Is of was de indexering redelijk? The story continues…

indexering basic-fit

Recent schreef ik over de uitspraak van de kantonrechter Rotterdam van 3 november 2023. Deze kantonrechter achtte de indexering van 14,5% in een huurovereenkomst bedrijfsruimte ‘onredelijk’ maar zag zich geconfronteerd met de vraag hoe de indexeringen dan verder zouden moeten gaan lopen.

De kantonrechter te Almere oordeelde op 10 januari 2024 over een zeer vergelijkbare zaak. Het ging om de indexering van 14,5% die Basic Fit per 1 januari 2023 voor haar kiezen kreeg. De kantonrechter oordeelde, in lijn met andere uitspraken, dat de stijging van de energieprijzen wegens de oorlog in de Oekraïne geen beroep op onvoorziene omstandigheden rechtvaardigt (het ‘corona argument’).

Het argument dat de indexering met 14,5% naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (het ‘redelijkheidsargument’) volgt de kantonrechter echter wel. Net als onder meer de kantonrechter Rotterdam wijst de rechter erop dat het CBS de invloed van de energieprijzen voor consumenten per 1 juni 2023 in de berekening heeft aangepast. Het aansluiten bij de nieuwe methodiek leidt tot een verhoging met 7,8%in plaats van met 14,5%.

Maar ook hier loopt de kantonrechter tegen het probleem aan hoe de indexeringen dan verder gaan. De bestaande reeks leidt per 1-1-2024 tot een lage indexering. Hoewel dit niet uit het vonnis blijkt bedraagt die indexering volgens de ROZ formule en de standaard CBS indexcijfers tot een indexering met slechts 0,2%. Dit is een gevolg van de eerdere erg hoge indexering. De kantonrechter overweegt dat aangezien het beroep van de verhuurder op de hoge indexering per 1-1-2023 ‘onredelijk’ is hetzelfde geldt voor een beroep van de huurder op de lage indexeringper 1-1-2024.

De huurder en de verhuurder dienen vervolgens bij de kantonrechter te verschijnen, vooral om te bezien of een regeling mogelijk is. Uitgangspunt van de kantonrechter is een indexering per 1-1-2013 van 7,8% waarbij Basic Fit incassokosten is verschuldigd maar de boete wegens te late betaling tot nihil wordt gematigd.

De ’tussenstand’ houdt dan ook in dat sommige kantonrechters de hoge indexering per 1-1-2023 ‘onredelijk’ vinden terwijl andere kantonrechters dit zien als een gevolg van het gekozen systeem. Indien die indexering als ‘onredelijk’ wordt aangemerkt rijst vervolgens de vraag: hoe nu verder? Het lijkt erop dat de indexeringsreeksen uiteindelijk, over een aantal jaren uitgesmeerd, op min of meer hetzelfde percentage uitkomen. Alleen: bij de ‘standaard’ CBS cijfers wordt de huurder eerder met een hoge indexering geconfronteerd en betaalt dus per saldo meer huur. In deze Basic Fit zaak bedroeg het verschil over 2023 € 13.400,00, bij een huurprijs van € 200.000,00.

Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?