Nieuws

Unieke uitspraak: de eerste lessen over het voorkeursrecht onder de Omgevingswet

Gepubliceerd op 20 apr 2026

Onze mensen

Unieke uitspraak de eerste lessen over het voorkeursrecht onder de Omgevingswet

Recent oordeelde een rechtbank voor het eerst over een voorkeursrechtbeschikking. Dit type beschikking al kan worden genomen sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow). De rechtbank Oost-Brabant heeft de primeur en liet zich op 10 oktober 2025 uit over een dergelijke beschikking. In onze annotatie voor het TBR analyseren wij een cruciale vraag voor de praktijk: is de overgang van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) naar de Ow daadwerkelijk zo beleidsneutraal als gemeenten verwachtten?

In deze blog vatten wij onze annotatie kort samen. 

Uitspraak op hoofdlijnen

De zaak is vooral interessant vanwege het ontbreken van een individuele belangenafweging bij het vestigen van het voorkeursrecht, door de gemeenteraad van Vught. Feitelijk vestigde de raad een voorkeursrecht zodat hij de regierol kan behouden bij de realisatie van zonneparken in het buitengebied van Vught en om grondspeculatie te voorkomen. Grondeigenaren kwamen hiertegen in verweer en stelden onder meer dat het voorkeursrecht in een veel te vroeg stadium en voor een te groot gebied was gevestigd. De rechtbank oordeelt hierover dat de Omgevingswet (art. 9.1) expliciet de ruimte biedt het voorkeursrecht al te vestigen wanneer keuzes over locaties nog niet definitief zijn en de besluitvorming nog niet is uitgekristalliseerd. Deze beroepsgronden slagen dus – terecht – niet.

Individuele belangenafweging verplicht

Het meest in het oog springend is het oordeel over de individuele belangenafweging. De raad nam namelijk het standpunt in dat hij bij de vestiging van het voorkeursrecht op geen enkele manier rekening hoefde te houden met de individuele belangen van eigenaren, omdat de wet hierin al zou voorzien in de latere aanbiedingsprocedure. De rechtbank veegt dit argument van tafel. Op grond van de Awb (art. 3:4) is de raad verplicht om persoonlijke omstandigheden en individuele belangen wél in zijn afweging te betrekken. Dergelijke omstandigheden kunnen er zelfs toe leiden dat de raad moet afzien van vestiging. Overigens, in dit geval wordt dit gebrek in de voorkeursrechtbeschikking ‘gepasseerd’. Onder aan de streep is het voorkeursrecht dus wel degelijk gevestigd, ondanks het ontbreken van de individuele belangenafweging.

Bestuursrechtelijke trend

Betekent dit dan dat er sprake is van een radicale ‘omslag’ ten opzichte van de oude Wvg-rechtspraak? Wat ons betreft is dat niet noodzakelijkerwijs het geval, maar de individuele belangenafweging lijkt meeromvattend te zijn onder de Ow dan deze was onder de Wvg. Deze uitspraak past daarmee in de bestuursrechtelijke trend dat het evenredigheidsbeginsel een prominenter in beeld is.

Bent u na het lezen van dit artikel benieuwd naar de gehele annotatie of heeft u vragen over voorkeursrechten? Neem dan contact op met onze specialisten Ties Pranger en Harald Wiersema. 

Met dank aan student-stagiair Thomas Aanraad voor zijn hulp bij het schrijven van deze samenvatting.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief