk werden aangesproken. Na aftreding hebben zij sterke risicosignalen genegeerd.
Slotbeschouwing
Van zorgbestuurders wordt een hoge(re) mate van professionaliteit verwacht, waardoor de hoge drempel voor hun aansprakelijkheid eerder wordt gehaald. Toezichthouders zijn daarvan niet gevrijwaard, ook al staan zij op meer afstand van de zorgorganisatie. Als zich bijvoorbeeld een materiële controle voordoet, zullen zij -afhankelijk van de omstandigheden- juist ‘dichter’ op het bestuur moeten gaan zitten.
Het is niet de eerste keer dat de rechtbank Den Haag een hoge(re) mate van professionaliteit aan zorgbestuurders toedicht, vanwege het feit dat de zorg uit publieke middelen wordt gefinancierd. In haar uitspraak van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:145551) liet de rechtbank zich in dezelfde bewoordingen uit, in een procedure die eveneens draaide om een zorgaanbieder wijkverpleging met een betaalovereenkomst.
Dat in deze zaak hoger beroep volgt, ligt reeds gelet op de omvang van de aansprakelijkheid en het verschil in de taak van bestuurders en interne toezichthouders zeer voor de hand. Wordt vervolgd.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.