Nieuws
Nieuwe Europese regels voor het vernietigen van onverkochte producten: wat betekent dit?
Gepubliceerd op 29 jan 2026
Onze mensen
Per juli 2026 treedt de Ecodesignverordening voor duurzame producten in werking, die bedrijven verplicht om onverkochte producten niet langer te vernietigen, met name in de kleding- en modebranche. Wat betekent dit voor uw onderneming en hoe kunt u zich voorbereiden? In dit artikel leggen wij uit welke ondernemingen onder de nieuwe regels vallen, welke verplichtingen er zijn en wat de gevolgen zijn voor uw processen en rapportage. Klik verder voor de details.
De Ecodesignverordening: vanaf 19 juli 2026 verboden om onverkochte kleding te vernietigen
De Europese Ecodesignverordening voor duurzame producten beoogt de milieueffecten van producten te verminderen door eisen te stellen aan productontwerp, duurzaamheid, repareerbaarheid en informatievoorziening. Deze regels gelden voor alle fysieke producten op de Europese markt, ongeacht hun herkomst. Een maatregel die in het oog springt is het verbod op het vernietigen van onverkochte producten, met name kleding en modeaccessoires. Dit verbod gaat gelden vanaf 19 juli 2026 en heeft impact op bedrijven van verschillende groottes. In deze blog leggen wij uit welke ondernemingen onder de regels vallen, welke verplichtingen er zijn en wat de gevolgen zijn voor uw processen.
De hoofdlijnen
De Ecodesignverordening vervangt de eerdere Ecodesignrichtlijn uit 2009 en heeft een aanzienlijk bredere reikwijdte. Waar de oude regels vooral waren gericht op energieverbruik, richt de nieuwe verordening zich op duurzaamheid in de volle breedte. Dat betekent onder meer aandacht voor levensduur, herbruikbaarheid, repareerbaarheid en recycling.
Daarnaast legt de verordening sterke nadruk op transparantie. Producenten en andere marktdeelnemers moeten duidelijke, begrijpelijke en niet-misleidende informatie verstrekken over de milieuprestaties van hun producten en over de wijze waarop deze zo duurzaam mogelijk kunnen worden gebruikt, onderhouden en verwerkt aan het einde van hun levenscyclus.
Het verbod op vernietiging van onverkochte producten
Tegen deze achtergrond introduceert de Ecodesignverordening een fundamenteel nieuw uitgangspunt: het vernietigen van onverkochte consumptiegoederen is in beginsel niet langer toegestaan. De Europese wetgever wil hiermee een einde maken aan de praktijk waarbij nieuwe, ongebruikte producten om commerciële redenen worden vernietigd, terwijl hergebruik of andere vormen van nuttige toepassing mogelijk zijn.
In de eerste fase ziet het verbod op kleding, modeaccessoires en schoenen, zoals opgenomen in bijlage VII van de verordening. Deze productgroepen zijn geselecteerd omdat juist hier sprake is van grootschalige vernietiging van onverkochte voorraden, met een disproportionele milieubelasting tot gevolg.
Inwerkingtreding en uitzonderingen naar ondernemingsgrootte
Het vernietigingsverbod treedt in werking op 19 juli 2026. Vanaf dat moment mogen de genoemde producten niet langer vernietigd worden, alleen maar omdat ze onverkocht zijn gebleven.
De verordening hanteert echter een gedifferentieerd regime, afhankelijk van de grootte van de onderneming. De definities van deze bedrijfsomvang zijn als volgt:
- Micro-onderneming: minder dan tien werknemers en een jaarlijkse omzet of balans van minder dan twee miljoen euro.
- Kleine onderneming: minder dan vijftig werknemers en een jaarlijkse omzet of balans van minder dan tien miljoen euro.
- Middelgrote onderneming: minder dan 250 werknemers en een jaarlijkse omzet van minder dan vijftig miljoen euro of een balans van minder dan 43 miljoen euro.
Micro- en kleine ondernemingen zijn uitgezonderd van het vernietigingsverbod. Middelgrote ondernemingen hoeven pas vanaf 19 juli 2030 aan het verbod te voldoen. Grote ondernemingen vallen vanaf 19 juli 2026 direct onder de verplichting.
Deze gefaseerde aanpak biedt kleinere ondernemingen extra tijd en ruimte om hun processen aan te passen.
Transparantieverplichtingen: ook vóór het verbod
Los van het daadwerkelijke vernietigingsverbod verplicht de verordening marktdeelnemers om openheid te geven over het vernietigen van onverkochte consumptiegoederen. Ondernemingen die dergelijke goederen wegdoen, of dit door derden laten uitvoeren, moeten jaarlijks publiek maken:
- om hoeveel producten het gaat (in aantallen en gewicht);
- om welke productcategorieën het gaat;
- waarom deze producten zijn vernietigd;
- wat er met de producten is gebeurd, uitgesplitst naar hergebruik, recycling, andere nuttige toepassingen en storten;
- welke maatregelen zijn genomen en gepland om vernietiging in de toekomst te voorkomen.
Deze informatie moet op een duidelijke en goed vindbare plaats op de website worden gepubliceerd of, indien van toepassing, worden opgenomen in het bestuursverslag in het kader van duurzaamheidsrapportage.
Ook hier geldt weer dat deze regels niet van toepassing zijn op micro- en kleine ondernemingen en dat ze voor middelgrote ondernemingen gaan gelden vanaf 19 juli 2030.
Anti-ontwijking en uitzonderingen
De verordening voorkomt expliciet dat ondernemingen het verbod indirect omzeilen, bijvoorbeeld door onverkochte producten via een derde te laten vernietigen. Ook dergelijke constructies vallen onder het bereik van de regels.
Daarnaast kan de Europese Commissie in specifieke gevallen uitzonderingen toestaan, bijvoorbeeld wanneer vernietiging noodzakelijk is om gezondheids- of veiligheidsredenen, wanneer producten onherstelbaar beschadigd zijn of wanneer vernietiging aantoonbaar de minst milieubelastende optie is. Deze uitzonderingen worden echter restrictief toegepast en vereisen een deugdelijke onderbouwing. Ook gevallen waarin producten ongeschikt blijken voor hun beoogde gebruik, niet worden geaccepteerd als donatie, niet geschikt zijn voor hergebruik of herproductie, of waarin het om namaak of andere inbreuken op intellectuele eigendomsrechten gaat, kunnen onder een dergelijke uitzondering vallen.
Praktische impact voor ondernemingen
Het vernietigingsverbod raakt rechtstreeks aan voorraadbeheer, retourstromen, contracten met logistieke partners en de bredere ESG-strategie van ondernemingen. Voor veel organisaties betekent dit dat bestaande processen rondom overstock en onverkochte producten opnieuw moeten worden ingericht, met meer nadruk op hergebruik, donatie en recycling, én op transparante verslaglegging.
Tot slot
De Ecodesignverordening markeert een duidelijke verschuiving: duurzaamheid wordt niet langer alleen gestimuleerd, maar ook juridisch afgedwongen. Met name het verbod op het vernietigen van onverkochte producten vraagt om tijdige voorbereiding en zorgvuldige juridische duiding.
Wilt u weten wat deze ontwikkelingen concreet betekenen voor uw organisatie of hoe u zich hierop kunt voorbereiden, dan bespreken wij dit graag met u.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.