WNT 2019

Wijzigingen in verband met de WNT met ingang van 1 januari 2019 (en 2017 en 2018)

Op 1 januari 2019 treden verschillende wijzigingen in verband met de Wet Normering Topinkomens (WNT) in werking. Daarnaast zijn twee wijzigingen opgenomen die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 en 2018 werken. Dit artikel geeft een compleet overzicht en is een must-read voor alle WNT-instellingen.

Zie ook het artikel WNT 2018 voor alle wijzigingen met ingang van 2018.

Beleidsregels WNT 2019

Algemene wijzigingen
In de beleidsregels WNT 2019 is het woord ‘ontslagvergoeding’ vervangen door ‘uitkering wegens beëindiging van het dienstverband’. De afkorting ‘WNT’ is vervangen door ‘de wet’.

Reikwijdte van de WNT
In de Wet Normering Topinkomens (WNT) staan een aantal organisaties genoemd die onder paragraaf 2 (bezoldigingsmaximum) en 4 (openbaarmaking) van de WNT vallen. Als een orgaan van één van die organisaties in een andere rechtspersoon één of meer leden in het bestuur benoemt of op andere wijze invloed van betekenis heeft op het beheer of beleid, dan valt de andere rechtspersoon ook onder de werking van paragraaf 2 en 4 van de WNT. In de nieuwe Beleidsregels WNT 2019 is voor deze laatste situatie verduidelijkt dat ook sprake kan zijn van invloed op een rechtspersoon bij een mondelinge overeenkomst. De feitelijke situatie is leidend bij de beoordeling.

Hetzelfde geldt voor de vraag of sprake is van ‘leidinggeven’ door de topfunctionaris. Ook hier is de feitelijke situatie leidend voor de beoordeling of sprake is van leidinggeven. Bij dit onderwerp is een stukje tekst uit de beleidsregels WNT verwijderd, omdat dit voor verwarring zorgde.

Het begrip ‘topfunctionaris na het neerleggen van de functie van topfunctionaris’ is in de Beleidsregels WNT 2019 verduidelijkt. Iemand blijft aangemerkt als topfunctionaris voor een periode van 4 jaar als de functie is ingegaan op of na 1 januari 2018, als de functie minimaal 12 maanden is vervuld én de medewerker na het neerleggen van de functie van topfunctionaris bij dezelfde rechtspersoon blijft werken. Het dienstverband bij dezelfde rechtspersoon moet aanvangen binnen 12 maanden na beëindiging van de functie als topfunctionaris.

In de bepalingen over de toezichthoudende functionaris zijn twee wijzigingen aangebracht. Als een instelling niet beschikt over een raad van commissarissen of een raad van toezicht kan het toezicht zijn opgedragen aan ‘een ander orgaan bestaande uit één of meer functionarissen’. In de oude beleidsregels van 2018 staat hier ‘een ander(e) orgaan of functionaris’. In de tweede wijziging zijn de woorden ‘en formeel’ verwijderd: ‘bepalend is wat de betreffende topfunctionaris feitelijk doet’. Ook hier heeft de wetgever er dus nadrukkelijk voor gekozen om de feitelijke situatie leidend te laten zijn bij de beoordeling.

Bezoldigingsmaximum
Voor 2019 is het algemeen bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 194.000,-. Ook het bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking is geïndexeerd. De eerste twaalf kalendermaanden mag de bezoldiging niet meer bedragen dan de som van € 25.900,- per maand voor de eerste zes maanden en € 19.600,- per maand voor de volgende zes maanden waarin de functie wordt vervuld. Het maximumuurtarief bedraagt vanaf 2019 voor de eerste twaalf kalendermaanden € 187.

Bij het bezoldigingsmaximum is toegevoegd dat de berekening geldt voor het individueel bezoldigingsmaximum per jaar. Ook is toegevoegd dat de deeltijdfactor minimaal 0,025 fte moet zijn. Het aantal kalenderdagen vanaf aanvang en einde van de functievervulling is leidend voor de berekening van het bezoldigingsmaximum. Tot slot is toegelicht dat in een schrikkeljaar gerekend moet worden met 366 dagen in plaats van met 365 dagen.

De tekst over het hebben van meerdere functies en nevenfuncties is grotendeels herschreven. Allereerst is het begrip ‘gelieerde onderneming’ in de plaats gekomen van ‘moeder-dochter-relatie’. Elke functie die op hetzelfde moment bij dezelfde rechtspersoon is vervuld door een topfunctionaris telt mee voor de berekening of wordt voldaan aan het voor de instelling geldende bezoldigingsmaximum (of een hoger geldend bezoldigingsmaximum).  Ook is toegevoegd dat naast de toets aan het bezoldigingsmaximum van de instelling ook nog aan het bezoldigingsmaximum van de topfunctionaris zelf voldaan moet worden.

Overgangsrecht bij verhoging
Het overgangsrecht voor de bescherming van de afkoopsom van niet-opgenomen vakantiedagen is gewijzigd, als gevolg van een nieuw inzicht in dit onderwerp. De afkoop van niet-opgenomen vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband wordt soms wél door het overgangsrecht WNT beschermd. Dit geldt alleen als voor de inwerkingtreding van de WNT (dus voor 1 januari 2013) bezoldigingsafspraken zijn gemaakt.

Ter verduidelijking is in de beleidsregels WNT 2019 toegevoegd dat afspraken over bezoldiging het bezoldigingsmaximum dat gold ten tijde van het maken van de afspraken niet mag overschrijden. Verhogingen die zijn toegestaan onder het regime van de dan geldende WNT worden gerespecteerd op basis van het overgangsrecht.

Uitvoeringsregeling WNT

De componenten van de bezoldiging van de functionaris in dienstbetrekking
Voor de topfunctionaris in dienstbetrekking wordt onder meer tot de bezoldiging gerekend het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan pensioenregelingen en het werkgeversdeel van premies voor of bijdragen aan regelingen voor vervroegde uittreding (VPL). Met ingang van 1 januari 2019 wordt hieraan toegevoegd ‘ongeacht of daar concrete vermogensaanspraken uit voortvloeien of tegenover staan’.

Aan de bepaling over de afkoopsom van niet-opgenomen vakantie- of compensatiedagen is een uitgebreide en gedetailleerde uitleg toegevoegd. Binnenkort verschijnt een uitgebreid artikel over dit onderwerp. Houd onze website in de gaten!

Componenten die niet meetellen bij de bezoldiging
Voor de functionaris in dienstbetrekking worden voor de bezoldiging in de zin van de wet niet meegerekend: uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van materiële of immateriële schade of van een tijdelijk of blijvend verlies van arbeids- of verdienvermogen ten gevolge van een dienstongeval of een beroepsziekte. De (schuingedrukte) toevoeging werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Uitkering wegens beëindiging dienstverband
Tot de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband wordt gerekend de uit een gerechtelijke uitspraak vastgestelde uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, als de betaling van een door de rechter vastgestelde uitkering die het maximum overschrijdt, niet onverschuldigd is. Voorheen stond opgenomen ‘door de rechter’ in plaats van ‘gerechtelijke uitspraak’. Door deze wijziging is ook de pro formaprocedure onder de strekking van de bepaling gebracht.

Openbaarmaking gegevens topfunctionarissen
Als de bezoldiging van een topfunctionaris meer bedraagt dan de voor de topfunctionaris bij of krachtens de wet bepaalde maximale bezoldiging of het totaal van de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband moet dat in het financieel verslaggevingsdocument uitgelegd worden. In de eerdere uitvoeringsregels WNT stond ‘voor de instelling’ in plaats van ‘voor de topfunctionaris’. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Openbaarmaking gegevens niet-topfunctionarissen
In de Uitvoeringsregeling van 2018 is artikel 5a lid 5 per abuis blijven staan. Die had vorig jaar geschrapt moeten zijn. In de nieuwe Uitvoeringsregeling WNT 2019 is op deze plek een nieuwe tekst opgenomen. Hierin staat hoe de inkoop van voorwaardelijke pensioenrechten bij wijze van uitgestelde financiering openbaar gemaakt moet worden. Hierbij mag afgeweken worden van de uitgebreide openbaarmakingsbepaling.

Wijze van openbaarmaking
De keuzemogelijkheden voor het document waarin de gegevens over de bezoldiging openbaar gemaakt worden, is uitgebreid met de enkelvoudige jaarrekening van één van de andere rechtspersonen in de groep, mits dit is toegestaan volgens de op de andere rechtspersonen van toepassing zijnde regelgeving.

Ingewikkeld? Kunnen wij ons best voorstellen. Heeft u advies nodig over de toepassing van de WNT? Wij volgen de ontwikkelingen over de WNT op de voet. Holla Advocaten is gespecialiseerd in complexe arbeidsrechtelijke onderwerpen. Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over de manier waarop Holla Advocaten u kan begeleiden? Neem contact op met onze specialisten Bert van den Boom en Martijn Huisman.

Dit artikel is geschreven door Peggie van Vugt, medewerker Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten.

Martijn Huisman

Bert van den Boom

Sector

    Expertise

    < Vorige

    Volgende >

    Spring naar toolbar