Update governance in de zorg

Update governance in de zorg: Wtza, Wibz en Wetsvoorstel invloed zorgverleners

De Wet toetreding zorgaanbieders (‘Wtza’) en de consultatie van het Uitvoeringsbesluit
Deze zomer schreven wij al over de nieuwe Wet toetreding zorgaanbieders (‘Wtza’) en het concept-Uitvoeringsbesluit Wtza. De Wtza werd op 9 juni 2020 aangenomen door de Eerste Kamer. Bij de Wtza behoren ook een Uitvoeringsbesluit en een Uitvoeringsregeling, die nog in voorbereiding zijn. Het concept-Uitvoeringsbesluit is inmiddels in internetconsultatie geweest en tevens op 26 mei 2020 via een informele voorhang aan de Tweede Kamer voorgelegd. Vanuit Holla hebben wij een reactie bij de internetconsultatie ingediend.

Op 4 november 2020 heeft Minister voor Medische Zorg Van Ark (‘Minister’) aangekondigd dat het concept-Uitvoeringsbesluit Wtza dit najaar zal worden behandeld door de Tweede Kamer. Daar waar de Tweede Kamer mogelijk nadere wensen meegeeft, moeten deze nog worden uitgewerkt. Daarna volgt nog het traject van advisering door de Afdeling advisering van de Raad van State. Het is aannemelijk dat alle input uit de consultatie hierbij wordt (mee)gewogen. We zijn er dus wat de Wtza betreft nog lang niet. Eind mei gaf de Minister aan te streven naar de inwerkingtreding van de Wtza op 1 juli 2021. Die datum is volgens de Minister niet meer haalbaar. Nieuwe streefdatum voor inwerkingtreding: 1 januari 2022.

Concept-Uitvoeringsregeling: getrapt toezicht toch echt verleden tijd?
Wat betreft de Wtza is ook relevant dat inmiddels een concept-Uitvoeringsregeling Wtza inmiddels is voorgelegd voor verschillende toetsen en adviezen. Deze concept-Uitvoeringsregeling bevat onder meer  een voorbeeld van het meldingsformulier en het aanvraagformulier voor de vergunning die nieuwe zorgaanbieders mogelijk moeten aanvragen op grond van de Wtza. De concept-Uitvoeringsregeling is op 19 oktober 2020 ter internetconsultatie voorgelegd. Hieruit, en uit de toelichting bij de concept-Uitvoeringsregeling, lijkt te volgen dat voor elke ‘instelling’ in de zin van de Wtza, die een vergunning behoeft, toch echt ook een intern toezichthouder dient te zijn aangesteld. Ook ‘lege’ moedermaatschappijen (holdings; ‘lege hulzen’) vallen namelijk onder de definitie van instelling. Of dit daadwerkelijk de regel zal worden is tot op heden nog niet duidelijk. Als gezegd is de Uitvoeringsregeling namelijk nog een concept.

Digitale informatie over de Wtza en kwaliteitswetgeving voor zorgaanbieders
Door de Minister is tevens aangekondigd dat zal worden zorggedragen voor het digitaal beschikbaar stellen van informatie over relevante wet- en regelgeving, voor nieuwe en bestaande zorgaanbieders. Op die manier wordt bevorderd dat nieuwe en bestaande zorgaanbieders op de hoogte zijn van de wet- regelgeving waaraan zij moeten voldoen. Dat is namelijk ook een van de beoogde effecten van de Wtza. Samen met het CIBG, de IGJ en de NZa is een communicatiestrategie opgesteld om zorg- en jeugdhulpaanbieders beter bewust te maken van de (kwaliteits)eisen die aan de zorg- en jeugdhulpverlening zijn gesteld en hen tijdig en laagdrempelig kennis te laten nemen van de regels van de Wtza. En van wat ze nog moeten doen om daaraan te voldoen. Hiervoor komt een digitale tool beschikbaar. Met deze tool krijgen zorg- en jeugdhulpaanbieders, aan de hand van vragen, inzicht of ze voldoen aan de bestaande (kwaliteits)eisen en, zo niet, welke stappen ze nog moeten zetten. Ook wordt ingezet op een centrale webpagina, informatiebrieven, brochures en samenwerking met allerlei betrokken organisaties.

Het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (‘Wibz’)
Niet onbelangrijk is verder te melden dat het Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (‘Wibz’) in voorbereiding is. Waar de Wtza ten doel heeft de kwaliteit te verbeteren, ligt het hoofddoel van de Wibz in het borgen van de integriteit van zorginstellingen. Meer specifiek zal de Wibz tot doel hebben:
1. Het beter borgen van de integere bedrijfsvoering van zorgaanbieders door het aanscherpen van de publiekrechtelijke randvoorwaarden.
2. Het externe toezicht (door onder meer de IGJ en NZa) voorzien van extra handvatten om zorgaanbieders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige bedrijfsvoering. Bij twijfels over tegenstrijdige belangen of excessieve winstuitkering door zorgorganisaties moet het externe toezicht in de toekomst sneller en voortvarender kunnen optreden en moeten personen die met de verkeerde intenties aan de slag willen binnen de zorg beter kunnen worden geweerd.

Het wetsvoorstel Wibz wordt nog uitgewerkt. De Minister verwacht de internetconsultatie in het voorjaar van 2021 te laten plaatsvinden.

Het initiatiefwetsvoorstel invloed van zorgverleners
Tot slot mag het Initiatiefwetsvoorstel invloed van zorgverleners niet onvermeld blijven. Daarvoor is op 30 oktober jl. een internetconsultatie gestart. Met het wetsvoorstel zal – wanneer het wordt aangenomen – een wijziging van artikel 3 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (‘Wkkgz’) worden bewerkstelligd.

Het huidige artikel 3 Wkkgz bepaalt dat een zorgaanbieder de zorgverlening op zodanige wijze organiseert, zich zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig bedient van personele en materiële middelen en, voor zover nodig, bouwkundige voorzieningen en, indien hij een instelling is, tevens zorgdraagt voor een zodanige toedeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden alsmede afstemmings- en verantwoordingsplichten, dat een en ander redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg.

Aan het nieuwe artikel 3 zal een lid worden toegevoegd. Het nieuwe artikel 3 lid 2 Wkkgz zal, zo is voorgesteld, luiden: “De zorgaanbieder stelt de zorgverleners die zorg verlenen aan zijn cliënten, in de gelegenheid invloed uit te oefenen op zijn beleid ter uitvoering van het eerste lid, voor zover dat beleid direct van belang is voor hun bijdrage aan het verlenen van goede zorg.”

Wat ‘goede zorg’ is, is uitgewerkt in artikel 2 Wkkgz. Daaronder vallen onder meer de professionele standaarden. Zorgverleners bepalen nu dus weliswaar ook al wat ‘goede zorg’ is, door invulling van de professionele standaarden, maar zij hebben hiermee nog geen inspraak op instellingsniveau. Met de (mogelijke) wijziging van artikel 3 Wkkgz zal dat dus veranderen. Onder het begrip ‘goede zorg’ zal dan ook de invloed van zorgverleners op het primaire proces van zorgverlening en zorginhoudelijk beleid van de organisatie gaan vallen. Uiteindelijk blijft de zorgaanbieder wel verantwoordelijk voor het zorginhoudelijk beleid. Hij neemt de beslissingen daarover: de zorgaanbieder behoudt de zeggenschap. Met de wetswijziging wordt aan zorgverleners de mogelijkheid geboden om invloed uit te oefenen op de beslissingen van de zorgaanbieder. Deze invloed kan verschillende vormen aannemen en direct of indirect zijn. Denk hierbij aan inspraak met bijvoorbeeld panels, werkgroepen en adviesraden (direct), of via medezeggenschap (indirect).

Meer weten? Neemt u dan contact op met Jacqueline de Vries

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?