Update Wet ambulancezorgvoorzieningen

In de zomer van 2020 schreven wij over de Wet ambulancezorgvoorzieningen (‘Wav’), die toen net door de Tweede Kamer was aangenomen. Per 1 januari 2021 is deze nieuwe wet in werking getreden. Dat geldt ook voor het Besluit ambulancezorgvoorzieningen (‘Besluit’) en de Regeling ambulancezorgvoorzieningen (Regeling’), die uitwerking geven aan de regels van de Wav. Daarmee is de Tijdelijke wet ambulancezorg (‘Twaz’) vervallen. In deze blog lichten wij enkele bepalingen van het Besluit en de Regeling uit.

Eisen aan de Regionale Ambulancevoorziening

In het vorige blog bleek al dat de systematiek van de ambulancezorg onder de Wav niet cruciaal verandert ten opzichte van de Twaz. Zoals nu al het geval is, is in iedere veiligheidsregio een Regionale Ambulancevoorziening (‘RAV’) aangewezen, die (in beginsel) het monopolie heeft op het verlenen of doen verlenen van de ambulancezorg in die regio. In de Regeling zijn de (nadere) eisen waaraan de RAV moet voldoen vastgelegd in hoofdstuk 2. De Regeling bepaalt bijvoorbeeld dat de ‘medisch eindverantwoordelijke’ een BIG-geregistreerd arts moet zijn en dat de ‘ambulancezorgprofessional’ moet voldoen aan de bekwaamheidseisen die gelden voor de functie.

Gegevensuitwisseling met de SEH

In het eerdere blog schreven wij al over de interessante grondslag voor de uitwisseling van gegevens tussen de afdeling spoedeisende hulp (‘SEH’) van ziekenhuizen en de RAV. Op grond van artikel 10 Wav geldt namelijk dat de RAV van de SEH – ten behoeve van kwaliteitsbewaking, -beheersing en -bevordering van de ambulancezorg – kosteloos alle daartoe noodzakelijke gegevens ontvangt, waaronder persoonsgegevens, waaronder ook (bijzondere) persoonsgegevens over de gezondheid als bedoeld in de AVG. Deze gegevensuitwisseling wordt een ‘retourbericht’ genoemd.

In het Besluit is geregeld dat het gaat om:

  • Persoonsgegevens: het geslacht en de geboortedatum van de patiënt, en de inzetgegevens bestaande uit inzetnummer, ambulancenummer en patiëntnummer;
  • Bijzondere persoonsgegevens: de diagnose gesteld op de SEH, en een omschrijving bij die diagnose, met nadere toelichting.

De RAV mag deze gegevens verwerken voor de kwaliteitsbewaking, -beheersing en -bevordering van de ambulancezorg. De gegevens mogen alleen worden ingezien door de behandelend ambulancezorgprofessional en de medisch eindverantwoordelijke bij de RAV. De bewaartermijn van de gegevens is maximaal één jaar.

Uit de toelichting op de Wav volgt dat deze gegevensverwerking noodzakelijk is om te voldoen aan de verplichting dat de RAV verantwoordelijk is voor een adequate en integrale inbedding van de medische verantwoordelijkheid in de organisatie (artikel 11 Wav). Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde voor rechtmatigheid van de verwerking in artikel 6 lid 1 onder c AVG. Met betrekking tot de verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 9 lid 2 onder h en i AVG, omdat het gaat om verwerking voor geneeskundige doeleinden en het waarborgen van kwaliteitsnormen voor de gezondheidszorg. Uit de toelichting op het Besluit volgt dat, als de werkdiagnose van de RAV gelijk was aan de op de SEH gestelde diagnose, alleen de inzetgegevens en “akkoord werkdiagnose” wordt teruggestuurd. Op deze manier is het beginsel van privacy by design toegepast (art. 25 lid 1 en lid 2 AVG).

Uit artikel 10 Wav volgt echter niet dat de SEH-afdelingen van ziekenhuizen verplicht zijn om de genoemde gegevens met de RAV te delen. Op grond van artikel 7:457 BW geldt voor de hulpverlener immers het beroepsgeheim. Het beroepsgeheim mag worden doorbroken op grond van een wettelijke verplichting. In dit geval volgt de wettelijke verplichting voor SEH-afdelingen om gegevens te delen met RAV’s uit het Kwaliteitskader Spoedzorgketen en de bijbehorende richtlijn gegevensuitwisseling, waaraan SEH-afdelingen op grond van artikel 2 lid 2 Wkkgz moeten voldoen.