Nieuws

Nuancering op de vaste rechtspraak over loonsancties

Gepubliceerd op 4 mrt. 2022

Onze mensen

I Stock 1319031310 min
Het UWV legt bij de werkgever een loonsanctie op als er re-integratiekansen gemist zijn. Een vaak gehoord verweer van de werkgever is dat hij is afgegaan op het advies van de bedrijfsarts. Volgens vaste rechtspraak gaat dit verweer niet op. Rechtbank Oost- Brabant (ECLI:NL: RBOBR:2022:415) kwam echter onlangs tot een ander oordeel. Tijdens de re-integratie was de werkgever uitgegaan van een belastbaarheid van de werknemer van maximaal 4 uur per dag en 20 uur per week. Dit was gebaseerd op de adviezen van de bedrijfsarts. UWV legde een loonsanctie op en was van oordeel dat er onvoldoende re-integratie inspanningen waren verricht. Volgens UWV was ten onrechte uitgegaan van een urenbeperking (die door de bedrijfsarts was geadviseerd). De werkgever gaat in bezwaar tegen de loonsanctie maar het bezwaar wordt ongegrond verklaard.  Er wordt beroep ingesteld bij de rechtbank. Het standpunt van het UWV : Met de urenbeperking heeft de bedrijfsarts een onjuist advies gegeven en volgens de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep komt een onjuist advies voor rekening en risico van de werkgever. Het standpunt van UWV is op zichzelf juist.

Oordeel

Toch komt de rechtbank dit keer tot een ander oordeel. Het uitgangspunt is inderdaad dat de werkgever verantwoordelijk is en blijft voor de re-integratie. In de rechtspraak wordt een “voor rekening en risico” benadering gehanteerd. Maar hiermee wordt in loonsanctiezaken onvoldoende recht gedaan aan de wettelijke norm over de vraag of de werkgever in redelijkheid tot de re-integratie-inspanningen heeft kunnen komen.  Het UWV heeft buiten beschouwing gelaten de vraag of werkgever redenen had moeten hebben om te twijfelen aan het advies van haar bedrijfsarts. De rechtbank vindt in de feiten en omstandigheden van dit geval geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de werkgever redenen had behoren te hebben om het advies van de bedrijfsarts in twijfel te trekken. De rechtbank komt tot dit oordeel om de volgende redenen: er zijn vele terugkoppelingen van de bedrijfsarts die zijn gebaseerd op medische informatie van de specialisten en behandelingen die gaande waren. Ook bleek uit deze terugkoppelingen dat keer op keer pogingen tot verdere uitbreiding van uren niet is gelukt. De werkgever mocht ervan uitgaan dat het advies van de bedrijfsarts op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Anders dan het UWV stelt mocht de werkgever zich in dit geval wel baseren op het standpunt van de bedrijfsarts.

De nuancering

Hiermee nuanceert de rechtbank de rechtspraak van de CRvB dat afgaan op een advies van een bedrijfsarts voor rekening en risico komt van de werkgever, mocht dit onjuist blijken te zijn. In die rechtspraak lijkt er geen ruimte te zijn voor de situatie dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd te twijfelen aan het advies van de bedrijfsarts. De rechtbank is op basis van artikel 65 van de Wet WIA van oordeel dat die ruimte er bij het opleggen van loonsancties die een (zeer) belastend karakter hebben, wel behoort te zijn. Een uitspraak die een mooi handvat geeft voor de praktijk.

Interessante artikelen voor u

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.

Aanmelden nieuwsbrief