Zes nieuwe fiscale steunmaatregelen

Op 24 april jl. heeft het kabinet zes nieuwe belastingmaatregelen aangekondigd ten behoeve van de verzachting van de negatieve economische gevolgen die de coronacrisis met zich brengt. De zes steunmaatregelen hebben een tijdelijk karakter en ondersteunen voornamelijk ondernemers.

De zes maatregelen zijn:

  • Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling;
  • Versoepeling van het urencriterium;
  • Eenmalige verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling;
  • Vormen van een fiscale coronareserve;
  • Uitstel van de inwerkingtreding Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap;
  • Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen.

Deze tijdelijke fiscale maatregelen zullen in de komende periode verder worden uitgewerkt. Wij houden u hiervan uiteraard op de hoogte. In deze Tax Alert zullen wij de verschillende maatregelen bespreken.

Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling

Ondernemers die werkzaam zijn voor een BV waarin zij een aanmerkelijk belang houden, dienen over een passende arbeidsbeloning – het gebruikelijk loon – inkomstenbelasting te betalen. Dit wordt de gebruikelijkloonregeling genoemd.

Deze belasting dient in beginsel ook te worden betaald op het moment dat de BV minder of geen omzet behaalt. Vanwege het grote verlies aan omzet in verschillende sectoren als gevolg van de coronacrisis, wordt voor 2020 een uitzondering toegestaan voor getroffen ondernemers.

Aanmerkelijkbelanghouders die te maken krijgen met een omzetdaling in hun BV mogen uitgaan van een lager gebruikelijk loon, evenredig aan de omzetdaling. Voor de bepaling van de omzetdaling zal het betreffende deel van het jaar in 2020 worden vergeleken met dezelfde periode in 2019.

Versoepeling van het urencriterium

 Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op verschillende ondernemersfaciliteiten. Voor verschillende ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve, is vereist dat aan het urencriterium wordt voldaan. De ondernemer dient ten minste 1.225 uren per kalenderjaar te besteden aan werkzaamheden voor zijn onderneming om aan het urencriterium te voldoen. In deze tijden is dat niet altijd mogelijk en de overheid wenst daarom deze ondernemers graag tegemoet te komen.

Voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 worden ondernemers daarom geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed. Voor dit aantal uren is gekozen omdat dit overeenkomt met de vereiste 1.225 uren op kalenderjaarbasis, waarbij een afronding in het voordeel van de ondernemer heeft plaatsgevonden.

Voor seizoensgebonden ondernemers waarbij de piek van de werkzaamheden in de periode van maart tot en met mei valt, wordt een aanvullende regeling getroffen. Zij worden geacht het aantal uren aan de onderneming te besteden zoals zij dat ook in andere jaren doen. Met behulp van de administratie van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019 kan dan worden bepaald of aan het urencriterium voor 2020 wordt voldaan.

Eenmalige verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling

 Door gebruik te maken van de vrije ruimte in de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen en verstrekkingen aan hun werknemers onbelast laten plaatsvinden. Sinds 1 januari 2020 bedroeg de vrije ruimte 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever. De vrije ruimte voor deze eerste € 400.000 wordt eenmalig en tijdelijk verhoogd naar 3% voor het jaar 2020. Dit levert een extra vrije ruimte op van maximaal € 5.200. Voor een loonsom vanaf € 400.000 geldt onveranderd een vrije ruimte van 1,2%.

Vormen van een fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting

 In de vennootschapsbelasting is het mogelijk om een verlies van een belastingjaar te verrekenen met de winst van het voorafgaande jaar. Dit is de ‘carry back’. Een eventueel verlies in het jaar 2020 kan hierdoor verrekend worden met de winst van het jaar 2019. Zodoende kan (een deel) van de vennootschapsbelasting die over 2019 reeds is betaald of moet worden betaald, worden terugontvangen.

De verliesverrekening levert dus geld op en verbetert de liquiditeitspositie van een onderneming. De verliesverrekening kan evenwel pas plaatsvinden bij de aangifte vennootschapsbelasting van 2020. Deze aangifte kan niet eerder gedaan worden dan nadat de jaarrekening over 2020 is vastgesteld. Bovendien dient de aanslag vennootschapsbelasting 2019 definitief te zijn opgelegd. Dat zal ten tijde van de aangifte vennootschapsbelasting 2020 in de meeste gevallen nog niet zijn gebeurd. Net als tijdens de economische crisis in 2008, acht het kabinet dat nu onwenselijk.

Door middel van een tijdelijke regeling zal het kabinet het voor deze bedrijven mogelijk maken om het verwachte verlies voor het jaar 2020 dat verband houdt met de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 te brengen. Dit kan dan bijvoorbeeld op basis van een verlies zoals dat blijkt uit de voorlopige cijfers over 2020.

Er is reeds een kader geschetst met betrekking tot de vormgeving van de regeling. De fiscale coronareserve bedraagt namelijk maximaal de fiscale winst over 2019 zonder rekening te houden met deze reserve. Door het vormen van een fiscale coronareserve kan een teruggave van de eerder over 2019 betaalde en/of te betalen vennootschapsbelasting worden geëffectueerd.

Hiertoe wordt een wetswijziging voorbereid. Daarop vooruitlopend zullen de verplichtingen en voorwaarden om aanspraak te maken op de fiscale coronareserve in een beleidsbesluit worden gepubliceerd.

Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

 De inwerkingtreding van de Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap stond gepland voor begin 2022. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om schulden van aanmerkelijkbelanghouders/directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) aan de eigen vennootschap die hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden) te belasten.

Door de coronacrisis kan het voor dga’s lastiger zijn om in de aanloop naar de inwerkingtreding van de wet schulden af te lossen. De inwerkingtreding wordt met de maatregel van het kabinet uitgesteld tot begin 2023. Dit betekent dat dga’s tot 31 december 2023 (eerste peildatum) de tijd hebben om te anticiperen op het wetsvoorstel.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen

Op korte termijn zal een beleidsbesluit worden gepubliceerd waarin wordt voorzien in enkele goedkeuringen ten aanzien van tijdelijk uitstel van betaling aangaande de hypotheeklening voor de eigenwoningschuld. Onder voorwaarden zal een uitstel van betaling van aflossing en rente niet tot fiscale ongewenste gevolgen leiden. Wij zullen u hierover nader informeren zodra dit beleidsbesluit is gepubliceerd.

Mocht u ons advies wensen ten aanzien van deze maatregelen, neem dan gerust contact op met Boris (06 52505900), Tom (06 24896213), Demi (06 45452616) of Lennart (06 40050022). Wij helpen u graag verder!

Lennart van de Peppel, fiscalist

Boris Emmerig, Managing Partner, Finance

Demi van Zantvoort

Tom Zondag

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar