Woonbegeleiding en huur

Tussen een woningcorporatie en een zorginstelling bestaat een samenwerkingsverband.

Ten behoeve van woonbegeleiding door de zorginstellingen stelt de woningcorporatie woningen beschikbaar. Met een cliënt van de zorginstelling wordt gelijktijdig een huurovereenkomst en een zorgovereenkomst gesloten. In beide overeenkomsten wordt zeer uitgebreid stilgestaan bij het feit dat deze overeenkomsten aan elkaar gekoppeld zijn en dat de woning enkel ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de op basis van de zorgovereenkomst te verlenen zorg (de woonbegeleiding). Ook is expliciet bepaald dat de huurovereenkomst eindigt als de zorgovereenkomst eindigt.

Op een gegeven moment zegt de zorginstelling de zorgovereenkomst op.

De woningcorporatie stelt zich op het standpunt dat daarmee ook de huurovereenkomst is geëindigd.

In eerste aanleg oordeelt de kantonrechter dat de huurovereenkomst en de zorgovereenkomst als één geheel moeten worden beschouwd, maar desondanks oordeelt de kantonrechter in dit specifieke geval dat de huurovereenkomst niet is geëindigd. Dit oordeel van de kantonrechter is het gevolg van onduidelijke verlengingen van de overeenkomsten.

In hoger beroep is ook het hof van oordeel dat de huurovereenkomst onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Daarbij hecht het hof belang aan een aantal bepalingen in beide overeenkomsten waaruit deze koppeling expliciet blijkt. Het hof oordeelt vervolgens dat vanwege een gebrekkige opzegging en het na enige tijd weer continueren van de woonbegeleiding niet kan worden gesteld dat sprake is van daadwerkelijke beëindiging op opzegging van de woonbegeleiding. De huur is derhalve ook niet geëindigd.
Het positieve van deze uitspraak is dat het hof heeft geoordeeld dat in geval van woonbegeleiding sprake kan zijn van een koppeling tussen zorg en huur. De les die uit deze uitspraak kan worden getrokken is dat het van groot belang is om goede overeenkomsten op te (laten) stellen. Daarnaast is het zeer belangrijk om ook bij de opzegging van de overeenkomst(en) en de naleving daarvan juridisch advies in te winnen.

ECLI:NL:GHSHE:2017:2532

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar