Nieuws
Dopingregistratie: wat verandert er?
Gepubliceerd op 14 jul 2026
Onze mensen
Mogen gegevens van atleten die de anti-dopingregels overtreden openbaar worden gemaakt? Die ogenschijnlijk simpele vraag raakt aan een spanningsveld tussen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de World Anti-Doping Code (WADC). Het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) heeft onlangs duidelijkheid gegeven.
Wat speelde er?
Verschillende sporters traden op tegen de Oostenrijkse Nationale Anti Doping Agentur (NADA). De NADA publiceert op haar website lijsten met schorsingen en uitsluitingen van sporters wegens dopinggebruik. Deze sporters zijn overeenkomstig een beslissing van de Oostenrijkse anti-doping commissie (ÖADR) – voor een bepaalde – of levenslange periode geschorst.
De lijsten bevatten verschillende gegevens, waaronder de voor- en achternaam, de beoefende sport, de aard van de overtreding, de duur van de schorsing en de opgelegde sanctie ten aanzien van de betreffende sporters. De verzoekers verzochten de ÖADR en NADA om de vermelding van hun namen en sportdisciplines te verwijderen. Aan dat verzoek werd geen gehoor gegeven, waarna de sporters een klacht indienden bij de Oostenrijkse privacy toezichthouder.
Dopingregels in de EU
De WADC is het centrale document van het Wereldantidopingagentschap (WADA). Het is de uniforme basis voor alle antidopingregels in de sport wereldwijd. Het doel van de WADC is het beschermen van het recht van sporters op een eerlijke en dopingvrije sport, op elk niveau en in elk land, en daarnaast het opleggen van dezelfde rechten, verplichtingen en sancties aan sporters wereldwijd.
Momenteel is de WADC uit 2021 van kracht (de WADC-2021). Op basis van de WADC-2021 zijn anti-dopingorganisaties bevoegd om vermeende dopingovertredingen te publiceren. Zodra onherroepelijk vaststaat dat een sporter de WADC-2021 heeft overtreden, zijn de relevante anti-dopingorganisaties zelfs verplicht om binnen twintig kalenderdagen na de onherroepelijke uitspraak de volgende gegevens te publiceren (i) de identiteit van de sporter, (ii) de gebruikte verboden stof en de aard van de overtreding en (iii) de opgelegde sanctie, indien van toepassing.
Deze plicht geldt niet als onherroepelijk vaststaat dat de sporter géén overtreding heeft begaan. In dat geval mogen de anti-dopingorganisaties de details van de uitspraak uitsluitend publiceren met toestemming van de sporter. Verder gelden er uitzonderingen voor minderjarigen, zogenaamde “Protected Persons” en recreatieve sporters.
Per 1 januari 2027 zal een nieuwe versie van de WADC van kracht worden (de WADC-2027). De WADC-2027 introduceert een aanvullende uitzonderingsgrond voor publicaties. Indien een sporter kan aantonen dat geen schuld of nalatigheid aan de zijde van de sporter bestond bij het toedienen van de verboden stof – ook niet bij het betrachten van de uiterste voorzorg door diezelfde sporter – is er sprake van zogenaamde 'no Fault or Negligence'. Ook in dat geval is voorafgaande toestemming van de sporter vereist voordat de anti-dopingorganisaties tot publicatie mogen overgaan.
Regels op grond van de AVG en de WUAB
Een kernvraag in de uitspraak was of dopinggegevens kwalificeren als “gegevens over de gezondheid” en/of als “strafrechtelijke gegevens”. Als deze vragen positief beantwoord worden, mogen deze gegevens niet zomaar gepubliceerd worden.
De publicatie van persoonsgegevens is een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Een verwerking is vrijwel alles wat een organisatie met persoonsgegevens doet, waaronder het openbaar maken van deze gegevens. De verwerking van persoonsgegevens is onderworpen aan een aantal regels. Zo mogen er niet meer gegevens worden verwerkt dan noodzakelijk en moet in sommige gevallen de verwerking evenredig zijn met het nagestreefde doel.
Het is in beginsel verboden om gegevens over de gezondheid en strafrechtelijke gegevens te verwerken. Gegevens over de gezondheid zijn namelijk bijzondere persoonsgegevens, waarvan de verwerking op grond van de AVG in beginsel verboden is, tenzij een specifieke uitzondering van toepassing is. Te denken valt aan expliciete toestemming van de betrokkene, een zwaarwegend algemeen belang of bescherming van de volksgezondheid.
Strafrechtelijke gegevens mogen in beginsel evenmin worden verwerkt, behalve onder toezicht van de bevoegde toezichthoudende instanties, zoals politie en justitie, of wanneer Unie of nationaal recht het toestaat. Daarbij is niet doorslaggevend of een inbreuk naar nationaal recht als strafbaar feit wordt aangemerkt. Inbreuken die naar nationaal recht niet strafbaar zijn kunnen alsnog een strafbaar karakter hebben, waardoor verwerking van deze gegevens alsnog verboden is.
Het belang van deze kwalificatievraag is duidelijk. Als de gegevens niet onder een van deze categorieën vallen, is publicatie in beginsel eenvoudiger toelaatbaar. Worden zij wél als zodanig aangemerkt, dan is verwerking verboden, tenzij een uitzondering van toepassing is.
Sinds 1 januari 2019 is de Wet uitvoering antidopingbeleid van kracht (de WUAB). In verband met het invoeren van de WUAB is de Nederlandse Dopingautoriteit een publiekrechtelijke rechtspersoon met een wettelijke taak geworden. Ter uitvoering van deze wettelijke taak is de Dopingautoriteit bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder gegevens over gezondheid, het verzamelen en verwerken van verblijfgegevens van bepaalde topsporters en het verstrekken van persoonsgegevens aan sportorganisaties ten behoeve van de uitvoering van het dopingcontroleproces. De Dopingautoriteit dient hierbij te voldoen aan de regelgeving die op internationaal niveau geldt ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Hoe oordeelde het Hof?
Het Hof oordeelde dat de vermelding van de categorie van de verboden methode of stof bij de schorsing kan leiden tot de verwerking van gegevens over de gezondheid. Deze informatie kan namelijk direct of indirect iets zeggen over de vroegere, huidige of toekomstige lichamelijke of geestelijke gezondheidstoestand van de sporter. Daarbij maakte het Hof onderscheid tussen de vermelding van de verboden stof, die kan leiden tot verwerking van gezondheidsgegevens, en de overige gegevens, die op zichzelf niet als gezondheidsgegevens kwalificeren. De naam van de betrokken sporter, de duur van de schorsing en de redenen voor die schorsing zijn derhalve geen bijzondere persoonsgegevens over de gezondheid, tenzij de publicatie mede de naam of categorie van de verboden stof of methode vermeldt én die informatie, in combinatie met andere gegevens, iets kan onthullen over de gezondheid van de sporter.
Vervolgens boog het Hof zich over de vraag of sprake is van strafrechtelijke gegevens in de zin van artikel 10 AVG. Het Hof oordeelde dat de persoonsgegevens die betrekking hebben op de feiten als bedoeld in de antidopingwetgeving géén persoonsgegevens vormen die betrekking hebben op strafbare feiten. Deze sancties hebben namelijk een disciplinair karakter en zijn uitsluitend gericht op een afgebakende groep personen, namelijk sporters, met als doel naleving van de voor die groep geldende gedragsregels te waarborgen.
Tot slot oordeelde het Hof dat de publicatie van de naam van een professionele sporter, de duur van de schorsing en de redenen daarvoor op internet in beginsel verenigbaar kan zijn met de AVG. De bestrijding van doping vormt immers een doelstelling van algemeen belang. Om die reden moet de verwerking wel evenredig zijn met het doel dat wordt nagestreefd. Daarom moet de verwerkingsverantwoordelijke vóór publicatie een individuele belangenafweging maken, waarbij wordt beoordeeld of de publicatie noodzakelijk en proportioneel is. Daarnaast moet ook de duur van de online publicatie aan het proportionaliteitsbeginsel voldoen. Verder moet de betrokken sporter de mogelijkheid hebben om, wanneer publicatie op korte termijn dreigt, vooraf een klacht in te dienen bij de bevoegde gegevensbeschermingsautoriteit.
Wat kan er veranderen?
Dit arrest maakt duidelijk dat het publiceren van dopingsancties niet zonder meer verboden is, maar wél grenzen kent. In ieder geval geldt dat de verboden gebruikte stof in beginsel niet mag worden gepubliceerd, voor zover die vermelding – al dan niet in combinatie met andere gegevens – informatie over de gezondheid van de sporter kan prijsgeven.
Een tweede, belangrijk gevolg is dat anti-dopingorganisaties niet langer kunnen volstaan met een automatische en ongedifferentieerde publicatie. Er wordt vereist dat de verwerkingsverantwoordelijke vóór iedere publicatie een individuele afweging maakt of publicatie noodzakelijk en evenredig is in het licht van het nagestreefde doel. Het feit dat de WADA een publicatieplicht heeft vastgelegd – en bepaalde Europese landen deze plicht verankerd hebben in hun nationale wetgeving –, ontslaat de anti-dopingorganisaties niet van die verplichting om deze beoordeling te maken. Zorgvuldigheid vanuit de anti-dopingorganisaties blijft dus te allen tijde geboden.
Dat betekent dat het anti-dopingregister waarschijnlijk niet volledig op de schop hoeft. Wél zullen anti-dopingorganisaties hun besluitvorming rond publicaties beter moeten motiveren en per geval moeten beoordelen of en zo ja, hoe publicatie gerechtvaardigd is. Een publicatie van een dopingsanctie heeft immers vergaande gevolgen voor een sporter.
Wat betreft de reikwijdte en duur van de publicatie geldt dat ook de duur van de online publicatie beoordeeld moet worden aan de hand van het proportionaliteitsbeginsel. Het Hof noemt de duur van de publicatie expliciet als een factor die moet worden meegewogen. Daarnaast moet een sporter de mogelijkheid hebben om vooraf op te komen tegen een voorgenomen publicatie door een klacht in te dienen bij de bevoegde privacytoezichthouder, indien concrete aanwijzingen bestaan dat publicatie te verwachten is.
De vraag is nog hoe deze regels uiteindelijk hun plek zullen vinden in combinatie met de WADC-2027.
Conclusie
Het arrest van het Hof maakt duidelijk dat de publicatie van dopingsancties niet per definitie in strijd is met de AVG, mits aan de voorwaarden van de AVG wordt voldaan. Dopinggegevens kunnen onder omstandigheden worden aangemerkt als gezondheidsgegevens wanneer de publicatie informatie bevat over de verboden stof of methode die iets over de gezondheid van de sporter kan onthullen; het verdient aanbeveling deze niet langer te publiceren. Het Hof heeft daarentegen geoordeeld dat de betrokken gegevens geen strafrechtelijke gegevens in de zin van de AVG vormen. Daarnaast moeten anti-dopingorganisaties per geval beoordelen of publicatie noodzakelijk en evenredig is. Ook de duur van de publicatie moet daarbij worden betrokken en sporters moeten de mogelijkheid hebben om preventief op te komen tegen een voorgenomen publicatie bij de privacytoezichthouder. Hoewel nog onduidelijk is hoe deze uitspraak wordt uitgelegd in combinatie met de WADC-2027, is duidelijk dat de AVG ook binnen het antidopingbeleid een belangrijke waarborg blijft vormen voor de bescherming van persoonsgegevens.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.