Sportrecht

In de sport ligt de aansprakelijkheidslat hoger

In het normale maatschappelijke verkeer kan een gedraging de verplichting met zich mee brengen daardoor veroorzaakte schade te vergoeden als het gedrag zodanig onzorgvuldig is dat het een onrechtmatige daad oplevert. Daarvan is sprake wanneer er een inbreuk op een recht wordt gemaakt of sprake is van een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. In het algemeen wordt het toebrengen van letsel aan een ander als onrechtmatig gezien.

Voor sport- en spelsituaties is dit echter niet zondermeer het geval. De Hoge Raad heeft in een reeks arresten, geoordeeld dat de vraag of een deelnemer aan een sport of spel onrechtmatig heeft gehandeld door een gedraging als gevolg waarvan aan een andere deelnemer letsel is toegebracht, minder spoedig bevestigend moet worden beantwoord dan wanneer die gedraging niet in een sport- of spelsituatie had plaatsgevonden. De reden daarvan is dat de deelnemers aan die sport of dat spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen waartoe de activiteit uitlokt of die daarin besloten liggen, van elkaar moeten verwachten.

De grens wordt gevonden in zodanig onsportief gedrag waarop de overige deelnemers aan de sport of het spel niet hoeven te rekenen. Als men zich buiten de orde van het spel begeeft, en dat hoeft niet al het geval te zijn bij een als overtreding aan te merken gedraging, ligt voor de hand dat het gedrag onrechtmatig wordt.

In het “natrap-arrest” trapte een voetbalspeler de knieschijf van zijn tegenstander kapot, terwijl de bal niet meer in de buurt was. In deze zaak was er volgens de Hoge Raad wel sprake van een onrechtmatige daad, omdat een voetbalspeler van de andere spelers op het veld mag verwachten dat zij geen onnodig gevaar voor blessures veroorzaken. Het op zeer grove wijze inbreuk maken op de spelregels kan dus wel onrechtmatig zijn, net als dat het overtreden van een belangrijke regel voldoende is voor de onrechtmatigheid van de gedraging.

In het “judoworp-arrest” betrof een deelnemers aan judoles die aan zijn nek gewond raakte bij een schouderworp. Dit gebeurde nadat de instructeur een stopcommando had gegeven. Dit leverde een onrechtmatige daad op, omdat het slachtoffer geen rekening hoefde te houden na het stopcommando van de instructeur nog op de grond geworpen te zullen worden.

In het “schaatsongeval-arrest” werd een schaatser tijdens een trainingsuur onderuit gereden door een vallende schaatser. Het slachtoffer reed in de buitenbaan, die bestemd was voor uitrijdende schaatsers en de veroorzaker reed in de binnenbaan, die bestemd was voor schaatsers die met hoge snelheidsoefeningen bezig waren. De Hoge Raad oordeelde dat deze gedraging viel binnen het kader van sport en spel, aangezien de verhoogde drempel van aansprakelijkheid niet ophoudt te gelden doordat tijdens een trainingsuur de ene schaatser bezig is uit te rijden, terwijl de andere bezig is met een snelheidsoefening en zij op verschillende gedeelten van de baan rijden. De schaatsers mogen of moeten namelijk van elkaar verwachten dat er bepaalde risico’s aan de schaatssport zitten.

Die verhoogde drempel om aansprakelijkheid aan te nemen, eindigt niet steeds als de wedstrijd afgelopen is. Want de door die sport of dat spel bepaalde verhouding tussen de deelnemers hoeft niet direct en geheel te veranderen doordat en op het moment waarop aan die sport of dat spel volgens de daarvoor geldende regels, een einde komt. Een (korte) tijd daarna kan het feit dat partijen zo-even nog met elkaar hebben gewedijverd of in een spelsituatie waren verwikkeld, de verwachtingen die zij van elkaar mogen of moeten hebben, blijven beïnvloeden, afhankelijk van de aard van die activiteit en de verdere omstandigheden van het geval.

Waar de concrete grenzen liggen om ook in sport- en spelsituaties aansprakelijkheid aan te nemen, is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De aard van de sport (contactsport of niet; snelheid, het gevaarzettende karakter van de sportattributen), het moment waarop het te beoordelen gedrag plaats vindt en de ernst van de schending van de gedrags- of spelregels zijn daarvoor mede bepalend.

Neem contact op met Jaimy Vanenburg voor meer informatie over sportrecht.

Jaimy Vanenburg

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar