Nieuws

Mondelinge exoneratie houdt stand na ernstig paardrijongeval

Gepubliceerd op 24 jul 2026

Onze mensen

mondelinge exoneratie houdt stand

Een beroep op de risicoaansprakelijkheid van artikel 6:179 BW lijkt bij een paardrijongeval vaak voor de hand te liggen. Uit een recent arrest van het gerechtshof Amsterdam blijkt evenwel dat een dergelijke aansprakelijkheid niet altijd tot vergoeding van schade leidt. In het arrest van 2 juni 2026 oordeelt het hof dat een mondeling overeengekomen exoneratie rechtsgeldig is en eraan in de weg staat dat een amazone (vrouwelijke ruiter) haar letselschade op een paardeneigenaar kan verhalen. De uitspraak benadrukt het belang van vooraf gemaakte afspraken en laat zien dat getuigenverklaringen een doorslaggevende rol kunnen spelen bij de bewijsvoering ten aanzien van een exoneratie.

Feiten

Het geschil speelde tussen twee vriendinnen. Een van de vriendinnen, de paardeneigenaar, ondergaat in 2015 twee rugoperaties. Haar vriendin (hierna: ‘amazone’) helpt haar daarna enkele dagen per week met de verzorging en het berijden van haar paard. Ook de dochter van de amazone gebruikt het paard regelmatig. Op 28 november 2015 komt de amazone tijdens een rit ten val doordat het paard schrok door een omgevallen hindernis. Hierbij loopt zij letsel op aan haar rechterknie en rechterbeen. In juli 2016 stelt zij de paardeneigenaar vervolgens aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW.

De aansprakelijkheidsverzekeraar wijst de aansprakelijkheid af. De paardeneigenaar stelt dat partijen vooraf meermaals hebben besproken dat de amazone het paard volledig voor eigen risico zal verzorgen en berijden. Ook spreken zij volgens haar af dat de amazone haar niet aansprakelijk zal stellen als zich een ongeval voordoet. Op verzoek van de amazone vindt in 2019 een voorlopig getuigenverhoor plaats. In een opvolgende deelgeschilprocedure wijst de rechter de vorderingen van de amazone af met verwijzing naar de verklaringen uit dat verhoor.

De centrale vraag: is er een exoneratie overeengekomen?

De kern van het geschil in hoger beroep draait om de vraag of partijen vooraf een geldige afspraak hebben gemaakt waarmee zij aansprakelijkheid uitsluiten. De amazone ontkent dat; volgens haar hebben zij slechts praktische afspraken gemaakt over de verzorging en het gebruik van het paard. De paardeneigenaar stelt daartegenover dat partijen expliciet hebben besproken dat eventuele schade, ook ernstige schade, voor rekening van de amazone blijft.

Doorslaggevende betekenis van getuigenverklaringen

Het hof kent, net als de deelgeschilrechter, veel gewicht toe aan de verklaringen uit het voorlopig getuigenverhoor. Verschillende getuigen verklaren dat de amazone heeft gezegd dat zij de paardeneigenaar nooit aansprakelijk zal stellen als haar tijdens het rijden iets overkomt. Het hof vindt dat de verklaringen van de paardeneigenaar, haar moeder en een gezamenlijke vriendin samen een consistent en geloofwaardig geheel vormen. Daarbij weegt mee dat zij op essentiële punten hetzelfde verklaren: de amazone rijdt op eigen risico en die afspraak ziet ook op mogelijk ernstig letsel. Het hof acht bovendien van belang dat de amazone zich als ervaren ruiter bewust moet zijn geweest van de risico’s van het paardrijden.

Ook de gebeurtenissen na het ongeval ondersteunen deze lezing. De amazone stelt de paardeneigenaar pas acht maanden na het incident aansprakelijk. Uit verschillende verklaringen blijkt bovendien dat zij aanvankelijk niet van plan is dat te doen. Het hof acht om die reden bewezen dat partijen hebben afgesproken dat de amazone het paard op eigen risico heeft bereden en dat zij de eigenaar niet aansprakelijk zou houden voor daaruit voortvloeiende letselschade.

Is een mondelinge afspraak over ‘eigen risico’ voldoende?

Daarna beoordeelt het hof of deze afspraak juridisch kwalificeert als exoneratie. De amazone stelt dat de term ‘eigen risico’ dermate vaag is en dat daarmee geen standpunt overeen is gekomen met als doel het uitsluiten van aansprakelijkheid. Het hof volgt haar daarin niet. Volgens het hof staat voldoende vast dat partijen hebben afgesproken dat de amazone het paard tijdens de herstelperiode van de eigenaar voor eigen rekening en risico berijdt en dat de eigenaar niet aansprakelijk is voor eventuele schade. Hiermee laat de afspraak volgens het hof niets aan duidelijkheid te wensen over.

Voorts benadrukt het hof dat een overeenkomst niet uitsluitend schriftelijk tot stand hoeft te komen, maar ook uit verklaringen en gedragingen van partijen kan blijken. Bovendien had de amazone kunnen afzien van het berijden en verzorgen van het paard indien zij de aansprakelijkheidsuitsluiting niet wenste te accepteren.

Beroep op redelijkheid en billijkheid

Subsidiair brengt de amazone naar voren dat de paardeneigenaar zich naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet op de exoneratie mag beroepen. Zij doet hierbij een beroep op de volgende omstandigheden: de ernst van haar letsel, de vriendschappelijke relatie tussen partijen en het feit dat de paardeneigenaar tegen aansprakelijkheid is verzekerd.

Ook dit verweer slaagt niet. Daarbij weegt mee dat beide partijen particulieren betreffen en profijt hadden van de gemaakte afspraak. De paardeneigenaar kreeg hulp bij de verzorging van haar paard, terwijl de amazone en haar dochter kosteloos van het paard gebruik konden maken. Ook beschikte de amazone zelf over een ongevallenverzekering die een bedrag heeft uitgekeerd. Verder acht het hof, onder verwijzing naar het Imagine-arrest, van belang dat de amazone tijdens de periode waarin zij het paard verzorgde en bereed, zelf invloed had op de risico’s die samenhingen met het gedrag van het paard. Onder voorgaande omstandigheden mag de paardeneigenaar zich volgens het hof op de exoneratie beroepen.

Betekenis voor de praktijk

Deze uitspraak bevat een belangrijke les voor de aansprakelijkheids- en letselschadepraktijk. Artikel 6:179 BW behelst in beginsel risicoaansprakelijkheid voor de bezitter van een paard voor schade die de eigen energie van het dier veroorzaakt. Dat neemt niet weg dat partijen die aansprakelijkheid contractueel kunnen beperken of uitsluiten. Het arrest laat zien dat ook mondelinge afspraken daarbij doorslaggevend gewicht kunnen hebben, mits deze zorgvuldig kunnen worden onderbouwd, bijvoorbeeld door middel van consistente getuigenverklaringen. Voor belangenbehartigers betekent dit dat zij niet alleen de juridische grondslag van de vordering in ogenschouw moeten nemen, maar ook vooraf gemaakte afspraken tussen partijen en de mogelijkheden om die afspraken te bewijzen.

VAST, 2026,  B-024 , M.C.N. Mol, e-ISSN 2667-307X,  M.A.D.Lex

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief