Nieuws
Interne verhuizing binnen een zorginstelling: wat is de afweging van de voorzieningenrechter?
Gepubliceerd op 30 jul 2025
Onze mensen
Het komt geregeld voor dat zorginstellingen een cliënt graag intern (binnen de eigen organisatie) willen verhuizen. Dat gaat veelal in goed overleg met de cliënt en de familie, maar soms leidt het tot een conflict. Onlangs legden de vertegenwoordigers van een cliënte een conflict over een interne verhuizing voor aan de rechter. In deze blog bespreken wij die uitspraak.
De casus: besluit tot verhuizing naar een andere locatie
Deze zaak is gestart door de zussen van een cliënt, die ook haar mentoren zijn. De cliënte verbleef bij een zorginstelling. De zussen kwamen op tegen het eenzijdige besluit van de zorginstelling om de cliënte te verhuizen.
Op 26 februari 2025 heeft de zorginstelling aan de mentoren medegedeeld dat de cliënte, hun zus, op korte termijn zou verhuizen naar een andere woonlocatie van dezelfde zorginstelling. De mentoren hebben direct hun zorgen geuit over de mogelijke impact van deze verhuizing en te kennen gegeven daarmee niet akkoord te gaan. Vanaf dat moment is er door partijen over en weer gecorrespondeerd, waarbij de mentoren hun bezwaren over het overplaatsingsbesluit hebben gehandhaafd. Volgens de mentoren zou het negatieve gevolgen hebben voor hun zus en was het besluit enkel ingegeven door organisatorische redenen. Allereerst had de orthopedagoog (gedragsdeskundige) op verzoek van de mentoren een toelichting gegeven op de overplaatsing. Uit de toelichting bleek dat de zus naar een woonvoorziening zou verhuizen met vier in plaats van acht bewoners. Hierdoor bood deze locatie een kleinschaliger en rustiger woonklimaat, waar de zus in relatie tot haar indicatie baat bij zou hebben.
Uiteindelijk kwam het conflict tot een kort geding. De zussen vorderden dat de voorzieningenrechter de zorginstelling zou verbieden om hun zus zonder hun toestemming te verhuizen, op straffe van een dwangsom. De zorginstelling voerde aan dat een zorgaanbieder niet alleen rekening moest houden met de belangen van een cliënt, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft om – in de situatie waarin sprake is van een tekort aan locaties voor mensen met hoog-complex gedrag – passende zorg te bieden aan zo veel mogelijk cliënten.
Oordeel voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter oordeelde dat de zorginstelling steken had laten vallen bij de besluitvorming. Op grond van artikelen 8.1.1 lid 4 jo. 8.1.2 lid 1 sub d Wlz moeten de wensen van cliënt en de mentor met betrekking op de wijze waarop een cliënt het leven wil inrichten zo veel mogelijk gerespecteerd worden, tenzij dat in redelijkheid niet van de zorginstelling gevergd kan worden. Uit de zorg- en dienstverleningsovereenkomst (ZDO) tussen deze cliënt en zorginstelling, of op grond van de Wlz, volgt niet dat cliënten aanspraak hebben op een bepaalde locatie óf dat instemming van de mentor nodig is om over te plaatsen. Wél volgt volgens de voorzieningenrechter uit de Wlz dat het op de weg van de zorginstelling ligt om mentoren tijdig op de hoogte te stellen en de mogelijkheid te geven een zienswijze over te brengen. De communicatie van de zorginstelling was echter primair gericht op het creëren van draagvlak, terwijl het besluit feitelijk al was genomen. Hiermee heeft de zorginstelling eraan bijgedragen aan dit geschil.
Het voorgaande hield echter niet zonder meer in dat de zorginstelling niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen. De organisatorische en zorginhoudelijke redenen waren voldoende gemotiveerd, aldus de voorzieningenrechter. De inhoudelijke beoordeling over de zorgbehoefte was aan de zorginstelling. Daarom nam de voorzieningenrechter de verklaringen van oud-zorgprofessionals van de zus, die de mentoren in het geding hadden gebracht, niet mee in de beoordeling. Ook had de zorginstelling met de verklaring van de orthopedagoog (gedragsdeskundige) voldoende onderbouwd dat het besluit niet alléén organisatorisch was ingegeven.
Wat betreft de organisatorische reden had de zorginstelling voldoende toegelicht dat zij te maken had met wachtlijsten en ook rekening moest houden met het maatschappelijk belang. De instelling had aangevoerd dat de verhuizing van cliënt ervoor zorgde dat er weer een plek vrijkwam voor een andere cliënt, die op de wachtlijst stond met een zwaardere zorgvraag, voor wie een plek op de locatie van de zus wel noodzakelijk was. Deze afweging was ook aan de zorginstelling en er waren volgens de voorzieningenrechter geen argumenten aangereikt die tot het oordeel leidden dat de afweging onredelijk was. Het oordeel luidde dat de zorginstelling in redelijkheid tot het verhuizingsbesluit kon zijn gekomen. De voorzieningenrechter wees het gevorderde verbod af. De voorzieningenrechter overwoog ervan uit te gaan dat de nieuwe locatie passend zal zijn voor de zus en indien dat niet het geval is de zorginstelling in goed contact met de mentoren voorzieningen zal treffen.
Tot slot: communicatie rondom het besluit is essentieel
Deze uitspraak geeft blijk van de afweging die de voorzieningenrechter maakt in geval van geschillen over een interne verhuizing. Een zorgovereenkomst is niet gebonden aan een specifieke locatie, aldus de voorzieningenrechter. Verhuizing was dus mogelijk, maar voorop staat dat communicatie rondom het verhuizingsbesluit essentieel is. De voorzieningenrechter verweet in deze zaak immers de zorginstelling niet in goed overleg met de mentoren het verhuizingsbesluit te hebben genomen en geen enkel overleg mogelijk te hebben gemaakt. Dit terwijl de Wlz hiervoor wel verantwoordelijkheid bij de zorginstelling neerlegt.
Daarnaast is duidelijk dat er aan een verhuizingsbesluit een organisatorische reden ten grondslag kan liggen, ingegeven door het maatschappelijk belang van een zorginstelling. Het maatschappelijk belang brengt namelijk met zich mee dat een zorginstelling monitort of cliënten op een passende locatie verblijven en dat zorginstellingen een beleid voeren wat zorgt voor optimale benutting van beperkte plaatsen. Naast een organisatorische grondslag blijft de zorginhoudelijke grondslag leidend. Deze dient voldoende te zijn onderbouwd door bijvoorbeeld de behandelaar die kan onderbouwen dat een interne verhuizing beter aansluit bij de zorgbehoefte van cliënt.
Onze mensen
Heeft u vragen of wilt u een afspraak maken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
Geen juridische updates missen? Maak dan een selectie uit de diverse expertises van Holla legal & tax.