Aansprakelijkheid werkgever

Uitspraak ondergeschiktheid werknemer

Er is een nieuwe uitspraak verschenen over de aansprakelijkheid van de werkgever voor fouten van ondergeschikten. Deze uitspraak van de Hoge Raad gaat over de zeggenschap die een werkgever over de ondergeschikte moet hebben.

Wat was er aan de hand?

Prorail heeft BAM gevraagd onderhoudswerkzaamheden te verrichten aan het spoor. BAM heeft werknemers ingehuurd van JMV. Een werknemer van JMV heeft de machinist tijdens de onderhoudswerkzaamheden opdracht gegeven door te rijden, terwijl er een wissel niet in de juiste stand stond. De wissel is hierdoor beschadigd geraakt voor een bedrag van € 117.910,-. BAM betaalt de schade aan Prorail en probeert vervolgens de schade op JMV te verhalen.

Moet JMV de schade betalen als gevolg van de fout van de werknemer?

In de wet staat inderdaad dat de werkgever aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door fouten van ondergeschikten. Er moet dan aan twee vereisten zijn voldaan. In de eerste plaats moet de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van zijn taak zijn vergroot. In de tweede plaats moet degene in wiens dienst de ondergeschikte stond zeggenschap hebben over de gedragingen waarin de fout was gelegen.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad heeft op 14 juli jl. uitspraak gedaan in deze zaak. Het geschil spitst zich toe op de  invulling van het tweede vereiste. Hoe moet zeggenschap precies worden opgevat in deze verhouding?

In de literatuur wordt wel gezegd dat het vereiste zeggenschap ruim moet worden opgevat. Er zou sprake van moeten zijn dat de werkgever het recht heeft aanwijzingen of instructies te geven. Niet noodzakelijk is dat de werkgever in het concrete geval aanwijzingen of instructies gaf met betrekking tot de opgedragen werkzaamheden.

Wat zegt de Hoge Raad nu? Het bestaan van zeggenschap over de vraag of en op welke momenten de persoon die onrechtmatig heeft gehandeld, werkzaamheden voor een bepaalde derde dient uit te voeren bij JMV is in beginsel toereikend. Van verdere aanwijzingen of instructies hoeft dus geen sprake te zijn.

De Hoge Raad motiveert deze opvatting van zeggenschap, waardoor een hele ruime aansprakelijkheid voor de uitlenende werkgever ontstaat en er mogelijk meerdere werkgevers aangesproken kunnen worden, door te verwijzen naar de bescherming van de benadeelde. Zou zeggenschap anders worden opgevat, dan zou de benadeelde moeten weten wat de precieze afspraken zijn tussen de verschillende in aanmerking komende werkgevers en dat zou afbreuk doen aan de door de wet beoogde bescherming.

In feitelijke instanties trad onze advocate Martine Bouman op voor JMV. Wilt u weten welke gevolgen de uitspraak heeft in uw arbeidsverhouding? Neem dan contact op met één van onze aansprakelijkheid, verzekering en vervoeradvocaten.

De uitspraak van de Hoge Raad kunt u hier lezen. De overwegingen van de Hoge Raad zijn terug te vinden onder punt 3.4.2.

Ineke Paul-van Velzen

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar