Wkkgz meldingen

Per 1 januari 2017 is de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg volledig in werking getreden. In het afgelopen jaar is er op het gebied van de Wkkgz al het nodige gebeurd. Te denken valt aan de oprichting en uiteindelijke erkenning van geschilleninstanties. Veel kan nog onduidelijk zijn. In deze bijdrage wordt ingegaan op de verschillende meldingen die de Wkkgz kent; de incidentenmelding, de VIM-melding en de calamiteitenmelding.

Incidenten melden
In het zorgproces kan van alles gebeuren en kan dus van alles misgaan of bijna misgaan. “Een niet beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg, en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt” is volgens het Uitvoeringsbesluit Wkkgz [1] een ‘incident’.
Van een ‘incident’ bepaalt artikel 10 lid 3 Wkkgz dat de zorgaanbieder onverwijld mededeling van de aard en toedracht daarvan aan de cliënt [2] moet doen, voor zo ver het incident voor de cliënt merkbare gevolgen heeft of kan hebben (gehad). Ook bepaalt artikel 10 lid 3 Wkkgz dat van dergelijke incidenten, dus incidenten die voor de cliënt merkbare gevolgen hebben of kunnen hebben (gehad), aantekening in het dossier moet worden gemaakt. Gezien de begripsbepaling van ‘incident’ moeten ook zogenaamde ‘near misses‘ (‘had kunnen leiden tot schade’) worden gemeld. [3] De melding op grond van artikel 10 lid 3 Wkkgz is een specialis van het algemene informatierecht van de cliënt, op grond van artikel 7:448 BW (de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, ‘Wgbo’). [4] Maar er is meer.

Veilig incidenten melden
De Wkkgz bepaalt in artikel 7 lid 1 dat een zorgaanbieder voortdurend moet streven naar een verbetering van kwaliteit en veiligheid van zorg, door middel van kwaliteitssystemen.
Om ervoor te zorgen dat deze signalen van incidenten zo snel mogelijk worden beoordeeld, zodat zo nodig snel en adequaat bescherming kan worden geboden of maatregelen kunnen worden genomen, dient de zorgaanbieder hiertoe op grond van artikel 9 lid 2 Wkkgz een interne procedure vast te stellen. [5] Wkkgz verplicht zorgaanbieders, voor zover dit noodzakelijk is voor de goede werking van de systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg, om intern gemelde incidenten op te nemen in een register (artikel 9 lid 1 Wkkgz). Dit is het VIM-register. De genoemde procedure is de VIM-procedure. Veel zorgaanbieders kennen (kenden) de VIM-procedure al voordat de Wkkgz van kracht werd. [6]
Door feiten en gebeurtenissen in de zorg goed te registreren, verkrijgt de instelling inzicht in de geleverde kwaliteit. Met deze (uit feiten en gebeurtenissen voortvloeiende) informatie kan de instelling leren van haar fouten en verantwoording afleggen over de geleverde prestaties. Om de kwaliteit en veiligheid van zorg te bewaken en te waarborgen, is het van belang dat zorgverleners intern incidenten kunnen melden, zonder dat deze gegevens worden gebruikt voor andere doeleinden. [7] De VIM-melding is er dus voor interne kwaliteitsdoeleinden.
In artikel 6.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz worden nadere eisen aan de VIM-procedure gesteld. Met deze nadere eisen wordt beoogd dat het VIM-systeem bescherming moet bieden aan de melders en betrokken zorgverleners met betrekking tot intern gemelde incidenten. Dit betekent dat gegevens uit het meldingssysteem niet openbaar zijn en dus ook niet toegankelijk zijn voor de cliënt. De gegevens worden ook niet opgevraagd (door bijvoorbeeld de Inspectie voor de Gezondheidszorg) en mogen in beginsel niet worden gebruikt als bewijs voor aansprakelijkheid dan wel schuld. Niet in strafrechtelijke, tuchtrechtelijke en ook niet in civielrechtelijke procedures. [8] Dit volgt ook uit artikel 9, zesde lid, Wkkgz.
De ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen de artikelen 10 lid 3 en artikel 9 Wkkgz is niet onopgemerkt gebleven. [9] De wetgever heeft hierover aangegeven dat een cliënt die een incident is overkomen, ‘gewoon recht heeft op informatie over het incident’. Om te voldoen aan de verplichting op grond van artikel 10, derde lid, Wkkgz, hoeft er volgens de wetgever echter geen informatie uit het VIM-systeem te worden verstrekt. Een cliënt krijgt dus geen inzage in de gegevens uit het VIM-systeem zelf. Verzoeken om inzage in de incidentenregistratie op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (‘Wbp’) kunnen door de zorgaanbieder geweigerd worden op grond van artikel 9 lid 7 Wkkgz. Hierin is vastgelegd dat deze gegevens niet openbaar zijn. [10]
Volgens de wetgever richt de met artikel 9 Wkkgz beoogde bescherming van ‘veilig melden’ zich alleen op de informatie uit het systeem van veilig melden van incidenten zelf. [11] Dus niet op de informatie die in het kader van artikel 10 lid 3 Wkkgz dient te worden genoteerd en met de cliënt en diens betrokkenen gedeeld. De twee meldingen zijn in wezen dus twee verschillende. Hieruit volgt dus ook dat de twee meldingen niet dezelfde inhoud hoeven te hebben. De VIM-melding kan bovendien bijvoorbeeld andere informatie – in het kader van de kwaliteits- en veiligheidsbeheersing – bevatten dan de incidentenmelding in het cliëntendossier. Wanneer kan worden gesproken van een ‘calamiteit’ liggen de zaken – in ieder geval voor wat betreft het delen van informatie hieromtrent – soms iets anders. Dat brengt ons op de derde melding op grond van de Wkkgz: de calamiteitenmelding.

De calamiteitenmelding
In artikel 11 lid 1 sub a Wkkgz is bepaald dat een calamiteit onverwijld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (‘IGZ’) moet worden gemeld. Een ‘calamiteit’ is iets anders dan een incident en kan worden gezien als ‘ernstiger’ variant van ‘incident’. Volgens de definitie van artikel 1 Wkkgz is een calamiteit een onvoorziene gebeurtenis met dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Deze gevolgen zijn er bij een incident, dat geen calamiteit is, niet. Daarom hoeft een incident ook niet bij de IGZ te worden gemeld. De calamiteitenmelding aan de IGZ dient het handhavingsbeleid van de IGZ – aangaande toezicht op kwaliteit van zorg – en is daarmee (weer) van geheel andere aard dan de melding in het VIM-systeem. [12]
In de ‘Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS’ uit 2016 (‘Beleidsregels 2016’) [13] wordt bepaald dat een zorgaanbieder vanaf de constatering van een incident zes weken heeft om onderzoek te doen naar de vraag of het incident ook een calamiteit was. Als uit dat onderzoek blijkt dat het om een calamiteit ging, moet hiervan uiterlijk na deze zes weken onverwijld melding bij de IGZ worden gemaakt. ‘Onverwijld melden’ betekent volgens de Beleidsregels 2016 binnen drie werkdagen na de vaststelling ervan. Te laat melden kan al een bestuurlijke boete opleveren. [14]
De informatie die in het kader van artikel 9 Wkkgz over een incident is gemeld (de VIM-melding) mag als gezegd in beginsel niet als bewijsmateriaal worden benut in procedures die kunnen leiden tot het treffen van maatregelen tegen individuele zorgverleners. Dit geldt niet voor de gegevens uit het VIM-register die ook calamiteiten zijn. Deze gegevens kunnen wel als bewijs worden gebruikt in een juridische procedure van welke aard dan ook. [15] Volgens de wetgever is het verplicht melden van een calamiteit namelijk bedoeld om de IGZ in staat te stellen om te handhaven. Daarmee is het verplicht melden van calamiteiten weer van een geheel andere aard dan het melden in een VIM-systeem. [16]

Slot
Het melden van incidenten op grond van de Wkkgz gebeurt thans met twee verschillende grondslagen: artikel 7 jo. 9 Wkkgz en artikel 10 lid 3 Wkkgz. De melding op grond van artikel 7 jo. 9 Wkkgz betreft de VIM-melding. De tweede melding over een incident, op grond van artikel 10 lid 3 Wkkgz, geschiedt aan de cliënt en in het cliëntendossier.
De derde melding uit de Wkkgz is de calamiteitenmelding op grond van artikel 11 Wkkgz. Wordt een calamiteit vastgesteld, dan moet melding ervan binnen drie werkdagen gebeuren.
De drie meldingen hebben een verschillend karakter.
De melding op basis van artikel 10 lid 3 Wkkgz vloeit voort uit het informatierecht van de cliënt. De VIM-melding geschiedt voor interne kwaliteitsdoeleinden. De informatie die in het kader van de VIM-melding is gedaan, is bovendien vertrouwelijk. Deze informatie mag – behoudens enkele (expliciet genoemde!) uitzonderingen – niet in gerechtelijke procedures van welke aard dan ook worden gebruikt. Dat geldt niet voor de informatie die in het kader van artikel 10 lid 3 Wkkgz in het cliëntendossier is vermeld.
Uit het voorgaande volgt dat de twee meldingen niet dezelfde inhoud hoeven te hebben. De VIM-melding wordt namelijk in het kader van systematische bewaking, beheersing en verbetering van kwaliteit van de zorg (artikel 7 lid 1 Wkkgz) gedaan. Dit betekent ook dat óf een VIM-melding is gedaan, niet in het kader van artikel 10 lid 3 Wkkgz in het cliëntendossier hoeft te worden genoteerd. Anders wordt het wanneer sprake is van een calamiteit. Daarvan moet, omdat een calamiteit óók een incident is, ook melding worden gemaakt in het cliëntendossier. Een calamiteit kan ook in het VIM-register worden opgenomen. Een calamiteit moet bovendien binnen drie werkdagen na de vaststelling ervan bij de IGZ worden gemeld. Te laat melden kan een boete opleveren. Van belang is ook om voor ogen te houden dat indien een VIM-melding van een calamiteit wordt gedaan, die informatie – anders dan de informatie over incidenten die géén calamiteiten zijn – wél in een gerechtelijke procedure (tegen de betrokken zorgaanbieder) kan worden gebruikt.


[1]
Staatsblad 2015, nr. 447.

[2] Een cliënt kan uiteraard evengoed een patiënt zijn, gelet op de begripsbepalingen in artikel 1 Wkkgz. Omdat de Wkkgz telkens handelt over ‘cliënten’ wordt hier ook telkens die terminologie gebruikt.

[3] Aldus J. Legemaate, ‘De Wkkgz over kwaliteit van zorg’, TvGR 2016, nr. 2, p. 57.

[4] In die zin ook J. Legemaate, ‘De Wkkgz over kwaliteit van zorg’, TvGR 2016, nr. 2, p. 60.

[5] In deze zin ook de algemene toelichting op Hoofdstuk 6 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz in Stb. 2015, nr. 447, p. 20-21.

[6] Zie daarover ook bondig J. Legemaate, ‘De Wkkgz over kwaliteit van zorg’, TvGR 2016, nr. 2, p. 58.

[7] Kamerstukken II 2009/10, 32402, nr. 3, p. 45.

[8] Kamerstukken II 2009/10, 32402, 3, p. 46.

[9] Kamerstukken I 2014/15, 32402, O, p. 10.

[10] Kamerstukken I 2014/15, 32402, O, p. 11.

[11] Kamerstukken II 2009/10, 32402, 3, p. 46.

[12] Kamerstukken II 2009/10, 32402, 3, p. 112.

[13] Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 2015, Staatscourant 2016, nr. 2241.

[14] Zie in dat verband de in GZR-updates geannoteerde uitspraak van de Rechtbank Overijssel 25 augustus 2016, GZR 2016-0335 (ECLI:NL:RBOVE:2016:3270).

[15] S. Kahn, ‘Het toezicht, de meldingsplicht en de rechtsbescherming van de zorgverlener’, TvGR 2016/02, p. 75.

[16] Kamerstukken I 2013/14, 32402, F, p. 40.

 

< Vorige

Volgende >

Spring naar toolbar