Stuiting verjaring

Verjaring gestuit door erkenning aansprakelijkheid verzekeraar

Is de verjaring van een vordering tot schadevergoeding gestuit door erkenning op de voet van art. 3:318 BW? Moeten voorschotbetalingen en uitingen van de verzekeraar als erkenning worden opgevat? Ja, oordeelt de Hoge Raad.

Wat was de aanleiding?

Een werknemer is in dienst als bedrijfsleider. Op 22 december 1998 glijdt hij uit in de wasstraat. De werknemer raakt als gevolg daarvan arbeidsongeschikt. Hij vordert zijn schade. De verzekeraar van zijn werkgever heeft bij brief van 8 november 2001 de aansprakelijkheid erkend. De verzekeraar schakelt een schaderegelingsbureau in. Er worden verschillende voorschotten uitbetaald, tot 2008, daarna raakt de afwikkeling van de schade in een impasse.

De werknemer vordert bij dagvaarding van 29 januari 2011 veroordeling van zijn voormalige werkgever tot vergoeding van de schade als gevolg van het arbeidsongeval.

Kan de werkgever een beroep doen op verjaring?

De meningen daarover zijn verdeeld. De kantonrechter vindt van wel, en ook in hoger beroep houdt het beroep op verjaring stand. De Hoge Raad oordeelt echter anders:

Erkenning van een recht, stuit de verjaring van de rechtsvordering die dat recht beschermt, zo volgt uit art. 3:318 BW. In deze zaak staat vast dat de verzekeraar rechtsgeldig namens de verzekerde de aansprakelijkheid heeft erkend en dat die verzekeraar in vervolg daarop met de benadeelde in onderhandeling is getreden over de schadeafwikkeling. Als een verzekeraar in een dergelijk geval al niet op grond van de polisvoorwaarden (ook) bij de schadeafwikkeling optreedt als vertegenwoordiger geldt als uitgangspunt dat de benadeelde op die vertegenwoordigingsbevoegdheid mag vertrouwen (vgl. HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:142 en HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017: 1356). Dat is alleen anders als de verzekeraar of verzekerde een mededeling doet die daarvan afwijkt.

Toegepast op deze zaak

Omdat de verzekeraar aansprakelijkheid heeft erkend, staat de aansprakelijkheidsvraag in deze zaak niet meer ter discussie. Uitsluitend de omvang van de schadevergoeding waar de werknemer recht op heeft, is in het geding. In dat verband is dan voldoende voor stuiting dat de verzekeraar heeft erkend dat de werknemer aanspraak heeft op een hogere vergoeding dan tot dan toe betaald. Het maakt niet uit dat over de omvang van het precieze verschuldigde bedrag nog geen overeenstemming is.

Slotsom

Het oordeel van de Hoge Raad maakt duidelijk dat erkenning van de aansprakelijkheid door de verzekeraar, en de daaropvolgende afwikkeling van de schade, de verjaring stuit. De verzekeraar moet namelijk worden gezien als de vertegenwoordiger van de verzekerde en als dat niet zo is, dan had de benadeelde op een zodanige vertegenwoordigingsbevoegdheid mogen vertrouwen. Dit is een uitbreiding van de rechtspraak van de Hoge Raad over vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u vragen over de manier waarop Holla Advocaten u kan begeleiden? Neem contact op met onze specialisten op het gebied van Aansprakelijkheid, Verzekering & Vervoer.  

Dit artikel is geschreven door Janet van de Bunt, medewerker van het wetenschappelijk bureau van Holla Advocaten.

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar