Uitzonderingen kartelverbod franchise

Uitzonderingen op het kartelverbod bij franchise

In principe mogen franchisegevers- en nemers geen afspraken met elkaar maken die de concurrentie beperkt. Op deze hoofdregel bestaat een aantal uitzonderingen. Welke beperkingen in de concurrentiemogelijkheden kunnen een franchisegever en een franchisenemer wél rechtsgeldig met elkaar overeenkomen? Lees hierover alles in dit artikel.

Het kartelverbod en de groepsvrijstelling
In het kartelverbod staat – kort gezegd – opgenomen dat ondernemers onderling geen afspraken mogen maken die de vrije marktwerking beperken. Het kartelverbod staat opgenomen in de wetgeving die gaat over mededinging. Mededinging is een ander woord voor concurrentie. Op het kartelverbod bestaan meerdere uitzonderingen. In de ‘Groepsvrijstelling verticale overeenkomsten’ staan de belangrijkste voor de franchisesector benoemd. Deze uitzonderingen gelden alleen als naast elkaar bestaande netwerken van gelijksoortige beperkingen niet meer dan 50% van een relevante markt bestrijken.

Welke concurrentiebeperkende afspraken mogen wel gemaakt worden?

Prijsbinding
Bij verticale prijsbinding legt een franchisegever aan de afnemer (de franchisenemer) de verplichting op om een product voor een vaste of minimumprijs te verkopen. Verticale prijsbinding is in principe in strijd met de mededingingsregels. Een belangrijke uitzondering op dit verbod voor de franchisesector betreft reclame-acties. Overigens mag een franchisegever wel een maximumverkoopprijs opleggen en adviesprijzen afgeven.

Non-concurrentiebeding
In de franchiseovereenkomst kan een non-concurrentiebeding zijn opgenomen. Dit is een bepaling waarin staat, dat de franchisenemer geen goederen of diensten mag produceren, kopen of (door)verkopen, als dat concurrentie oplevert voor de franchisegever. Dit kan afgesproken zijn voor de looptijd van de franchiseovereenkomst, maar ook voor een periode na beëindiging van een franchiseovereenkomst. Ook is sprake van een non-concurrentiebeding als de franchisenemer meer dan 80% van de goederen of diensten moet afnemen bij de franchisegever (of van een door hem aangewezen bedrijf).

Tijdens de franchiseovereenkomst
Een non-concurrentiebeding kan toegestaan zijn als een concurrentiebeperking vijf jaar of korter duurt. De tijdsbeperking van vijf jaar geldt echter niet als de goederen of diensten door de franchisenemer worden verkocht in ruimten of op terreinen die eigendom van de franchisegever zijn of door hem gehuurd worden. Dan mag het non-concurrentiebeding net zo lang duren als de franchisenemer de ruimten of het terrein van de franchisegever gebruikt.

Na afloop van de franchiseovereenkomst
Een non-concurrentiebeding dat geldt voor de periode na het einde van de franchiseovereenkomst moet aan specifieke eisen voldoen om niet in strijd met het kartelverbod te zijn. Het non-concurrentiebeding mag alleen betrekking hebben op goederen of diensten die met de contractgoederen of -diensten van de franchisegever concurreren. Het beding moet zich beperken tot de ruimten en terreinen waar de franchisenemer werkzaam is geweest. De verplichting moet onmisbaar zijn om de knowhow van de franchisegever te beschermen. Tot slot mag de concurrentiebeperking niet langer dan één jaar na afloop van de franchiseovereenkomst duren (tenzij de beperking ziet op het gebruik en de openbaarmaking van knowhow die niet tot het publieke domein behoort).

Absolute gebiedsbescherming
Bij absolute gebiedsbescherming is het de franchisenemer verboden om buiten een vastgesteld gebied te handelen. De hoofdregel is dat deze beperking niet is toegestaan, maar ook op deze regel bestaan uitzonderingen. Het verbieden van actieve verkoop in het exclusieve gebied of aan de exclusieve klantenkring van een andere franchisenemer of van de franchisegever zelf is toegestaan. Franchisenemers die onderdeel zijn van een selectief distributiestelsel mogen beperkt worden in de verkoop aan niet-erkende distributeurs binnen het grondgebied, dat door de franchisegever is gereserveerd voor de verkoop van de producten of diensten van zijn formule.

Beperken actieve en passieve verkoop
Actieve en passieve verkoop mag niet beperkt worden, tenzij sprake is van zeer specifieke omstandigheden. Als een franchisegever componenten levert aan een franchisenemer om een product mee te produceren, dan mag hij de franchisenemer verbieden deze componenten door te verkopen aan bedrijven, die daarmee soortgelijke producten kunnen fabriceren. Ook mag in een aantal gevallen de rechtstreekse verkoop van componenten door de franchisegever aan klanten (eindgebruikers) uitgesloten worden. Franchisenemers die detailhandelaar én onderdeel van een selectief distributiestelsel zijn, mogen beperkt worden in de actieve en passieve verkoop aan klanten (eindgebruikers). Ook mag hen een verbod opgelegd worden om vanuit een niet-erkende vestigingsplaats werkzaam te zijn. De beperking van onderlinge leveringen tussen franchisenemers binnen een selectief distributiestelsel mag uitgesloten worden, wanneer de distributeurs op verschillende handelsniveaus werkzaam zijn.

Merkbaarheidsvereiste
Bovengenoemde uitzonderingen op het kartelverbod zijn zonder meer toegestaan. Naast deze uitzonderingen kan een afspraak ook buiten de werking van het kartelverbod vallen, als de afspraak niet merkbaar is voor de markt. Alles over merkbaarheid kunt u lezen in het artikel ‘Merkbaarheid bij franchise’.

Kartelverbod niet van toepassing?
Als het kartelverbod niet van toepassing is, is het vaak wel mogelijk om op andere gronden een afspraak die de concurrentie beperkt ter discussie te stellen. Een non-concurrentiebeding kan bijvoorbeeld onredelijk bezwarend zijn of in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Het is daarom zaak dat een franchisegever en franchisenemer zich goed laten informeren over de rechtsgeldigheid en houdbaarheid van de afspraken die zij maken in franchiseovereenkomsten. Dit voorkomt ‘gedoe’ achteraf.

Holla Advocaten is gespecialiseerd in franchisezaken. Wij hebben veel ervaring met mededingingskwesties en het voorkomen en oplossen van geschillen hierover. Wilt u meer weten? Neem dan contact op met onze franchisespecialisten Ferry Weelen en Merel Franke.

Dit artikel is geschreven door Peggie van Vugt, medewerker Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar