WNT 2018

Wijzigingen in verband met de Wet Normering Topinkomens (WNT) met ingang van 1 januari 2018

Op 1 januari 2018 zijn verschillende wijzigingen in verband met de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingevoerd. Dit artikel geeft een compleet overzicht van deze wijzigingen en is een must-read voor alle WNT-instellingen.

Zie ook het artikel WNT 2019 voor alle wijzigingen met ingang van 2019.

Evaluatiewet WNT

Op 1 januari 2018 zijn de laatste bepalingen van de Evaluatiewet WNT in werking getreden.

Publicatieplicht

De publicatieplicht is vereenvoudigd. Bezoldigingen lager dan € 1.700,- hoeven niet meer vermeld te worden. Voor (zeer) kleine semipublieksrechtelijke instellingen is een verantwoordingsvrijstelling geïntroduceerd. Beide aanpassingen gelden al voor de verantwoording van 2017 die in 2018 wordt opgesteld.

Instellingen die onder de WNT vallen en ook de bezoldigingsgegevens van bestuurders en toezichthouders openbaar moesten maken op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) mogen de BW-verantwoording van bezoldigingsgegevens achterwege laten. Ook deze aanpassing geldt al voor de verantwoording van 2017.

De algemene digitale meldplicht vervalt. Met ingang van 1 januari 2018 zijn WNT-instellingen verplicht de verantwoording op internet te publiceren voor een periode van tenminste 7 jaar. De gegevens moeten vrij toegankelijk en eenvoudig te vinden zijn. Alleen WNT instellingen die vallen onder de vakverantwoordelijkheid van een vakminister met een eigen digitale meldtool moeten nog digitaal melden. Dit geldt in ieder geval voor zorg-, onderwijs-, cultuur en media-instellingen, als ook voor woningcorporaties.

Vervallen begrip gewezen topfunctionaris

De reikwijdte van de WNT is aangescherpt: een topfunctionaris die tenminste 12 maanden een topfunctie heeft vervuld en vervolgens een niet-topfunctie gaat vervullen bij dezelfde instelling blijft nog 4 jaar topfunctionaris voor de WNT. Het begrip gewezen topfunctionaris vervalt. De gewezen topfunctionaris wordt voor het laatst opgenomen in de verantwoording over 2017.

Anticumulatie

Op 1 januari 2018 treedt een anticumulatiebepaling voor de functies als leidinggevende topfunctionaris in werking. De WNT maximeert de totale bezoldiging bij verschillende WNT instellingen tot het algemeen bezoldigingsmaximum. Op deze hoofdregel zijn uitzonderingen mogelijk, namelijk indien een hoger sectoraal bezoldigingsmaximum is afgesproken of als de betreffende ministers dit overeenkomen met de ministerraad.

Feitelijk ontvangen subsidie

De toepasselijkheid van de WNT op gesubsidieerde instellingen wordt niet langer beoordeeld aan de hand van de verleende subsidie, maar aan de feitelijk in het boekjaar ontvangen subsidie.

Uitvoeringsregeling WNT

Ontslaguitkeringen

Bij einde van het dienstverband worden uitkeringen voor de kosten van een outplacementtraject, juridische bijstand en financieel- of pensioenadvies niet meegerekend, als deze voortvloeien uit een algemene bepaling van een cao, een wettelijk voorschrift of een collectieve regeling. Ook als de vergoeding door de topfunctionaris alleen kan worden verkregen door het overleggen van bewijsstukken voor daadwerkelijk gemaakte kosten (op declaratiebasis) wordt deze niet meegerekend.

Herstel van fouten in de verantwoording

De regels voor herstel van fouten in de WNT-verantwoording, die pas na vaststelling van het financieel verslaggevingsdocument worden vastgesteld, zijn niet langer in het Controleprotocol WNT vastgelegd maar in de Uitvoeringsregeling WNT.

De openbaarmakingsverplichting

De openbaarmakingsverplichting is niet langer in de WNT zelf, maar in de Uitvoeringsregeling WNT geregeld. In deze regeling zijn de regels opgenomen voor de WNT-verantwoording vanaf kalenderjaar 2018, zoals die vanaf begin 2019 worden opgesteld.

Een eerste wijziging voor (gewezen) topfunctionarissen is dat alleen gegevens openbaar gemaakt hoeven te worden als de bezoldiging meer bedraagt dan de vrijwilligersvergoeding zoals gedefinieerd door de Belastingdienst.

Ook is duidelijker hoe de omvang en duur van het dienstverband van topfunctionarissen openbaar moeten worden gemaakt. Voor voorzitters en leden van toezichthoudende organen (toezichthoudende topfunctionarissen) wordt de omvang van het dienstverband niet meer openbaar gemaakt. Voor hen geldt een forfaitair bezoldigingsmaximum van respectievelijk 15% en 10% van het toepasselijke bezoldigingsmaximum, ongeacht de omvang van de functievervulling. Instellingen moeten voortaan het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum openbaar maken. Dit is het bezoldigingsmaximum dat voor een individuele topfunctionaris geldt of het algemene of sectorale bezoldigingsmaximum herrekend naar de duur en omvang van het dienstverband van de topfunctionaris.

De openbaarmaking van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voor de functievervulling tot en met 12 kalendermaanden wijkt op enkele punten af van de openbaarmakingsverplichtingen voor topfunctionarissen mét een dienstbetrekking. In plaats van de omvang van het dienstverband in uren moet vermeld worden of het werkelijke uurtarief het maximum uurtarief niet overschrijdt. Daarnaast wordt slechts de totale bezoldiging, exclusief BTW, gemeld. Ook het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum dient openbaar te worden gemaakt. De berekeningswijze is echter anders dan bij topfunctionarissen met een (fictieve) dienstbetrekking. Dit heeft te maken met het feit dat de specifieke normering bestaat uit een maximum uurtarief en uit een maximum gebaseerd op het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt.

Een vordering op een topfunctionaris vanwege een onverschuldigde betaling wordt in de WNT-verantwoording opgenomen en afzonderlijk toegelicht, tenzij de onverschuldigde betaling reeds volledig is terugbetaald voordat het financieel verslaggevingsdocument is vastgesteld. Met deze bepaling worden de topfunctionaris en de WNT-instelling gestimuleerd een onverschuldigde betaling snel ongedaan te maken.

De uitkeringen aan topfunctionarissen (met en zonder dienstbetrekking ) wegens beëindiging van het dienstverband worden openbaar gemaakt. Aanvullend worden de totaal overeengekomen ontslagvergoedingen en de individueel toepasselijke maximale ontslagvergoeding openbaar gemaakt. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband aan niet-topfunctionarissen hoeven niet langer openbaar te worden gemaakt.

Beleidsregels WNT 2018

Transitievergoeding

In de nieuwe beleidsregels is buiten twijfel gesteld dat een transitievergoeding waar een topfunctionaris recht op heeft krachtens artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek geen ontslaguitkering in de zin van de wet is. Hieraan is terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2015 gegeven. Indien een transitievergoeding is gebaseerd op een vaststellings- of beëindigingsovereenkomst wordt die vergoeding wél aangemerkt als ontslaguitkering in de zin van de WNT.

Vrijwillige wijziging van bezoldiging

Nadelige gevolgen van het overgangsrecht voor gevallen waarin sprake is van vrijwillige wijziging van de bezoldiging, waarbij de bezoldiging nog wel boven het bezoldigingsmaximum is gebleven, worden voor de meest voorkomende gevallen in belangrijke mate weggenomen. Bij strikte uitleg zou de bedoelde afbouw van het overgangsrecht namelijk starten vanaf het niveau van de vrijwillig gewijzigde bezoldiging en niet vanaf het oorspronkelijke, ongewijzigde niveau waarop recht bestond. Ten opzichte van topfunctionarissen die hun bezoldiging niet vrijwillig hebben gewijzigd, zouden deze topfunctionarissen sneller moeten afbouwen.

Minder werken

In de beleidsregels WNT 2018 staat dat als de topfunctionaris lopende het overgangsrecht minder is gaan werken en de bezoldiging naar rato is verlaagd, ook de hoogste bezoldiging in de 5 jaar voorafgaand aan de afbouw naar rato moet worden verlaagd. Het nieuwe artikel geldt niet alleen voor de afbouw van het overgangsrecht van de WNT-2, maar ook (met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2017) voor de afbouw van het overgangsrecht van de WNT-1.

Heeft u advies nodig over de toepassing van de WNT? Wij volgen de ontwikkelingen over de WNT op de voet. Holla Advocaten is gespecialiseerd in complexe arbeidsrechtelijke onderwerpen. Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over de manier waarop Holla Advocaten u kan begeleiden? Neem contact op met onze specialisten Pieter Bakker en Martijn Huisman.

Dit artikel is geschreven door Peggie van Vugt.

 

Martijn Huisman

Pieter Bakker

Peggie van Vugt, Wetenschappelijk Bureau

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar