Duidelijkheid einddatum arbeidsovereenkomst

Hoge Raad geeft duidelijkheid over einddatum arbeidsovereenkomst en de vervaltermijn

Als een arbeidsovereenkomst per 1 maart eindigt, is de laatste werkdag dan 28 februari of juist 1 maart? En wanneer vangt de vervaltermijn voor het indienen van een verzoekschrift dan aan en wanneer verstrijkt deze? De Hoge Raad heeft hier recentelijk duidelijkheid over gegeven. In onderstaand artikel leggen wij uit wat de Hoge Raad heeft geoordeeld en geven wij tot slot een paar praktische voorbeelden.

Einddatum arbeidsovereenkomst

Soms lijken dingen zo eenvoudig, terwijl er in de praktijk toch de nodige discussie over kan ontstaan. Dit is ook het geval met de einddatum van de arbeidsovereenkomst. Wat wordt er nu bedoeld als de arbeidsovereenkomst ‘per’ een bepaalde datum eindigt? Deze vraag stond centraal in een procedure tussen ABN AMRO en één van haar werknemers. De arbeidsovereenkomst met werkneemster was door ABN AMRO opgezegd ‘per 1 maart 2018’. Vervolgens ontstaat de discussie welke dag de laatste dag van de arbeidsovereenkomst was: 28 februari 2018 of 1 maart 2018?

De Hoge Raad is hier duidelijk over: als de opzegging ‘per’ de eerste dag van de maand is, dan eindigt de arbeidsovereenkomst aan het einde van de laatste dag die daarvoor gelegen is. Dit is dan de laatste werkdag.[1] Met ingang van de eerste daaropvolgende dag bestaat de arbeidsovereenkomst dus niet meer. In deze zaak was de laatste werkdag dus 28 februari 2018 en bestond er 1 maart 2018 geen arbeidsovereenkomst meer.

Vervaltermijnen
De vraag wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt is ook relevant voor de vervaltermijnen binnen het arbeidsrecht. Dit is de termijn waarbinnen door de werknemer (of in voorkomend geval door werkgever) een verzoekschrift bij de kantonrechter moet hebben ingediend. Deze vervaltermijnen, uitgewerkt in artikel 7:686a lid 4 BW, bedragen altijd twee of drie maanden. Zo geldt voor een vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, zoals bij een ontslag op staande voet, een vervaltermijn van twee maanden. Voor het toekennen van de transitievergoeding geldt een vervaltermijn van drie maanden.

De wet bepaalt dat de vervaltermijn eindigt twee of drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Volgens de Hoge Raad betekent dit concreet dat de vervaltermijn aanvangt op de eerste dag na de laatste werkdag en afloopt aan het einde van de met die laatste werkdag overeenstemmende dag twee of drie maanden later. De vervaltermijn eindigt in beginsel dus steeds aan het einde van de dag met hetzelfde kalendernummer als dat van de laatste werkdag.
Hierop zijn twee uitzonderingen mogelijk. De eerste uitzondering kan worden gevormd door de werking van de Algemene termijnenwet. De tweede uitzondering is wanneer de maand waarin de termijn afloopt, niet een dag met hetzelfde nummer kent omdat deze maand nu eenmaal korter is. Beide uitzonderingen zullen wij nader duiden bij de voorbeelden verderop in dit artikel.

Voor de werkneemster in kwestie, die toekenning van de transitievergoeding verzocht, betekende dit het volgende. Nu de arbeidsovereenkomst was geëindigd per 1 maart 2018, was de laatste werkdag 28 februari 2018 en eindigde de vervaltermijn drie maanden later aan het einde van de dag met hetzelfde nummer: op 28 mei om 24.00 uur.

 Enkele voorbeelden

Omdat het verstrijken van de vervaltermijn in de praktijk nogal verwarrend kan zijn, hebben wij hieronder een paar voorbeelden opgenomen om het wat duidelijker te maken. Daarbij gaan we uit van een vervaltermijn van drie maanden, zoals die bijvoorbeeld voor transitievergoeding geldt.

Opzegging per 1 mei 2021 (‘normale’ situatie)

De laatste werkdag is 30 april 2021. De hoofdregel is dat de vervaltermijn eindigt aan het einde van de dag met hetzelfde nummer als dat van de laatste werkdag: dus op vrijdag 30 juli 2021. (Let op: dus niet het einde van de maand (31) juli.)

Opzegging per 1 april 2021 (afwijking: derde maand is korter)

De laatste werkdag is 31 maart 2021. De hoofdregel is dat de vervaltermijn eindigt aan het einde van de dag met hetzelfde nummer als dat van de laatste werkdag. Nu juni niet 31 maar 30 dagen telt, gaat de uitzondering op dat de derde maand korter is en dat de vervaltermijn eindigt aan het einde van de laatste dag van die maand: dus op woensdag 30 juni.

Opzegging per 1 augustus 2021 (afwijking: laatste dag is een zondag)

De laatste werkdag is 31 juli 2021. De hoofdregel is dat de vervaltermijn eindigt aan het einde van de dag met hetzelfde nummer als dat van de laatste werkdag: dat is dus 31 oktober 2021. Nu valt 31 oktober 2021 echter op een zondag. In dat geval bepaalt de Algemene termijnenwet dat de laatste dag van de vervaltermijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. In dit geval betekent dat dat maandag 1 november 2021 de laatste dag van de vervaltermijn is. Dezelfde situatie geldt overigens voor vervaltermijnen die aflopen op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.

Slot

Voor werknemers is het van belang om goed in de gaten te houden wanneer de vervaltermijn eindigt. Een te late indiening van het verzoekschrift komt een werknemer duur te staan. Of het nu maar één dag is of een paar minuten: te laat is te laat. Andersom is het ook voor werkgevers handig om te weten wanneer een werknemer in rechte geen acties meer kan instellen.

Vragen? Neem dan contact op met ons of met één van de andere medewerkers van de Business Unit Arbeidsrecht.

[1] Let op: dit is dus niet altijd de laatste ‘feitelijke’ werkdag. De laatste dag van de looptijd kan ook toevallig een dag zijn waarop de werknemer niet werkt (bijvoorbeeld een zaterdag of zondag).